Nu de Russische culturicide op Oekraïne escaleert, achten academici de tijd rijp het op een na grootste land in Europa te offeren aan het ”gepercipieerde gevoel van onveiligheid van de Russen”, zoals cultuurfilosoof Jelle van Baardewijk het recent bij Goedenavond Nederland (WNL) formuleerde.
Van Baardewijk – universitair hoofddocent bedrijfsethiek aan Nyenrode – is niet de enige die empathie voor Poetin koestert. Wetenschappers als Ad Verbrugge (filosoof, VU), Willem Schinkel (socioloog, Erasmus), Ewald Engelen (financieel geograaf, UvA) of Andreas Kinneging (rechtsfilosoof, Leiden) zitten eveneens op die lijn. Hoe verschillend ook – Verbrugge roemt de ‘diepte van de Russische ziel’, Kinneging hunkert naar een premoderne orde, Schinkel acht de liberale democratie ”fascistisch” – allen bagatelliseren de Oekraïense soevereiniteit en beschuldigen het Westen de oorlog (mede) op zijn geweten te hebben.
Allen etaleren bovendien dedain voor empirische kennis. Dat doen ze zo.
Van Baardewijk wilde bij WNL liever ”wat breder filosoferen over de Russische perceptie” dan over het Oekraïense recht op onafhankelijkheid. Hij is niet de eerste. Kort na de invasie in 2022 dacht Kinneging te weten dat Rusland zou winnen. „Wij hebben ons in 1940 ook neergelegd bij de Duitse overmacht”, aldus de hoogleraar. Hoe hij dat wist? „Ik heb filosofie gestudeerd, ik redeneer vanuit het denken.” Schinkel, die ter wille van zijn theorievorming over Oekraïne al eens sjoemelde met cijfers, keert zich evenzeer tegen toetsing van zijn conceptuele denken. „We breken met de historiografisch canon, met het afvinken van lijstjes”, zei hij deze winter in een lezing op de Universiteit van Amsterdam.
Volgens Van Baardewijk is er sprake van een ”interne oorlog” tussen „Russen en Oekraïners die in hetzelfde land wonen”. Deze analyse kan de toets der kritiek niet doorstaan. Wat is bijvoorbeeld een Rus? Conform de stofzuigertheorie van Poetin en zijn geestelijk mentor Peter de Grote is een Rus „eenieder die Rusland bemint en dient”. Rusland is daar waar Russische soldaten voet aan de grond hebben gezet. Russische etniciteit wordt niet bepaald door landsaard of burgerschap, maar door de expansie van het Russische Rijk en is volgens Poetin dus onbegrensd.
De door hem geclaimde Russen in Oekraïne zien het echter anders. Volgens talrijke sociologische onderzoeken – de laatste volkstelling is helaas van 2001 – identificeerde in de jaren vóór de invasie een kleine minderheid (7 à 9 procent) van de bewoners van Oekraïne zich als Rus. In 2024 deed slechts 2 procent dat nog; 95 procent zag zich als Oekraïner. Toegespitst op taal – een geliefd criterium van Verbrugge – blijft er evenmin weinig over van de burgeroorlog-these: van de mensen die twee jaar geleden liever Russisch spraken (voor de invasie sprak een kwart louter Russisch, nu een achtste) beschouwde driekwart zichzelf als Oekraïens staatsburger en 65 procent zelfs als deel van „de natie”.
In gesprek met Joris Luyendijk voor zijn videokanaal De Nieuwe Wereld stelde Verbrugge dat Rusland vier jaar geleden ”geen imperiale oorlog” begon, maar alleen ”zelfstandigheid” voor de Donbas beoogde. Kletskoek. Bij het begin van de invasie in de nacht van 23 op 24 februari 2022 zei Poetin onomwonden in Oekraïne te ”streven naar demilitarisatie en denazificatie” alsmede ”berechting” van de ”bloedige misdaden tegen burgers”. Kortom, naar ontmanteling, regimeverandering en jurisdictie in het hele land. Dat Moskou een halfjaar de bezette gebieden Loegansk, Donetsk, Zaporizja en Cherson annexeerde, verheimelijkte Verbrugge vervolgens ook nog.
Engelen deed onlangs iets vergelijkbaars. Verwijzend naar een peiling van het Amerikaanse onderzoeksbureau Gallup of er moet worden ”onderhandeld over een einde aan de oorlog” poneerde hij dat de meerderheid der Oekraïners ”vrede” wil. Een vorm van incorrect citeren. Engelen verzweeg tevens dat dezelfde Gallup-enquête uitwees dat driekwart een bestand met het huidige Rusland ”onwaarschijnlijk” acht.
Kritiek op hun omissies is niet aan hen besteed. Worden ze door de „kletsende klasse” (Engelen) tegengesproken, dan poetsen ze de plaat of eisen hun geestverwanten „inhoudelijke argumenten”.
Weglopen mag in Nederland. Maar deze werkwijze roept wel de vraag op of hun wijsgerige pretenties niet een dekmantel zijn voor een politieke stellingname: tegen zelfbeschikkingsrecht en volkenrecht.