Home

Wekenlang wandelen: waarom wagen jongeren zich aan pelgrimstochten als de Camino?

Baard, wandelstok, op leeftijd: een heel vlot imago heeft de typische pelgrim niet. Toch wagen ook twintigers zich aan pelgrimstochten als de Camino, op zoek naar zoiets als zingeving.

In 2025 trok de Camino een recordaantal bezoekers: meer dan een half miljoen mensen liepen de pelgrimstocht naar het Spaanse Santiago de Compostela. De wekenlange wandeltocht staat erom bekend vooral een ouder publiek te trekken, maar tegenwoordig is een groeiend deel van de wandelaars jongvolwassen. Waarom?

Wie geen tijd heeft om de honderden kilometers te voet af te leggen, kan terecht bij museum Krona in Uden. In de tentoonstelling De Camino – de reis van je leven kunnen bezoekers op een levend ganzenbord hun eigen variant van de bekende route afleggen. De tentoonstelling werd gemaakt in samenwerking met het Nederlands Genootschap van Sint Jacob, dat dit jaar zijn 40ste verjaardag viert.

De jongerentak van dat genootschap, Young Camino, ziet dat een groeiend aantal jongvolwassenen zich aanmeldt. Voorzitter Fleur van den Heuvel (24): ‘Ze zijn vaak zoekende naar wat ze willen in het leven, in een tussenjaar of na een relatiebreuk. De pelgrim heeft het imago van een oude man met baard en wandelstok, terwijl je tijdens de Camino juist steeds meer jonge mensen tegenkomt.’

Persoonlijke ontwikkeling

Zo ook filosoof Thom Hamer (29). In 2019 liep die met diens moeder van Porto naar Santiago de Compostela. ‘Mijn moeder was net hersteld van een herniaoperatie waarbij het risico bestond dat ze in een rolstoel zou belanden. Maar de operatie was succesvol. Om dat te vieren zijn we de Camino gaan lopen.’

Hamer had al eerder met een vriend een stilteretraite gedaan, omdat die zich aangetrokken voelt tot meditatieve reizen. ‘Ik had de droom ooit een spirituele tocht te ondernemen om mezelf te ontwikkelen. Tijdens zo’n lange wandeling zit je lang met jezelf opgescheept, waardoor je veel tijd hebt om te reflecteren.’

Door de recente hernia van diens moeder, droeg Thom ook haar bagage. ‘Op een gegeven moment kreeg ik last van mijn knie en heb ik de laatste dagen strompelend afgemaakt. Het was afzien.’ De Camino leerde Thom niet toe te geven aan pijn of vermoeidheid. ‘Misschien is het een beetje masochistisch, maar een van de spirituele deugden is volgens mij dat een sterke geest maakt dat een lichaam veel aankan.’

Mentale uitdaging

Advocaat Edine Apeldoorn (25) pakte in 2025 haar spullen om in haar eentje in 27 dagen de Camino te lopen. Ze vertrok van het Franse Saint-Jean-Pied-de-Port. ‘Ik had de thriller De Camino van Anya Niewierra gelezen en de film The Way (een speelfilm van Emilio Estevez uit 2010, red.) gezien. Ik heb me altijd al wel aangetrokken gevoeld door dit soort grootse, vaak mentale, uitdagingen.’

‘Ik hoopte dat dit de sleutel zou zijn, het antwoord op vragen als ‘Wat is het leven?’ of ‘Waarom ben ik hier?’’ Deel van de uitdaging voor Apeldoorn was haar dagen doorbrengen zonder smartphone (enkel met een klaptelefoon voor noodgevallen): ‘Ik dacht, als ik een keer geen telefoon bij me wil hebben, is dit het moment. Ik vond het geweldig en bevrijdend, ik had meer ruimte voor mijn gedachten en om van de natuur te genieten. Er is niet zoveel behalve jezelf, je wandelschoenen en je rugzak. Je gaat terug naar de basis.’

Caminokriebel

Psychologiestudent Morris Burgio (22) was nog maar 17 toen hij zijn eerste pelgrimstocht ondernam, en heeft inmiddels drie stukken van de Camino gelopen. ‘Het begon te kriebelen tijdens de coronapandemie. Ik zag mijn vrienden weinig, kreeg online les. Toen zag ik de film Into the Wild (speelfilm van Sean Penn uit 2007, red. ) over een student die alles achter zich laat en de natuur in trekt. Dat wilde ik ook.’

Morris ging op aanraden van zijn broer naar een camping in Tirol in de zomervakantie: ‘Het was een soort familiecamping en het regende, het leek helemaal niet op Into the Wild. Ik was zo teleurgesteld.’ Hij besloot, wederom op aanraden van zijn broer, te gaan wandelen.

‘Er zijn meerdere wegen naar Santiago de Compostela, en een van die routes liep daar, in Tirol. Op een gegeven moment zag ik het eerste blauwe bordje met een gele schelp, het symbool van de Camino, en ben ik die gaan volgen. Vanaf dat moment had ik een doel. Ik liep in een prachtige omgeving, zag adelaars vliegen en voelde me vrij en zelfstandig.’

Bang, maar wel vet

De meeste Camino-pelgrims lopen in Spanje, Portugal en Frankrijk. ‘In Oostenrijk waren er helemaal geen herbergen om te slapen, dus ging ik langs boeren om te vragen of ik mijn tent op hun land mocht opzetten. Vaak mocht dat, maar één keer heb ik noodgedwongen in de buurt van een snelweg in een bosje geslapen. Ik was bang, maar vond het wel vet. Ik voelde me een avonturier.’

Voor Burgio was het eindpunt van zijn eerste pelgrimstocht een kathedraal in Tirol: ‘Toen ik daar aankwam, voelde ik me heel gelukkig. Ik word er nu nog emotioneel van. Als tiener kun je je gevangen voelen in je omgeving, en dit was voor mij een bevestiging dat er altijd een ander leven bestaat: zelfstandig en in dit geval even weg van de pandemie.’

Eindpunt

Toch is de langverwachte aankomst bij de kathedraal in Santiago de Compostela niet voor iedereen een hoogtepunt. Thom Hamer: ‘Voor mij was het een beetje een ontgoocheling. Er stond een lange rij waarin we moesten aansluiten, het was heel massaal en toeristisch. We hadden zo’n mooie reis gehad, en dan kom je ineens terecht in een toeristische trekpleister.'

Edine had haar aankomst in Santiago ook anders voorgesteld: ‘Ik hoopte op een soort ontlading, een gevoel van verlossing. Maar op het plein was het druk, en toeristen stonden naar me te kijken. Daardoor, en door mijn eigen hoge verwachtingen, viel het een beetje tegen. Maar iedereen op de Camino zegt niet voor niets: het gaat om de reis, niet om de bestemming.’

De Camino – De reis van je leven. Museum Krona, Uden. T/m 25/10.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next