Reinout van der Heijden is hoofdredacteur van de Geldgids.
U ontvangt maandelijks een inkomen van pensioenfonds Zorg en Welzijn. Bij de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel heeft u dit jaar een hogere uitkering gekregen. Onlangs maakte het pensioenfonds bekend dat de eerste jaarlijkse verhoging lager zal zijn dan de inflatie. Dat betekent dat u er in koopkracht op achteruitgaat. Dat was toch niet de bedoeling?
De inflatie bedraagt op dit moment ongeveer 3 procent per jaar. Dat is vrij hoog. Zorg en Welzijn verhoogt de pensioenen in het nieuwe stelsel op basis van het rendement na negen maanden. De uitkeringen van gepensioneerden kunnen in principe met 2 procent worden verhoogd. Dat is minder dan de inflatie, maar de periode is ook korter dan een jaar.
Maar er zit een adder onder het gras. Zorg en Welzijn verhoogt de uitkeringen voor gepensioneerden volgend jaar slechts met 0,6 procent. De jaarlijkse verhoging wordt namelijk gespreid over drie jaar, om een reserve achter de hand te houden voor tegenvallers in latere jaren.
Dit is gebruikelijk, ook bij andere pensioenfondsen. De helft van alle pensioenen is al over naar het nieuwe stelsel, de andere helft volgt binnenkort. Vooral in de eerste jaren van de overgang naar het nieuwe stelsel heeft u als gepensioneerde te maken met deze gespreide verhoging. U verliest aan koopkracht totdat u voldoende reserves hebt opgebouwd.
U moet dus een tijdlang teren op de invaarbonus die u bij de overgang naar het nieuwe stelsel hebt gekregen. De invaarbonus ligt vaak tussen 8 en 20 procent, afhankelijk van het pensioenfonds. Wie al langer met pensioen is, krijgt minder bonus dan iemand die net de AOW-leeftijd heeft bereikt.
Koopkracht en inflatie staan niet meer centraal in het nieuwe pensioenstelsel. De hoogte van het pensioen is afhankelijk van het rendement op de beurs. In het oude stelsel was behoud van koopkracht het hoogst haalbare. Nu kunt u er in koopkracht op vooruitgaan, als de inflatie laag is en het rendement hoog.
In het nieuwe stelsel heeft u een persoonlijke pensioenpot. Dat houdt in dat het beleggingsrisico is afgestemd op de leeftijd. Bent u al met pensioen, dan loopt u minder risico met uw beleggingen. De kans op verlies is dan kleiner. Bovendien zijn er reserves om de uitkering op peil te houden.
Naast de persoonlijke reserve heeft het pensioenfonds een collectieve solidariteitsreserve om te voorkomen dat de uitkeringen van gepensioneerden gaan dalen. Als de rendementen negatief zijn, kan het pensioen uit deze reserve worden aangevuld.
Hoe jonger u bent, hoe hoger het rendement in uw pensioenpot. Als het meezit, kunt u eerder met pensioen. Dan heeft u er geen last van dat de AOW-leeftijd is gestegen. Het beleggingsrisico wordt afgebouwd naarmate de pensioendatum dichterbij komt. Toch is het verstandig om meer te sparen als de AOW-datum in zicht komt. Dan heeft u het meer in eigen hand.
Voor gepensioneerden geldt hetzelfde: zet in ieder geval de eerste jaren na het invaren een deel van uw invaarbonus apart. Reken u niet rijk, want niemand weet hoe het nieuwe stelsel precies uitpakt.
Zelf een vraag? geldvraag@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant