Home

De aangever van de strafcorner: misschien wat onderbelicht, maar o zo belangrijk

De Nederlandse hockeysters walsten in hun derde WK-duel over Japan heen: 9-0. In de schaduw van topschutter Yibbi Jansen speelt Freeke Moes een niet te onderschatten rol als aangever van de strafcorner.

schrijft voor de Volkskrant over hockey, zwemmen en paardensport.

Het is na iedere WK-wedstrijd van de hockeysters een mooi tafereel in het Wagener Stadion in Amstelveen. Tientallen kinderen hangen over de boarding, met stift en telefoon in de aanslag, en gillen op steeds hogere toon: ‘Yibbi, Yibbi, Yibbiiiiii!’

Strafcornerspecialist Yibbi Jansen is de onbetwiste blikvanger van het Nederlands team. Haar verwoestend harde sleeppushes, met snelheden van 105 kilometer per uur, spreken tot de verbeelding, evenals haar bizarre doelpuntenmoyenne in Oranje. In 116 interlands loopt ze met 117 goals meer dan één op één.

Juiste techniek en snelheid

In de derde groepswedstrijd op het WK was Japan woensdagavond geen partij voor de regerend wereld-, Europees en olympisch kampioen. Halverwege het duel in het zonnige Amstelveen leidde Nederland al met 5-0 tegen de nummer 13 van de wereldranglijst, waarna de teller na zestig minuten hockeyen opliep tot 9-0.

Door de derde overwinning op rij is Nederland in de eerste groepsfase als poulewinnaar geëindigd. Vrijdag en zondag komt de ploeg van bondscoach Raoul Ehren uit in de tweede groepsfase van het WK, de tegenstanders waren woensdagavond nog niet bekend. De nieuwe WK-opzet kent geen kwartfinales; de beste vier ploegen van de tweede poulefase gaan door naar de halve finales.

Strafcornerspecialist Yibbi Jansen had het tegen Japan op haar heupen. Voor rust was de 26-jarige speler van SCHC al driemaal trefzeker, na rust prikte ze er nog één bij. Hierdoor staat Jansen met zes WK-goals al onbedreigd bovenaan de topscorerslijst. De overige doelpunten tegen de Japanse vrouwen kwamen op naam van Marijn Veen (2), Felice Albers (2) en Frédérique Matla (strafcorner).

De bescheiden Jansen is altijd de eerste om te benadrukken dat een strafcornergoal een teamprestatie is. Iemand moet de strafcorner ‘halen’ en de rollen van de aangever en de stopper zijn niet te onderschatten voordat de specialist op de kop van de cirkel de trekker kan overhalen.

Het Nederlands team kent met Pien Sanders, Sanne Koolen en Guusje Moes meerdere sterke aangevers, maar één speler steekt er qua balsnelheid en precisie bovenuit: Freeke Moes, de oudste van twee zussen in de WK-selectie.

Bondscoach Ehren noemt het uniek hoe goed de 27-jarige aanvaller van Amsterdam de bal met de juiste techniek en snelheid loepzuiver richting de stopper weet te pushen. ‘Er zijn maar weinig speelsters in de wereld die het zo goed kunnen’, stelt Ehren. ‘Hard en nauwkeurig.’

Zitten kakken

Freeke Moes fungeert al vrijwel haar hele hockeycarrière als aangever bij de strafcorner. ‘Ik ben ermee begonnen toen ik tien jaar geleden in Eindhoven in Dames 1 van Oranje-Rood speelde. Inmiddels denk ik dat ik de combinatie van hoge snelheid én de bal op de juiste plek pushen wel heb gevonden.’

In Eindhoven had de destijds 17-jarige Moes een piepjonge, zeer talentvolle strafcornerspecialist als ploeggenoot: de 16-jarige Yibbi Jansen. Hun hoofdcoach was Toon Siepman, ook mondiaal bekend als erkende strafcornertrainer.

‘Toon heeft mij al vroeg geleerd hoe belangrijk het is om de bal hard aan te geven, zodat Yibbi meer tijd zou hebben voordat de uitlopers eraan kwamen gestormd’, zegt Moes. ‘Ik trainde bij Oranje-Rood toen ook veel samen met Bob de Voogd van Heren 1, hij kon echt heel hard aangeven.’

Siepman weet nog goed hoe hij tussen 2016 en 2018 de ambitieuze Moes onder zijn hoede had, vertelde hij woensdagmiddag kort voor het WK-duel met Japan. ‘Freeke kon van nature al hard aangeven en daar zijn we mee aan de slag gegaan. De afgelopen jaren heeft ze dat verder geperfectioneerd.’

Er komt volgens Siepman veel techniek bij kijken. ‘Als aangever is je houding superbelangrijk, je moet in een bepaalde lijn zien te blijven. Het zwaartepunt van je lichaam moet je goed in de richting van de stopper zien te houden; dan heb je de meeste controle. Anders ga je zwabberen. Ik zeg altijd tegen aangevers: sta stabiel – doe alsof je zit te kakken – en houd je voeten niet te ver uit elkaar. Het gaat erom dat je je lichaamsgewicht bij het aangeven meeneemt om tot de gewenste snelheid te komen.’

Tijdwinst

Moes haalt inmiddels snelheden van 83, 84 kilometer per uur bij het aangeven, zo had Siepman kort voor het WK gemeten. De beste mannelijke aangevers van Oranje zitten tussen de 85 en 95 kilometer per uur. Moes zei verbaasd te zijn over de relatief geringe verschillen met de mannen.

‘Dat vond ik wel grappig om te horen. Ik denk dat de rol van aangever lange tijd wat onderbelicht is geweest. Onder Raoul Ehren en de vorige bondscoach, Paul van Ass, is dat wel veranderd. Sinds enkele jaren trainen we er veel op. Iedereen ziet wat het effect is: als de bal echt hard wordt aangegeven, heeft de strafcornernemer meer tijd om te pushen of om bijvoorbeeld te kiezen voor een variant.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next