Een queer filmmaker krijgt de kans een succesvolle oude horrorreeks nieuw leven in te blazen. Het resultaat is een film die wil loskomen van het rationele en tegelijk misschien te rationeel is.
Een seriemoordenaar slaat toe op een zomerkamp voor tieners, die daar uiteraard net bezig waren hun seksualiteit te ontdekken. Het is de plot van menig jarentachtighorrorfilm, of specifieker: slasherfilm, de zeer bloederige variant.
Het is ook de plot van de fictieve Camp Miasma-reeks die regisseur Jane Schoenbrun (I Saw the TV Glow) opvoert in Teenage Sex and Death at Camp Miasma. Die reeks was razend populair, maar (en ook dat is typisch voor het genre) werd later bekritiseerd vanwege zijn misogynie en transfobie. De jonge queer filmmaker Kris krijgt de kans de reeks nieuw leven in te blazen.
Kris (Hannah Einbinder) is gevormd door het kijken naar de oude Camp Miasma-films. Ze deden haar beseffen dat ze queer is en waren misschien ook wel de bron van haar remmingen op het gebied van seks. Het waren films die haar van alles deden voelen wat ze nog niet kende – en die tegelijk een aanval waren op die gevoelens.
Ter voorbereiding op haar eigen Camp Miasma-film, die de originele serie moet ‘rechtzetten’, zoekt Kris de actrice op die destijds de final girl speelde, de enige die uiteindelijk overleeft. De actrice is blijven wonen op het inmiddels verlaten kampeerterrein waar de orginele films werden opgenomen. Deze Billy (heerlijke rol van Gillian Anderson) verschijnt als uit een fantasie: met haar haren perfect in de krul, een prachtige avondjurk en een enorme emmer gefrituurde kip.
Schoenbrun snijdt veel aan in de film: de vervreemding die het ontdekken van je seksuele identiteit vaak is voor een (queer) vrouw, omdat die altijd zo gevoed is door de blik van buitenaf; de vraag of een film door ons wordt bedacht of dat wij bedacht zijn door de film.
Steeds meer laat Schoenbrun de grenzen vervagen tussen wat echt is en wat niet, als die grenzen er überhaupt al waren. In zekere zin is het punt dat film net zo echt is als realiteit. Omdat het ons vormt, ons maakt.
Alles aan de film is bewust artificieel: de geschilderde achtergronden; de dikke lagen sneeuw; de metershoge bloedfonteinen; de dialogen, die soms potsierlijk letterlijk zijn; en de grote hoeveelheid referenties aan films als Sunset Boulevard, Sleepaway Camp en Friday the 13th. En dan zijn er nog de metagrapjes, zoals de naam van de (uiteraard opnieuw opduikende) moordenaar: Little Death – een verwijzing naar een Franse term voor orgasme.
Het voelt soms net te bedacht, te (zoals Billy ergens Kris typeert) academisch voor een film die juist ook gaat over het loslaten van de ratio en het omarmen van het lijfelijke, van een genre dat draait om ‘vlees en vloeistoffen’, zoals Billy het omschrijft; een genre dat problematisch is, maar waarvan je natuurlijk wel mag houden.
Horrorkomedie
★★★☆☆
Regie Jane Schoenbrun
Met Hannah Einbinder, Gillian Anderson
112 min., in 59 zalen
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant