Home

‘Als in een flashback komt terug hoe ziek heel jonge mensen kunnen zijn’

Tot grote vreugde van medisch coördinator Ronald Kremer gaat het ebolacentrum in het Congolese Beni eindelijk open. De eerste patiënt is er meteen erg slecht aan toe: ‘We hebben haar uit de ambulance moeten tillen omdat ze zo zwak was.’

is buitenlandredacteur van de Volkskrant.

Tot grote vreugde van medisch coördinator Ronald Kremer gaat het ebolacentrum in het Congolese Beni eindelijk open. De eerste patiënt is er meteen erg slecht aan toe: ‘We hebben haar uit de ambulance moeten tillen omdat ze zo zwak was.’

is buitenlandredacteur van de Volkskrant.

‘Ik werd zondag ineens gebeld met de boodschap: het ebolacentrum mag morgen open voor patiënten. Het was juist de eerste dag die een beetje sloom voelde. De lokale autoriteiten hadden in eerste instantie toestemming gegeven om zaterdag open te gaan, maar dat werd plotseling uitgesteld naar dinsdag. Een enorme teleurstelling. Maar na dat telefoontje stroomde de adrenaline weer door mijn lichaam. Ik ben meteen medewerkers op het rooster gaan bellen: je moet morgen om 8.00 uur aanwezig zijn, want dan gaan we open.

‘Ik heb heel onrustig geslapen. Er gingen wel honderd dingen door mijn hoofd die ik nog moest doen. Maar ik had geen paniek. Het centrum is af en ik heb vertrouwen in mijn team.

Medisch coördinator Ronald Kremer (64) doet deze zomer voor de Volkskrant verslag vanuit een ebolakliniek van Artsen zonder Grenzen in de stad Beni in de Democratische Republiek Congo.

‘De afgelopen maand zijn Marius, een arts uit Litouwen, en ik een soort tweeling geworden. We doen alles samen en zitten heel erg op één lijn. Maandag om 7.00 uur liepen Marius en ik al door het ebolacentrum om nog wat laatste dingetjes klaar te zetten. Toen kwamen de medewerkers binnen: drie dokters, acht verpleegkundigen en meer dan dertig hygiënisten die het centrum moeten schoonhouden. Zij moesten allemaal laarzen en kleding krijgen. Het liep wat rommelig, het was duidelijk voor iedereen de eerste keer.

De eerste patiënt

‘De eerste patiënt kwam al heel snel. Ik liep met een paar mensen naar de patiënteningang. Door de open achterdeuren van de ambulance zag ik een jonge vrouw die in elkaar gekrompen lag. Het viel meteen op dat ze heel kortademig was. De afstand was een meter of vijf en we hadden nog helemaal geen informatie gekregen, maar het was duidelijk dat ze heel ziek was. Als in een flashback kwam terug hoe ziek ook heel jonge mensen kunnen zijn.

‘We hebben meteen beschermende kleding aangetrokken. We hebben haar uit de ambulance moeten tillen omdat ze zo zwak was. Het is een vrouw van 23 jaar, ze is klein en angstig. Het is niet leuk om gelijk een patiënt te krijgen die er zo slecht aan toe is. Ze bleek ook twintig weken zwanger te zijn. Ik wist meteen, en iedereen om mij heen, dat het kind het niet gaat redden als het ebola is. Dat hakt erin.

‘Ze ligt in patiëntenkamer 1. Alle patiëntenkamers hebben aan één kant een raam van plexiglas. Via dat raam kan ik in de veilige zone staan en toch van dichtbij observeren wat er gebeurt. Een arts en een verpleegkundige gaven haar een infuus om vocht toe te dienen. We zijn met antibiotica en malariamedicijnen begonnen. Ze kreeg ook zuurstof met een kapje op haar neus.

Bijzonder moment

‘Er kwamen vrij snel meer patiënten, maar zij waren gelukkig in redelijke toestand. Er was een jonge vent van 18 die zat te huilen in de triage. Hij was gewoon heel erg geschrokken. Uiteindelijk trok hij bij en was hij heel meewerkend. Het is fijn dat we psychologen hebben die met alle patiënten een kort welkomstgesprek voeren. Ze bespreken hoe het gaat, waarom iemand zich zorgen maakt en of alle uitleg duidelijk is geweest. Toen ik later langskwam, lag hij lekker te slapen.

‘Ik ben samen met Marius de hoogste besmettingszone ingegaan. Nu we de pakken aanhadden, konden we elkaar voor het eerst een knuffel geven. Vanwege de veiligheidsvoorschriften mogen medewerkers elkaar zonder beschermende kleding nooit aanraken. Het was een heel bijzonder moment. We hebben samen de voorbereidende training gehad in Brussel, we zijn hier bijna tegelijk aangekomen, we hebben samen een heel stuk van de opbouw gedaan en nu lopen we samen in pak door het ebolacentrum.

‘We zijn bij alle patiënten langsgeweest. Eigenlijk ben je achter het plexiglas net zo dichtbij, maar het voelt anders. Je kunt persoonlijk contact leggen en elkaar even aanraken. Ik ben bij die jonge vrouw op de rand van het bed gaan zitten en heb haar hand even vastgehouden. Ik maak me erg zorgen om haar.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next