Studenten Nederlands uit de hele wereld – ja die zijn er volop – kunnen aan de Universiteit Gent tijdens een zomercursus lekker veel oefenen in het Nederlands spreken. De Volkskrant liep een dag mee en ervoer meer waardering voor onze taal dan menig moedertaalspreker heeft.
schrijft voor de Volkskrant over popmuziek en human interest.
Studenten Nederlands uit de hele wereld – ja die zijn er volop – kunnen aan de Universiteit Gent tijdens een zomercursus lekker veel oefenen in het Nederlands spreken. De Volkskrant liep een dag mee en ervoer meer waardering voor onze taal dan menig moedertaalspreker heeft.
schrijft voor de Volkskrant over popmuziek en human interest.
Milde spanning in het gebouw van de faculteit letteren en wijsbegeerte van de Universiteit Gent. Er zal zo een debat losbarsten en een scherm laat zien waarover de woordenstrijd zal gaan. De stelling: ‘Alle kinderen moeten verplicht tweetalig onderwijs krijgen vanaf de basisschool.’
Veertien denkwolkjes vormen zich boven de veertien jonge hoofden van de verzamelde studenten Nederlands uit onder andere China, Argentinië, Polen, de Verenigde Staten en Tsjechië. Zeven in kamp voor en zeven in kamp tegen, die met pen, notitieblok en tablet munitie verzamelen om gaten te schieten in de stelling. Met de geïmproviseerde naambordjes en de schoolbankjes in een halve cirkel heeft lokaal 2.4 vandaag de ambiance van een informele versie van een VN-jongerenconferentie.
Met nog 86 anderen volgen de veertien de zomercursus van de Taalunie, die bestaat uit onder meer workshops literair vertalen, een taalolympiade en de debatworkshop. De Taalunie, opgericht door de overheden van Nederlandstalige landen, is ‘de organisatie die het Nederlands in Vlaanderen, Nederland, Suriname en de rest van de wereld versterkt’. En dat behelst meer dan waar de meeste mensen haar van zullen kennen: het opstellen en bijhouden van de woordenlijst met de officiële spelling van woorden, voorheen het Groene Boekje – hoe je pannenkoek dient te spellen dus.
De Taalunie organiseert jaarlijks ook een zomercursus waarin studenten Nederlands van over de hele wereld twee weken lang de gelegenheid krijgen om in België of Nederland hun taalvaardigheden aan te scherpen en zich te verdiepen in de Vlaamse en Nederlandse cultuur.
Dus zie je Petra Luzova (23) uit Tsjechië, Michal Gulan (24) en Zuza Olbrych (20), beiden uit Polen, en Duitser Dean Klein (23) met de drie andere studenten – allen in het voorkamp – de koppen bij elkaar steken. Er ontvouwt zich een opmerkelijk tafereel waarin clubjes studenten uit alle hoeken van de wereld proberen tot een gemeenschappelijk oordeel te komen, met het enige dat ze met elkaar gemeen hebben, hun lingua franca, het Nederlands.
Als de klok aangeeft dat de bedenktijd om is, brandt de verbale strijd binnen beschaafde kaders los. Zuza (voor) vindt de jonge leeftijd een pre omdat nu eenmaal is aangetoond dat jonge kinderen veel sneller een tweede taal leren. Terwijl Sira van mening is dat juist op jonge leeftijd de éígen taal leren belangrijk is. Hoe kun je die goed beheersen en behouden als je een tweede taal erbij leert? Mag Petra (voor) erop wijzen dat je heus niet je identiteit verliest als je een andere taal leert?
De strijd is per definitie onbeslist. Het gaat er vandaag om dat de studenten in een woordenwisseling hun schroom overwinnen om complexe redeneringen uit te drukken. En dus beloont de cursusleider, met een duidelijke hang naar positive reinforcement, elke bijdrage met een ‘dat heb je heel mooi gezegd’.
Er is geen winnaar, geen verliezer. Er is wel een vraag die in de lucht blijft hangen. Een vraag ook die de meeste Nederlanders zouden stellen, gezien de beperkte reikwijdte van hun moedertaal op het mondiale toneel. Waarom? Waarom zou je je als Pool of Chinees inspannen om je zo’n eigenaardig, pietepeuterig taaltje eigen te maken?
Precies die vraag kreeg Petra toen ze gisteren in haar beste Nederlands souvenirs voor thuis wilde kopen en zich geconfronteerd zag met een winkelier die zijn wenkbrauwen fronste over Polen die Nederlands probeerden te spreken. Ze heeft familie in de buurt van Antwerpen, zegt ze na de workshop. ‘Ik voel me hier thuis en nu kan ik ook met de Vlaamse kant van mijn familie in hun taal spreken.’
Verspreid door dit stuk staan video’s waarin vier deelnemers van de zomerworkshop zichzelf voorstellen, vertellen waarom ze Nederlands studeren en uitleggen wat er zo leuk is aan het Nederlands.
Michal houdt nu eenmaal van de klank van het Nederlands. Dean, vergezeld van een schriftje waarin hij alle woorden noteert die nieuw voor hem zijn, koos de bijvakken politiek en Nederlands voor zijn lerarenopleiding in Duitsland. ‘Omdat ik de Nederlandse taal en cultuur echt mooi vind en ook omdat Nederland een van de grootste handelspartners is van Duitsland. Ik vind het ook interessant om meer te leren van de economische en politieke kant.’
Petra was au pair in Den Haag, maar ‘toen spraken we alleen Engels’. In de tien maanden dat ze in Den Haag woonde bloeide desondanks de liefde op. ‘Ik heb een cursus Nederlands gevolgd. Terug in Polen ben ik begonnen met mijn studie Nederlands.’
Ja, ook aan het thuisfront werd achter de oren gekrabd over zo’n exotische studiekeuze.
Michal: ‘Mensen in Polen kennen Nederland als land waar je naartoe gaat om te werken. Toen ik zei dat ik Nederlands ging studeren vroegen ze wat ik in Noorwegen ging doen.’ Zuza lacht. Ze herkent een hardnekkige Pools misverstand dat Noorwegen en het Nederlands op een of andere manier aan elkaar gelinkt zijn.
Zij zou in eerste instantie psychologie gaan studeren, wat meer kansen zou bieden. ‘Mijn moeder was niet blij. Pas toen mijn tante, die vrienden heeft die Nederlands naar Pools vertalen, haar vertelde dat je met Nederlands prima aan de slag kunt in Polen, veranderde ze van mening.’
Bij Petra thuis zeiden ze: ‘Ja, maar daar spreken ze toch ook allemaal Engels?’ En in Duitsland heerst, volgens Dean, nog steeds het vooroordeel dat iedereen in Nederland ook Duits spreekt. Dus waarom zou je Nederlands willen leren?
Toch bestaat er in genoemde buitenlanden wel degelijk kennis van en interesse voor het Nederlands. Van de vandaag aanwezigen behoort iedereen tot een keur van studenten die in hun vaderland al een meer elementaire zomercursus Nederlands hebben gevolgd.
Op bijna alle continenten wordt Nederlands op universitair niveau onderwezen. Er zijn zomercursussen in Centraal Europa, in landen rond de Middellandse Zee, in Zuid-Afrika, Indonesië, Argentinië, de Verenigde Staten en Canada.
De belangstelling voor de vervolgcursus op locatie is enorm. Volgens Gunther Van Neste, algemeen secretaris van de Taalunie, zijn er elk jaar honderden studenten Nederlands in den vreemde die hun taalkennis hier in praktijk willen brengen.
‘De studenten leren hier in eerste instantie hun Nederlands aan te scherpen, maar een ander resultaat van onze zomercursus dat niet meteen tot uiting komt, is het netwerk dat die studenten opbouwen. Je moet het zo zien: die honderd studenten die jaarlijks naar Gent komen, zijn de toekomst van het Nederlands in de wereld. Veel van hen kom je later tegen als professor of docent Nederlands in het buitenland.’
Hij noemt de zomercursus een vliegwiel die de carrière van de studenten een impuls kan geven. Ook, zegt hij, is de cursus het vlaggenschip van de Taalunie, omdat het ‘ook de toekomst van ons Nederlands in de wereld verzekert’.
Er lijkt dus een discrepantie te bestaan tussen de gecultiveerde bescheidenheid van moedertaalsprekers over hun taal en de interesse voor het Nederlands over de grenzen.
Van Neste: ‘O, absoluut. Het Nederlands is populair in het buitenland. Dat komt – en daar zijn we ons in België en Nederland niet altijd zo van bewust – omdat we op mondiaal niveau een belangrijke speler zijn. We behoren tot de sterkste exporteconomieën van de wereld.’
Hij zag laatst zelf hoe kennis van het Nederlands op het internationale, industriële toneel een verschil kan maken. ‘Op een colloquium in Italië werd een samenwerkingsproject besproken tussen de havens van Triëst, Antwerpen en Rotterdam. Bedrijven in Triëst aasden al jaren op contracten maar dolven altijd het onderspit tegen bedrijven uit Albanië en Griekenland. Maar sinds ze onderhandelaars in dienst hebben die Nederlands spreken, hebben ze die contracten binnengesleept.’
Het is de paradox van het Nederlands: een taal die mondiaal op macro-economisch niveau aardig meekomt, maar die in Nederland zelf subiet wordt ingewisseld voor het Engels zodra een buitenlander in het Nederlands een vraag probeert te stellen. Sterker: hier lijkt in hippe grootsteedse winkelketens het ‘Wordt u al geholpen?’ standaard vervangen door een hardnekkig ‘Can I help you?’
Van Neste kent de voorbeelden uit zijn eigen professionele praktijk. Hij herinnert zich een confrontatie toen hij net secretaris was van de Taalunie en tegenover professoren uit Italië, Zuid-Korea en Argentinië stond die perfect Nederlands spraken.
‘Toen ik vroeg wat hun belangrijkste advies aan de Taalunie was, was het antwoord: ‘Wij kennen geen enkele andere regio die zijn eigen taal zo onderuit haalt. Wij sturen studenten naar Vlaanderen en Nederland om de taal te leren en ze worden continu in het Engels en Frans aangesproken. Dit kan niet langer.’ Dat kwam wel binnen bij mij. De studenten worden er nu ook op getraind om in de dagelijkse communicatie hier hun gespreksgenoten te verzoeken om vooral Nederlands te spreken.’
En de native speakers, excuus, de moedertaalsprekers dan? Zouden die geen cursus ‘Herwaardering van de moedertaal’ kunnen gebruiken?
Het ligt volgens Van Neste iets genuanceerder. ‘Er is bij ons wel degelijk sprake van een gegroeide waardering voor de eigen taal. Kijk naar de opkomst van Nederlandstalige singer-songwriters. Kijk naar de grote popfestivals. In de jaren negentig was het uitgesloten dat een Nederlandstalige act daar de hoofdact kon zijn. En nu heb je bijvoorbeeld Froukje en De Jeugd van Tegenwoordig die die functie met glans vervullen.’
Het is, wil hij maar zeggen, een beetje vanuit welk perspectief je het bekijkt. Misschien dat de hoger opgeleide Nederlanders en Vlamingen baat zouden hebben bij het besef dat je niet zo makkelijk je toevlucht tot het Engels hoeft te nemen bij elke conversatie met een anderstalige.
‘Juist in die groep zie je mensen uitpakken met hun kennis van Engels. Terwijl die anderstalige – en dat blijkt uit allerlei studies – bijna smeekt om zijn Nederlands te kunnen oefenen.’
Hij weet niet hoe hij de vraag waarom Nederlanders blijven volharden in het Engels in hun dagelijkse conversatie met anderstaligen, zou beantwoorden zonder daarbij negatief te klinken. Paternalisme?
Hij twijfelt. ‘Dat is een woord dat ik in deze context soms gebruik. Maar misschien is het meer de houding die zegt: kijk eens wat ik kan, ik druk me in het Engels uit, ik ben modern, ik ben een wereldburger. Terwijl het die ander daarmee de kans ontneemt het Nederlands te leren en te oefenen.’
Tegelijk rijst de vraag of, met vertaalprogramma’s die het anno 2026 mogelijk maken om in perfect Mandarijn de weg naar het centraal station van Bejing te vragen, een studie vreemde taal gedoemd is uit te sterven? Of het een kwestie tijd is voordat we als globetrottende polyglotten door het leven gaan die hun taalkennis hebben uitbesteed hun telefoon? En ja, Van Neste zag zelf een sterke daling in de interesse voor talenstudies tijdens de covidpandemie.
‘Dat had ermee te maken dat toen alles plots digitaal kon en je ook instant digitale vertalingen kon laten maken. Maar de laatste twee jaar zien we een kentering. Het aantal studenten dat interesse toont voor een vreemde taal neemt weer toe. Volgens mij zijn mensen tot het inzicht gekomen dat AI tekortschiet bij de emotie die je als mens wil uitdrukken. Er zit een menselijk aspect aan taal dat nooit vervangen kan worden door machines.’
Of, zoals Dean uit Duitsland het eerder die dag bevlogen verwoordde: ‘Als we in de Europese samenleving elkaar beter willen begrijpen is het belangrijk om ook met elkaar in onze moedertaal te kunnen communiceren. Je leert er over de eigenaardigheden en de nuances waardoor je elkaar veel beter begrijpt.’
Het kwam er in perfect Nederlands uit.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant