Home

Ook de elektrische Ferrari is een symbool voor nog te vervullen dromen

werkt sinds 2012 voor de Volkskrant als journalist en columnist.

Hoewel elektrische auto’s niet op aarde zijn om het klimaat te redden, maar vooral om de auto-industrie te behouden, bestaat wereldwijd toch het hardnekkige idee dat elektrische wagens de zoveelste poging zijn van de verwijfde en moralistische elite om de gewone man zijn geneugten af te nemen.

Kijk bijvoorbeeld naar wat er gebeurde toen Ferrari eind vorig jaar aankondigde een elektrische variant op de markt te zetten: de wereld was te klein.

De rechtse minister van Transport ontstak nog dezelfde dag in woede en voormalig Ferrari-topman Luca di Montezemolo zei dat alleen al het idee van een niet-fossiele Ferrari zo blasfemisch was, en het ontwerp van deze Ferrari Luce bovendien zo wanstaltig, dat het enige voordeel zou zijn dat ‘de Chinezen deze auto in ieder geval niet zullen kopiëren’.

Over de auteur
Jarl van der Ploeg is journalist en columnist voor de Volkskrant. Hij werkte eerder als correspondent in Italië. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Liefhebbers vonden het verschrikkelijk dat het machtige gebrul van de V12-benzinemotor, dat na een dot extra gas verandert in die karakteristieke hoge gil, plaats zou maken voor vier brave elektrische motoren die hoogstens een afgestompt, in bubbeltjesplastic verpakt geluid produceren.

Dat Ferrari-liefhebbers emotionele wezens zijn, is natuurlijk algemeen bekend. Toen ik de Ferrari-directeur ooit in de fabriek in Maranello (die ik enkel mocht betreden als ik zwoer gedurende het hele interview een blik van wulpse verrukking te tonen) vroeg wat hij eigenlijk van de auto’s van Red Bull vond, sloeg de directeur met zijn vuist op tafel, zei dat Ferrari al races won ‘toen Red Bull nog niet eens een blikje was’, waarna ik door zijn assistent werd verzocht het pand subiet te verlaten.

Ferrari, zo leerde ik toen, is veel meer dan een automerk. Het is een object van verlangen en een symbool van nog te vervullen dromen. Het is een oerdrift. Volkskrant-journalist Peter Giesen omschreef het ooit treffend als ‘een machine waarmee een man de oermens in zichzelf kan loslaten’. Daarom was de weerstand tegen die moderne, elektrische variant ook zo groot. ‘Sigmund Freud zei het al: beschaving vereist het intomen van onze driften, maar dat gaat ten koste van ons geluk’, aldus Giesen.

Het gevaar, de snelheid, het temmen van de feeks, allemaal behoren ze tot die diep gekoesterde oergevoelens waarvan de moderne mens er steeds meer moet inleveren. Eerst was er de vegetarische hamburger, toen zei de Gezondheidsraad dat ook één glas alcohol tegenwoordig al ongezond is en nu pakken die klootzakken ook de Ferrari af van de gewone man.

Niet voor niets steeg er vanuit alle voorspelbare hoeken en gaten een triomfantelijk gejuich op toen de beurskoers 20 procent daalde na de aankondiging van de eerste elektrische variant. En toen er nogmaals 8 procent verdampte nadat de eerste ontwerptekeningen wereldkundig waren gemaakt, klonk er zelfs hoongelach – go woke, go broke.

Maar toen brak maandag aan en werd de allereerste Ferrari Luce geveild voor 35 miljoen euro, waarmee het in een klap de duurste nieuwe auto is die ooit op een veiling is verkocht.

Jazeker: de Ferrari als symbool van nog te vervullen dromen, want als je zelfs de Italianen aan elektrische sportwagens krijgt, dan is het een kwestie van tijd voordat ook de Duitsers hun diesels afzweren, de meest verstokte trumpstemmers een elektrische Ford F-150 aanschaffen en zelfs PVV-Statenlid Ronald van Tiggelen voortaan enkel nog demonstrerende klimaatactivisten zal aanrijden met een Hyundai Kona Electric.

Verandering is eng en stuit daarom vaak op weerstand. Maar zodra die weerstand is gebroken, is daar gelukkig bijna altijd: vooruitgang!

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next