De Nederlandse industrie heeft in het tweede kwartaal van 2026 een flinke groeispurt gemaakt. De omzet lag 8,4 procent hoger dan in dezelfde periode een jaar eerder. Vooral de chemische industrie en de raffinaderijen wisten te profiteren.
Het is de grootste stijging voor de Nederlandse industrie sinds 2022, meldt statistiekbureau CBS. De industriële omzet lag 6,1 procent hoger. De afzetprijzen, ofwel de verkoopprijzen die bedrijven vragen voor producten of diensten, stegen met 6,2 procent. De industriële omzet bij afnemers in het buitenland steeg met 9,7 procent. Daar lagen de prijzen 4,2 procent hoger dan een jaar eerder.
De branche raffinaderijen en chemische industrie zette in het tweede kwartaal 31,2 procent meer om dan een jaar eerder. De afzetprijzen in deze branche stegen met 19,8 procent.
In de onderliggende branches zijn de verschillen groot. De omzet van de aardolie-industrie was 83 procent hoger. De omzet in de overige branches, zoals de chemische, farmaceutische en rubber- en kunststofindustrie, steeg minder hard of daalde. De afzetprijzen van de aardolie-industrie lagen 40,5 procent hoger dan een jaar eerder.
De voedings- en genotmiddelenindustrie was de branche met de grootste omzetdaling. De omzet was 6,7 procent lager dan in het tweede kwartaal van 2025. Dit kwam vooral door 5,9 procent lagere afzetprijzen. De industrie telde in het tweede kwartaal van 2026 79 faillissementen. Dat waren er vijf meer dan in dezelfde periode een jaar eerder en zes meer dan in het voorgaande kwartaal.
In de industrie verwachten meer ondernemers eerder een hogere dan een lagere omzet in het derde kwartaal van 2026. Per saldo verwacht 15,5 procent van de ondernemers meer omzet in het derde kwartaal. Sinds het tweede kwartaal van 2022 zijn ze niet meer zó positief geweest over hun omzetverwachting. Een kwartaal eerder verwachtte per saldo 7,6 procent van de ondernemers een omzetstijging.
Aan het begin van het derde kwartaal noemden ondernemers het tekort aan arbeidskrachten (26,6 procent) en onvoldoende vraag (24,6 procent) als de belangrijkste belemmeringen voor hun bedrijfsvoering. Ondernemers noemden een tekort aan productiemiddelen of financiële beperkingen minder vaak. In de industrie ervaart 31,1 procent van de ondernemers geen belemmeringen.
Source: Nu.nl economisch