Home

Illustraties vooral geschikt voor kinderboeken? Dan heb je deze hoogleraar nog niet horen praten

De colleges van Emilie Sitzia, bijzonder hoogleraar illustratie aan de Universiteit van Amsterdam, zijn razend populair, en ook het vakgebied wint aan waardering. Aan de hand van vijf goed gekozen voorbeelden toont ze de kracht van een tekening.

Ze mag dan wereldberoemd zijn, in 1956 moest Fiep Westendorp knokken om haar werk in een ‘echt’ museum te kunnen exposeren. Met tegenzin stemde de toenmalige directeur van het Stedelijk Museum Amsterdam, Willem Sandberg, er in 1956 mee in. De hiërarchie moest echter duidelijk blijven: dit is geen kunst, het was een ‘illustratieve expositie’.

Nu wordt Westendorps werk gevierd in het Amsterdamse Rijksmuseum en raakt men over de expositie niet uitgepraat. Zoals Emilie Sitzia, bijzonder hoogleraar illustratie aan de Universiteit van Amsterdam (UvA): ‘Ik ben zo blij met Fiep in het Rijksmuseum, het is bijna een soort wraak voor haar.’

Ze noemt de tentoonstelling een typisch voorbeeld van de groeiende belangstelling voor het vakgebied van illustratie. Sitzia is sinds 2017 de enige hoogleraar illustratie die Nederland kent, met dank aan de Fiep Westendorp Foundation.

Vanuit haar onderzoekspositie aan de UvA bestudeert ze boeken, tekenkunst, kunstgeschiedenis en literatuurtheorie. Een van haar vele specialiteiten zijn 20ste-eeuwse illustraties van vrouwelijke illustratoren. Maar naar haar colleges kunstgeschiedenis nemen studenten van alles mee: van politieke karikaturen tot manga en van theateraffiches tot Efteling-sprookjesprenten.

Over de recente aandacht voor het vakgebied zegt de hoogleraar dat het tijd werd. ‘Illustratie is zo lang niet gezien als de volwassen en autonome kunstvorm die het is. En soms nog steeds. Mensen denken vaak aan een onaffe schets, een illustratie voor een technische handleiding of een kindertekening.’

Meer aandacht

Deze zomer werd de aanstelling van Sitzia dankzij steun van de Fiep Westendorp Foundation en het Van Gogh Museum fors uitgebreid: ze krijgt twee keer zo veel tijd voor onderzoek en onderwijs. ‘Veel mensen wisten dat Van Gogh priester wilde worden, maar wat ze niet weten, is dat hij ook illustrator wilde worden. Het Van Gogh museum is nu bezig om zijn krantenknipsels met illustraties te bundelen – dat zijn er meer dan tweeduizend.’

De extra middelen kwamen als geroepen; Sitzia werkt aan een boek en een symposium, en is daarnaast druk met haar studenten. Haar kunsthistorische colleges zitten altijd bomvol. ‘Wat me ieder jaar weer verbaast, is dat we nieuwe stoelen ergens vandaan moeten toveren voor de studenten. De deur wordt gewoon platgelopen.’

Volgens haar doet al deze aandacht recht aan de maatschappelijke betekenis van illustratie en tekenkunst. ‘Jongere generaties groeien op met memes, infographics en animaties. Ze voelen de noodzaak om deze beelden te kunnen lezen, begrijpen en duiden.’

Speciaal voor de Volkskrant nam Sitzia vijf afbeeldingen mee om aan de hand daarvan de ontwikkeling van het vakgebied te duiden. Maar bovenal om de kracht van het medium te tonen: een kunstvorm met uitzonderlijk veel zeggingskracht en maatschappelijke impact.

Gustave Doré (1832-1883): boekillustratie ‘The Reign of Ivan the Terrible’

Wat zien we hier eigenlijk, een vlek?

‘Dit is een illustratie uit een boek vol prenten van Gustave Doré over de bloedige Krimoorlog (1853-1856, red.). Doré is een bekend illustrator die onder meer tekende voor schrijvers als Dante, Balzac, Edgar Allan Poe, en die de Britse editie van de Bijbel voorzag van beeld.

‘In een boek dat vol staat met gedetailleerde, realistische zwart-wit afbeeldingen, knalt deze eruit. Doré moet hebben gedacht: je kunt alleen de intensiteit van het geweld weergeven door het níét te laten zien. Ik vind de illustratie shocking en tegelijkertijd briljant.’

Waarom wilde u beginnen met deze afbeelding?

‘Om te laten zien dat illustratoren toen al bezig waren met abstractie en concept. Het vooroordeel dat een illustratie alleen maar een getekend figuurtje of iets dergelijks kan zijn, is dus al meer dan 150 jaar geleden weerlegd.’

Fiep Westendorp (1916-2004): affiche tentoonstelling ‘Boek-illustratoren’

Waarom koos u uitgerekend dit werk van Fiep Westendorp?

‘Veel mensen kennen Fiep van Jip en Janneke. Maar ze heeft zo veel meer gedaan. Het beeld dat we hier zien is een affiche voor een van de eerste grote illustratie-exposities in Nederland, in het Stedelijk Museum Amsterdam. Dit is die expositie waarbij Willem Sandberg eiste dat het een ‘illustratieve expositie’ genoemd zou worden, en niet gewoon een kunstexpositie.

‘In dit affiche uit Westendorp haar ongenoegen over Sandbergs standpunt. We zien twee keurig geklede museumbezoekers voor een poster; ze proberen alle namen te lezen van de 28 tentoongestelde illustratoren, die destijds allemaal behoorlijk beroemd waren.

‘De poster is gewoon aan de muur gespijkerd en er zit geen lijst omheen. De leespositie van de kijker is ook totaal onlogisch, omdat de leesrichting een kwartslag gedraaid is. Dit is hoe er met die bekende illustratoren werd omgegaan, zo van: o ja, hier gaan deze mensen ook nog even wat laten zien.’

‘Voor veel vrouwelijke illustratoren geldt dat hun werk voor kinderprentenboeken de rest van hun artistieke oeuvre overschaduwt. Dat zie je ook bij de volgende illustrator.’

Tove Jansson (1914-2001): boekillustratie uit ‘De Moemins en de grote overstroming’

Tove Janssons werk werd ook overschaduwd door haar kinderillustraties, zei u?

‘Ja, haar stripverhalen van de Moemins waren ontzettend populair. De Moemin-personages zijn heel herkenbaar en ze hebben allemaal heel verschillende persoonlijkheden; iedereen heeft wel een Moemin-personage waarmee die zich kan identificeren. Daarnaast is de wereld die Jansson schetst echt prachtig.

‘Maar Jansson was ook heel actief voor het Finse satirische tijdschrift Garm, waarvoor ze meer dan vijfhonderd karikaturen en honderd omslagen maakte. Veel ervan waren politiek getint. Zo maakte ze bijvoorbeeld tijdens de Tweede Wereldoorlog anti-nazikarikaturen die heel grappig zijn. Maar niemand kent die werken.’

Ziet u dat activisme ook terug in dit beeld uit De Moemins en de grote overstroming?

‘Dat denk ik zeker. Het boek werd gepubliceerd in de laatste maanden van de Tweede Wereldoorlog. Het verhaal gaat over een natuurlijke catastrofe, maar ook over een door de mens veroorzaakte ramp, de Tweede Wereldoorlog. De beelden vertellen een verhaal over vluchten, samenwerken en solidariteit. In een omgeving die behoorlijk vijandig is, zijn de Moemins samen, houden ze elkaars hand vast, staan ​​ze zij aan zij en helpen ze elkaar. Dit idee van solidariteit in het licht van een ramp was destijds een krachtig statement.’

Een politiek statement in een kinderboek dus?

‘Mensen vergissen zich hier vaker in, maar kinderboeken zijn serious business. Daar mag best wat meer aandacht voor komen. Kinderboeken vertellen jonge mensen wat wij belangrijk vinden in de samenleving.

‘Jansson nam, als schrijver en als illustrator, haar lezers – van welke leeftijd dan ook – en haar personages zeer serieus. Door geen enkel ‘moeilijk’ onderwerp te schuwen, heeft ze het genre naar een hoger niveau getild. Ze werd een voorbeeld voor veel illustratoren in Europa. Haar verfijnde stijl, de diepgang van haar personages en de complexe situaties waarin ze hen plaatst, hebben de weg vrijgemaakt voor vele andere illustratoren.

‘En trouwens, als je vandaag de dag naar dit boek kijkt, moet je denken aan klimaatverandering, toch?’

Een soort klimaatactivisme avant la lettre; Jansson was haar tijd ver vooruit.

Brian Elstak (1980): Campagnebeeld tentoonstelling ‘Heden van het slavernijverledenheden’

U heeft dit beeld gekozen om het over hedendaagse activisme te hebben. Wat zien we hier?

‘Een afbeelding van de Nederlandse illustrator Brian Elstak. Hij maakte dit in 2017 voor een tentoonstelling van het Wereldmuseum Amsterdam, over het slavernijverleden in Nederland en de gevolgen daarvan. Het laat goed zien dat in een illustratie verleden en heden in één beeld kunnen samenkomen. Dit beeld vangt ook de boodschap waar veel activisten achter staan: het persoonlijke is politiek.

‘Het beeld communiceert dat allemaal in één oogopslag. Ik denk dat illustratie zich daarom zo goed leent voor activisme: het zorgt voor gelaagde beelden die empathie opwekken. Je kan wel een manifest uitdelen, maar wie gaat dat nou lezen? Een treffend beeld is veel krachtiger.’

Tijmen Snelderwaard (1994): illustratie voor ‘de Volkskrant’

Wat zien we hier?

‘Een illustratie van Tijmen Snelderwaard, voor een artikel in de Volkskrant over AI- software die computercode schrijft. Online kun je zien dat het een bewegende animatie is. Overigens niet met AI gemaakt, maar ik wilde het wel over dit onderwerp hebben. Het is zo prominent geworden binnen ons vakgebied.

‘In deze afbeelding is uitgebeeld wat het probleem is met AI: door illustraties te maken met een computer, een gesloten systeem, haal je al het menselijke eruit. Zo is illustratie niet bedoeld; het communiceert juist naar buiten toe.

‘De valkuil binnen het vakgebied is dat we te gefocust raken op resultaat. In de snelheid raakt een belangrijke fase van het maakproces verloren: het twijfelen, het schetsen, nuanceren en verbanden leggen. Er zit een lange tijd tussen ontwerpvraag en antwoord. Door AI wordt deze cruciale stap overgeslagen. Daarnaast heeft een illustrator een eigen uniek referentiekader en zienswijze; AI heeft gewoon een bak informatie.

‘Maar het mooie is: door deze ontwikkelingen met AI neemt de vraag naar authenticiteit toe. Vakmanschap wordt weer gewaardeerd, en dat geldt ook voor illustratie. Vooral het kleurpotlood maakt een opmars in hedendaags werk.’

Emilie Sitzia is mede-initiatiefnemer van de conferentie Word, image & Social Dynamics (24-28/8) aan de Universiteit van Amsterdam.

Emilie Sitzia: llustration, Book Art and Artists’ Books – An Expanding Art Form, Europe 1850-1960’s. Bloomsbury (open access). Verschijnt eind 2026.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next