Kabuki Trots op kabuki: het is verleidelijk het enorme succes van de film ‘Kokuho’ – over een zoon van de yakuza die in het tradionele theater belandt – te verbinden met de nationalistische golf in Japan.
Kabuki staat centraal in ‘Kokuho’, theater waarin geschminkte acteurs gestileerde en geabstraheerde bewegingen maken, begeleid door muziek op traditionele Japanse instrumenten.
Kokuho. Regie: Lee Sang-il. Met: Ryo Yoshizawa, Ryusei Yokohama, Ken Watanabe. Lengte: 175 min.
Te zien in de bioscoop.
Met een opbrengst van ruim 130 miljoen dollar en de tiende plek op de lijst best bezochte films aller tijden, werd Kokuho in zijn thuisland Japan een cultureel fenomeen. En dat voor een film over kabuki, de Japanse theatervorm waarin gestileerde en geabstraheerde bewegingen van acteurs begeleid worden door muziek gespeeld op traditionele instrumenten zoals de shamisen (snaarinstrument met drie snaren) en de shakuhachi (fluit), met allerlei percussie. Het is verleidelijk te denken dat de film perfect aansluit bij de conservatief-nationalistische koers van de populaire Japanse premier Sanae Takaichi. Trots op kabuki, als kunstvorm sinds 2008 opgenomen in het Unesco-Werelderfgoedregister, hoort daarbij.
Kabuki stamt uit de zeventiende eeuw en de begintitels van Kokuho maken duidelijk dat het shogunaat (militaire regering) uit angst voor zedenverwildering vrouwen verbood op te treden. Dit verbod leidde tot ‘onnagata’: mannen die met falsetstem vrouwenrollen spelen.
Gedurende vijftig jaar, tussen 1964 en 2014, volgt de film van regisseur Lee Sang-il twee onnagata. Kikuo is de zoon van een yakuza-baas die na een mislukte wraakactie uit Tokio vlucht. Hij wordt onder de hoede genomen door een befaamde kabuki-acteur, wiens zoon Shunsuke zijn opvolger moet worden. Als Kikuo getalenteerder blijkt dan de zoon, levert dat problemen op; van oudsher is in Japan opvolging belangrijker dan meritocratie. Desondanks worden Kikuo en Shunsuke vrienden; het is vooral hun omgeving die ze tegen elkaar opzet. Aanvankelijk heeft de minder gedisciplineerde Shunsuke er vrede mee dat de gedreven Kikuo, als yakuza-zoon gezegend met een enorme tatoeage op zijn rug, de betere acteur is.
De twee hoofdrolspelers in ‘Kokuho’.
Naast de in de tijd veranderende verhouding tussen de twee hoofdrolspelers gaat Kokuho over de prijs die je moet betalen om de beste te worden in je professie. Hoe zelfzuchtig mag iemand met een torenhoge ambitie zijn? Is de zoektocht naar ultieme schoonheid zaligmakend? Dat Kokuho in de afwikkeling van zijn plot af en toe melodramatisch is, past wonderwel bij de verhalen die kabuki vertelt. Hierbij gaan (maagdelijke) vrouwen ten onder aan hun passie of worden ze verteerd door hun intense emoties – in westerse opera’s komen vrouwen er trouwens niet veel beter vanaf.
Het bijna drie uur durende Kokuho is op zijn best in de vele kabuki-sequenties die prachtig geënsceneerd worden. Close-ups die focussen op de emoties van de geschminkte en fraai uitgedoste acteurs worden afgewisseld met totaalshots vanuit het gezichtspunt van de toeschouwer. Wat opvalt zijn de sierlijke decors, de onbeweeglijke musici op het podium en het podium dat gedeeltelijk het theater inkomt, waardoor toeschouwers de acteurs bijna kunnen aanraken. In een shot komt de zaal in beeld en wie goed oplet, kan een vrouw zien huilen. Een figurant die duidelijk gegrepen was door het schitterende schouwspel dat zich voor haar ogen ontvouwde. Zij is een mooie stand-in voor de bioscoopbezoeker die meegesleept wordt door Kokuho en de verfijnde schoonheid van kabuki.