Home

Opinie: Vrijheid in Iran kan niet van buitenaf worden opgelegd

De oorlog tegen Iran werd gepresenteerd als een manier om Iraniërs hun toekomst in eigen hand te laten nemen. Maar die toekomst lijkt verder uit zicht te zijn geraakt.

Op zaterdagochtend 28 februari, de eerste dag van de Amerikaanse en Israëlische aanvallen op Iran, luisterde ik verbijsterd naar de videoboodschap van Donald Trump. Hij richtte zich rechtstreeks tot de Iraanse bevolking: ‘Ik roep alle Iraanse patriotten die naar vrijheid verlangen op om deze kans te grijpen. Wees moedig, wees dapper, wees heldhaftig en neem jullie land terug.’

Ook de Israëlische minister van Buitenlandse Zaken Gideon Sa’ar presenteerde de aanvallen als een kans voor de Iraanse bevolking om haar vrijheid terug te krijgen. In dezelfde lijn zag Reza Pahlavi, de zoon van de laatste sjah van Iran, in de militaire aanval een mogelijkheid om ruimte te creëren voor verzet tegen de huidige machthebbers.

De boodschap van de drie mannen was in essentie dezelfde: door de Iraanse regering militair te verzwakken, zou ruimte ontstaan voor Iraniërs om zelf over de politieke toekomst van hun land te beslissen.

Over de auteur

Menal Ahmad is een Iraanse-Nederlander en cultureel antropoloog.

Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.

Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.

Doden

Vijf maanden later lijkt die toekomst juist verder weg dan ooit. Volgens de Iraanse mensenrechtenorganisatie HRA kwamen tijdens de 39 dagen durende oorlog minstens 3.636 mensen om het leven. Onder hen waren ten minste 1.701 burgers, onder wie 307 kinderen. Duizenden anderen raakten gewond en woonwijken, scholen, universiteiten, ziekenhuizen en andere civiele voorzieningen werden getroffen.

Ook na het staakt-het-vuren van 8 april is het geweld niet gestopt. Volgens het Iraanse ministerie van Volksgezondheid kwamen bij de recente Amerikaanse aanvallen opnieuw minstens vijftig mensen om het leven en raakten meer dan vijfhonderd mensen gewond.

Achter deze cijfers gaan veel verhalen schuil: gezinnen die dierbaren verloren, kinderen die hun ouders kwijtraakten en mensen die hun huis, werk of toekomst zagen verdwijnen. De economische gevolgen van de oorlog komen daar nog bovenop: sommige alledaagse boodschappen zijn sinds het begin van de oorlog vijf tot zes keer duurder geworden, waardoor basisbehoeften voor veel Iraniërs buiten bereik raken.

Onder druk

De gevolgen van de oorlog beperkten zich bovendien niet tot de aanvallen en recordinflatie. Volgens Amnesty International en HRA hebben de Iraanse autoriteiten de oorlogsomstandigheden aangegrepen om de binnenlandse repressie verder op te voeren. Onder het mom van nationale veiligheid zijn duizenden mensen gearresteerd, en kwamen activisten, journalisten en dissidenten verder onder druk te staan.

Ook het aantal executies en doodsvonnissen is sinds maart toegenomen. Deze toename staat niet op zichzelf, maar past in een bredere ontwikkeling waarin angst en repressie sinds het uitbreken van de oorlog nog nadrukkelijker als politiek instrument worden ingezet.

Die ontwikkeling is ook zichtbaar in de manier waarop de Iraanse regering de oorlog gebruikt om steun te mobiliseren en tegenstanders te delegitimeren. Mijn familieleden in Iran vertellen mij dat de regering sinds het uitbreken van de oorlog bijna dagelijks steunbijeenkomsten organiseert, waarbij grote groepen mensen met Iraanse vlaggen de straat op gaan.

Gemobiliseerd nationalisme

Tegelijkertijd worden dissidenten op de staatsomroep afgeschilderd als vatan foroush (‘landverraders’). Die combinatie van gemobiliseerd nationalisme en het stigmatiseren van critici laat zien dat oorlog niet alleen levens eist, maar ook de omstandigheden kan creëren waarin repressie gemakkelijker wordt gelegitimeerd. Wie zich tegen de machthebbers uitspreekt, wordt daardoor niet gezien als een burger met politieke bezwaren, maar nog sterker als iemand die de vijand helpt.

De oorlog werd gepresenteerd als een manier om Iraniërs hun toekomst in eigen hand te laten nemen. Die toekomst lijkt verder uit zicht te zijn geraakt. Naast het menselijke leed en de toegenomen onzekerheid heeft de oorlog een autoritaire regering meer ruimte gegeven om afwijkende stemmen het zwijgen op te leggen. Juist die menselijke en politieke gevolgen binnen Iran verdienen een veel prominentere plaats in het debat over deze oorlog.

Vrijheid kan niet van buitenaf worden opgelegd, laat staan worden gebracht door een oorlog die de bevolking opnieuw tot slachtoffer maakt. Wat we ook in andere conflicten in de regio hebben gezien, is dat buitenlandse inmenging de weg naar vrijheid niet opent, maar verder buiten bereik kan brengen. Voor Iraniërs die al zo lang voor hun vrijheid strijden, is dat misschien wel de pijnlijkste conclusie van deze oorlog.

Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next