Home

Beeldenroute voor de wereldvrede: de Strasse des Friedens vormt een eindeloze ketting van sculpturen in het landschap

Een beeldenroute van een paar duizend kilometer, dwars door Europa en bestaand uit meer dan vijfhonderd sculpturen. De Strasse des Friedens leek een even megalomaan als naïef project, maar het is er gekomen. En hoe – om de rillingen van over je rug te krijgen.

schrijft voor de Volkskrant over beeldende kunst.

Het is van een afstandje niet goed te zien. Begrijpelijk. Het beeld van zwarte lavasteen staat verscholen tussen vier potten buxus en talloze plastic stoelen op het terras voor het viersterrenhotel Angel’s Am Fruchtmarkt in Sankt Wendel. En daarbij: het hele verdere decor – straatstenen, kerk, gevels, trappen – is uit dezelfde donkere, deprimerende lavasteen opgetrokken, wat de herkenning niet bepaald bevordert.

Maar hij staat er toch echt: de manshoge piramide met vergulde opschriften in het Duits, Russisch, Pools en Frans. Dat alles ter nagedachtenis van de grondlegger van de ‘voie de la fraternité et solidarité humaine’, het pad van broederschap en menselijke solidariteit. Of zoals de beeldenroute door het Saarlandse heuvelland ook wordt genoemd: de Strasse des Friedens, waarvan deze piramide nu het brandend middelpunt is.

Die grondlegger, dat was Otto Freundlich (1878-1943). Het is een wrang en wreed lot: dat je als pacifistisch kunstenaar met zo’n opgewekte achternaam in de gaskamer van het Poolse vernietigingskamp Sobibor aan je einde komt. Vermoord om wie hij was – Jood – en om wat hij deed: beeldhouwen. Een beeldhouwer bovendien met een droom. Een vredesdroom die bij de nazi’s in al hun oorlogszucht niet welkom was. Namelijk om een ‘parelketting’ van sculpturen en bouwwerken op te richten. Van Parijs naar Moskou.

Tegen oorlog en geweld

Freundlich bedacht het megalomane plan in de jaren twintig van de vorige eeuw. Het waren de jaren na de verschrikkingen van de Eerste Wereldoorlog, de periode dat Duitsland na een eerloos en verpletterend verlies weer wat opkrabbelde. De jaren dat het land voor het eerst een democratisch bestel kende: de Weimarrepubliek. De tijd dat een bestendige vrede in het verschiet lag.

En dat, althans volgens de kunstenaar met de vriendelijke naam, beeldende kunst aan die vrede een bijdrage kon leveren. Ter verbroedering van alle Europese landen. Met beelden ter ‘bevordering van vrede en begrip tussen volkeren’ en ‘tegen oorlog en geweld’, zoals in het latere handvest van de sculptuurroute te lezen valt.

Het klinkt achteraf wellicht iets te idealistisch, op het naïeve af. En misschien was het ook wel iets te hoog gegrepen om dat in een mensenleven voor elkaar te krijgen, hoewel de tekenen aanvankelijk gunstig stonden. Freundlich was een verdienstelijk avant-gardistisch schilder en beeldhouwer, vertegenwoordiger van de kubistische stijl. En bovendien een spirituele geest die geloofde in de vredelievende en verbindende kracht van cultuur.

Levenslange vriendschap met Picasso

Geboren in het Noord-Duitse Stolp (nu het Poolse Słupsk), gesjeesd als handelaar en aankomend tandarts, maar succesvol als kunststudent in Berlijn en München, verhuisde hij in 1908, op 30-jarige leeftijd, naar Parijs, destijds het centrum van artistiek Europa. Daar vond hij onderdak in de Bateau-Lavoir, het gammele ateliercomplex nabij Montmartre, waar hij de buurman werd van Pablo Picasso, met wie hij een levenslange vriendschap sloot.

Pacifist werd Freundlich na de Eerste Wereldoorlog, die hij overigens weer in Duitsland als vrijwilliger in het leger meemaakte (om zich daarna in 1924 definitief in Parijs te vestigen). Daar, in zijn geboorteland, raakte hij bevriend met expressionisten als Karl Schmidt-Rottluff en de vooruitstrevende Novembergruppe, hij verspreidde het anarchistische blad Ziegelbrenner en organiseerde dada-tentoonstellingen.

Gevaar voor eigen leven

Naïef pacifist of niet, als politiek geëngageerd kunstenaar en Duitse Jood was Freundlich gevoelig voor wat er met de opkomst van het nazisme in zijn thuisland gaande was. Had hij niet geschreven: ‘De kunstenaar ontvangt de veranderingen in de wereld, hij voelt ze in zijn handelingen en gedachten, als dwingende krachten, lang voordat ze zich in de buitenwereld manifesteren’?

Hij moet het gevaar voor zijn eigen leven en kunstenaarschap in de jaren dertig hebben gevoeld. Zeker toen hij een van zijn eigen beelden op de omslag zag staan van de catalogus van de expositie Entartete Kunst, de legendarische tentoonstelling die door Duitsland toerde als voorbeeld van on-nazistische kunstuitingen. Die trok daar in 1937 miljoenen bezoekers.

Na de gedeeltelijke inname van Frankrijk door de nazi’s in juni 1940, vluchtte hij naar de Franse Pyreneeën, de streek die in handen was van het collaborerende Vichy-regime van maarschalk Pétain. Daar hield hij zich, samen met zijn vrouw Jeanne Kosnick-Kloss, schuil om later door te reizen naar Spanje of Zwitserland. Tevergeefs. Freundlich werd verraden en in maart 1943 naar Polen gedeporteerd en vermoord, terwijl Jeanne in Zuid-Frankrijk bleef geïnterneerd in concentratiekamp Gurs.

Van de beeldenroute is destijds nooit iets terechtgekomen – Freundlich zelf schatte daarvoor zo'n tweehonderd jaar nodig te hebben – en er was ook nooit iets gebeurd als Freundlichs vrouw na de oorlog het plan niet weer had opgepakt, het traject had verfijnd en aan de oost-westas een tweede as had toegevoegd, van Amsterdam naar Saint-Paul-de-Fenouillet, iets boven de Pyreneeën. Dramatisch kruispunt van de beide routes vormden de duizenden graven van Verdun.

Maar ook haar plannen raakten in de jaren na de Tweede Wereldoorlog in de vergetelheid, om vervolgens voor de tweede keer te worden gereanimeerd, in de jaren zeventig, nota bene in Duitsland. Waar Freundlichs droom, aanvankelijk op kleine schaal, ten uitvoer werd gebracht. In het Saarland.

Startpunt in het Saarland

Hoera, de ‘vredesstraat van beelden’ die Freundlich voor ogen stond bestaat dus wel degelijk! Te beginnen hier in het centrum van Sankt Wendel. Oké, het is paaseieren zoeken naar de juiste locaties. Abstracte kunst in metaal en grijze natuursteen naast Duitse naoorlogse stedenbouw van betonplaten en dof staal: het loopt wat materiaalkeuze en vormgeving al gauw in elkaar over. En als dit de onderdelen zijn van dat megalomane project, dat zich uitstrekt van Parijs tot Moskou en van Amsterdam tot Zuid-Frankrijk, stelt het in eerste instantie wat teleur.

Neem de 10 meter lange metalen goot van Artur Dieter Trantenroth, die in het plaveisel tussen de bibliotheek en Müller’s Beauty & Barber Shop ligt verzonken als afwateringskanaal van het naburige pleintje. Of de trap voor het architectenbureau aan de Luisenstrasse (nummer 37), waarvan de treden door dezelfde kunstenaar zijn bekleed met een doffe koperlegering en waar menigeen aan voorbij zal lopen.

Ook lang zoeken: de door kunstenaar Hans Steinbrenner eigenhandig opgestapelde blokkendoos van basaltlava (die hier veel in de omgeving voorkomt), achter het raadhuis aan de Marienstrasse. En niet gevonden tussen de straatstenen of inmiddels door koperdieven ‘meegenomen’: de glimmende plaquette die hier volgens de te downloaden app ergens bij de ondergrondse parkeergarage moet liggen.

Om alleen hiervoor naar het Saarland af te reizen, toch zo’n vijf uur rijden vanuit (het midden van) Nederland, is wellicht iets te veel gevraagd. Maar eenmaal buiten het stadje neemt de zichtbare aanwezigheid van de sculpturen toe. En daarmee de overtuiging van doen te hebben met een bijzonder project.

Langs hooibalen en perenbomen

Vanuit het centrum wandel je richting het noorden de stad uit, over een grillig parcours van stijgende en dalende wegen, weggetjes en paden, langs bosranden en hooibalen, bramenstruiken, perenbomen en maïsvelden.

Steeds doemt er in de verte weer een blok ruw gehouwen steen op, als een menhir aan de horizon. Soms onherkenbaar als beeldhouwwerk, want volstrekt abstract uit de omgevingskleurige zandsteen gehakt. Andere zijn elementair geometrisch gevormd of bewerkt met markante ribbels en reliëfs. Zoals de slanke gestalte van Franz Xaver Ölzants Erinnerung an Hammurabi, een totem die aan de zijkant is bewerkt met een levendig ruitmotief en waartegen passerende honden urinesporen hebben achtergelaten.

Daartussen, want de afwisseling is goed gedoseerd, biedt de route hier en daar genoeg houvast voor wie meer van realisme houdt. Neem de bovenmaatse vissenkop op een sokkel van Han van Wetering of de al even bovenmaatse, want 8 meter lange voet van gele zandsteen die Yoshimi Hashimoto in het uitgedroogde gras heeft gelegd, als van een passerende reus.

Dat de uit elkaar gespatte droom van Otto Freundlich uitgerekend in en om Sankt Wendel nieuw leven is ingeblazen, is te danken aan één kunstenaar: Leo Kornbrust (1929-2021). De zeker in Nederland volstrekt onbekende beeldhouwer (maar plaatselijke grootheid in Sankt Wendel) had in de jaren zeventig, in zijn geboorteplaats, het idee opgepakt om een beeldenroute aan te leggen vanuit de binnenstad de velden in, bergopwaarts, naar de 20 kilometer verderop gelegen Bostalsee.

Het was een gewaagd idee voor die tijd. Duitsland was na de Tweede Wereldoorlog de aansluiting met de moderne kunst volstrekt kwijtgeraakt. Niet alleen Otto Freundlich, maar ook elke andere avant-gardekunstenaar was door de nazi’s geboycot, als ze niet waren vermoord.

Abstracte kunst was met wortel en al uitgeroeid, en Kornbrust wilde die nieuw leven inblazen. Niet alleen in zijn atelier, maar buiten, in open terrein. Samen met andere beeldhouwers. Met rauwe, non-figuratieve beelden die een tegenkracht zouden zijn van het zoetsappige, heroïsche realisme dat de nazi’s zo hadden gepropageerd.

Uitgebreid tot internationale route

Twee symposia met verwante kunstenaars, schrijvers en denkers uit binnen- en buitenland vormden in de jaren zeventig het startpunt om zijn idee voor wat toen nog de Strasse der Skulpturen zou heten, van de grond te tillen.

Wat hielp was de aanwezigheid ter plekke van goed te bewerken steen, in grote hoeveelheden en buitenproportionele afmetingen. Kornbrust kreeg de mogelijkheid enorme steenbrokken te gebruiken afkomstig van bouwwerkzaamheden in de buurt. Stukken rots, veelal zandsteen, wisselend in gewicht van 10 tot 65 ton, die dankzij Kornbrust op het wandelpad tussen Sankt Wendel en de Bostalsee werden neergelegd en door kunstenaars bewerkt.

Ziedaar de eerste aanzet tot een heuse ‘choreografie van sculpturen in het landschap’ die inmiddels uit ongeveer 55 beelden bestaat. Veelal uitgevoerd in steen dus, maar ook in ijzer en staal. Robuust vervaardigd. Hufterproof. En die door Kornbrust uiteindelijk tot onderdeel van Freundlichs ‘straat voor de vrede’ werd geüpgraded.

Kornbrusts doorzettingsvermogen was de aanzet voor wat zich nu heeft uitgebreid tot een internationale route van een paar duizend kilometer. Bestaande uit meer dan vijfhonderd beelden, uitgevoerd door een paar honderd kunstenaars die zich bij het initiatief hebben aangesloten (zie kader).

De Strasse des Friedens die de pacifistische beeldhouwer en schilder Otto Freundlich in de jaren twintig bedacht, en die de Duitse kunstenaar Leo Kornbrust vijftig jaar later vanuit zijn geboorteplaats Sankt Wendel verder uitwerkte, kent inmiddels meerdere participanten. Kunstenaars, kunstenaarsinitiatieven en culturele instellingen in verschillende landen en steden hebben zich aan het project verbonden, zoals in Verdun (Frankrijk), Bastogne (België), Wiltz (Luxemburg) en Słupsk (Polen). En ook in Nederland, waar onder meer een beeldenroute in Schijndel officieel aan de ‘vredesstraat’ is toegevoegd.

Of alle beelden kwalitatief gezien even hoog scoren valt te betwijfelen. De robuustheid en semi-abstracte vormen doen wat achterhaald aan. Hoe politiek betrokken het uitgangspunt van de beeldenroute ook is, wat opvalt is toch vooral de monumentaliteit van de hompen steen, niet het vredelievende karakter.

De wereld van Märklin

Neemt niet weg dat de manier waarop landschap en kunst in elkaar overgaan, alleen al door de bemoste kleur van de steen, een aangename is. De harmonie tussen beelden en natuur weerspiegelt wel degelijk de idyllische wereldvrede die Freundlich voor ogen stond.

Bovendien betreft de aantrekkingskracht van deze Friedensstrasse ook de ‘straat’ zelf, het pad door de velden. De rust van de wandeling. De stilte onder een licht bewolkte hemel. Het zachte zonnetje. Het ruisen der bomen. Hooibalen. Uitzicht over bos en dal, met in de verte witte huisjes met rode dakpannen. De wereld van Märklin.

‘Über allen Gipfeln ist Ruh’, over alle bergtoppen heerst vrede, dichtte Goethe in 1780. Het klopt nog steeds. Otto Freundlich mag dan met zijn Weimarse idealisme hoog gegrepen hebben, en de wereld is daarna niet bepaald vriendelijker geworden, maar hier lijkt de grote boze buitenwereld ver weg.

Een tunnel naar de vrijheid

Lijkt. Want voordat je het weet, sta je weer oog in oog met het duistere resumé van het verleden. Ergens halverwege duikt op een heuvel het beeld van gestapelde zandsteenblokken op, waartussen aluminium tranen lijken geperst. Het zou een verwijzing zijn naar de mijnramp in een naburige barietgroeve, in 1971, waarbij vier mensen omkwamen.

Niet minder indringend is het beeld van Shelomo Selinger, bijna aan het einde van de route, vlak bij de Bostalsee. De monolithische steenklont is ruim 5 meter hoog en voorzien van inscripties en reliëfs die verwijzen naar de Holocaust. Titel: Requiem voor de Joden van Duitsland.

Het is een saluut aan Freundlich en aan allen die de oorlog niet hebben overleefd. En aan Selinger zelf, die als Jood tijdens de oorlog negen vernietigingskampen overleefde, als enige van zijn gezin. Dat het hakken in steen voor Selinger een blijvende herinnering is aan zijn tijd dat hij ‘als gevangene een tunnel naar de vrijheid groef’, maakt hem tot een ideale deelnemer aan Otto Freundlichs vredesmissie in het Saarland.

Hoop en optimisme

Niet dat dit het echte eindpunt van de sculptuurketen is. Dat ligt 2.500 kilometer verderop, in het plantsoen voor het Atlas Park Hotel, iets ten westen van Moskou. Daar werd in 2009, toen Poetin al negen jaar in Rusland aan de macht was, het slot van de route onthuld, gemarkeerd door een tweede piramide waarmee Otto Freundlich wederom in vier talen wordt herdacht, net als in Sankt Wendel.

Het is een even markant als bizar statement. Zeker als je bedenkt dat daar een hoopvol beeldenproject eindigt dat niet alleen dwars door Europa loopt – vanaf de Normandische kust waar de geallieerden in 1944 aan land kwamen (en waar ook een herdenkingspiramide is geplaatst), over de duizenden oorlogsgraven in Verdun, door Freundlichs geboorteplaats Słupsk, langs het kamp waar hij in 1943 werd vergast – maar ook dwars door het door oorlog geteisterde Oekraïne.

Je krijgt er rillingen van over je rug dat te beseffen, hoewel de boodschap dezelfde blijft: moge Freundlichs nalatenschap het optimisme niet doen verstillen.

Luister hieronder naar onze podcast Culturele bagage. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next