Eind vorig jaar werd de misbruiker van de zoon van Mandy Megens in hoger beroep veroordeeld. Sindsdien strijdt ze voor meer rechten van slachtoffers. ‘Iedereen kijkt toe, terwijl wij psychische schade oplopen.’
is politie- en justitieverslaggever van de Volkskrant.
Het monster in ons leven: zo noemt Mandy Megens de gevolgen van het seksueel misbruik van haar zoon, zo’n acht jaar geleden. Gelukkig gaat het inmiddels best goed met hem en krijgt haar gezin deskundige hulp. Maar Megens (52) heeft het nog altijd moeilijk met wat er is gebeurd tijdens de strafzaak.
Trillend van onmacht zag ze in de rechtszaal dat de verdachte suggereerde dat haar toen 11-jarige zoon seksueel geobsedeerd was en misschien wel wilde worden betast. Hij zou deze jongen en andere kinderen niet hebben misbruikt.
‘Ik wilde roepen dat de verdachte een leugenaar was’, zegt Megens. ‘Natuurlijk wil een jongen van 11 geen seksueel contact met een man van bijna 50! Maar slachtoffers moeten zwijgen tijdens zittingen, ze mogen alleen hun spreekrechtverklaring voorlezen.’
Eind 2025 kwam er een einde aan het strafproces. In hoger beroep kreeg de verdachte zeven jaar en tbs met dwangverpleging voor het seksueel misbruik van Megens’ zoon en twaalf andere minderjarigen. Hij ging niet in cassatie.
In enkele gevallen won de veroordeelde het vertrouwen van ouders door een uitje te organiseren voor hun ernstig zieke kind, als directeur van een stichting. Zo deed hij dat ook bij Megens. Haar zoon heeft het Bosch-Boonstra-Schaaf opticus atrofie syndroom, dat onder andere leidt tot autisme, een verstandelijke beperking, epilepsie en slechtziendheid.
In deze serie interviews spreekt de Volkskrant met mensen die de afgelopen periode een grote verandering meemaakten.
‘Ik heb de rechtszaak, die meer dan drie jaar duurde, ervaren als onophoudelijke stompen in mijn maag’, vertelt ze aan de keukentafel in Wijchen, een dorp bij Nijmegen. ‘Al die tijd heeft mijn leven stilgestaan. Nu de strafzaak afgelopen is, kan ik beginnen met verwerken en vooruitkijken.’
De nieuwe fase in haar leven staat in het teken van de strijd tegen ‘secundaire victimisatie’: de psychische schade die een rechtszaak kan toevoegen aan de traumatische ervaringen van misbruikslachtoffers. Ze schreef een opinieartikel dat werd gepubliceerd in de Volkskrant en deelde haar ervaringen onder andere tijdens bijeenkomsten van het Openbaar Ministerie en de rechtbank Midden-Nederland.
De verdachte is veroordeeld; is dat geen vorm van erkenning?
‘Dat willen rechters ook vaak weten. Dan zeg ik: ja, maar jullie beseffen onvoldoende dat de weg naar een vonnis een heleboel schade kan opleveren. Zeker als er niemand ingrijpt wanneer er kwetsende dingen worden gezegd.
‘Bij de rechtbank betoogde de advocaat bijvoorbeeld dat ik er zelf voor had gekozen om mijn zoon bij haar cliënt te laten logeren. Daar voel ik me nog altijd schuldig over. Terwijl ik weet dat de verdachte mij en al die anderen handig heeft misleid. Soms dacht ik: dit is te mooi om waar te zijn. Dat was het ook, helaas.’
Als rechters ingrijpen wanneer iets mogelijk kwetsends wordt gezegd, kunnen ze de schijn wekken dat ze bevooroordeeld zijn, en dus worden gewraakt.
‘Toch is het belangrijk dat ze hierop alerter zijn. Hoeveel ruimte ze advocaten geven, zag ik ook bij de zedenzaken van Marco Borsato en Ali B, die ik via de media heb gevolgd. Daar kreeg ik soms het gevoel dat niet de verdachten terechtstonden, maar de vrouwen die aangifte hadden gedaan.’
U wordt geregeld uitgenodigd als spreker. Wat vertelt u dan?
‘Toen ik in juni mijn verhaal deed voor honderd rechters en gerechtsjuristen, zei ik: ‘Doe allemaal uw ogen dicht en denk aan de laatste keer dat u seksueel contact had. Bent u zover? Dan ga ik nu een aantal mensen aanwijzen en vragen stellen, terwijl iedereen meeluistert. Was er bijvoorbeeld sprake van orale seks?
‘Ik zag ongemak, en zei: ‘Dit is hoe slachtoffers zich voelen, tijdens een zitting. En dan zitten jullie hier nog veilig, tussen collega’s.’ Bij ons bespreken rechters zulke details met de verdachte, terwijl journalisten druk mee typen. Ik vond het doodeng; wat gaan ze publiceren? Gelukkig viel dat laatste mee, trouwens.
‘In onze rechtszaak kwam aan de orde of slachtoffers een orgasme hadden gehad tijdens het misbruik. Jongens bij wie dat was gebeurd, hadden het daar zichtbaar moeilijk mee in de rechtszaal. Terwijl zoiets een natuurlijke lichamelijke reactie is, die ab-so-luut niet betekent dat ze het fijn vonden.’
Rechters kunnen er toch niet omheen om in zedenzaken te praten over seksuele handelingen?
‘Dat klopt. Ik wilde vooral laten merken hoe impactvol dat is voor slachtoffers. Misschien kunnen rechters daarmee op een of andere manier meer rekening houden. Dat geldt zeker voor strafrechtadvocaten. Daar zit volgens mij een veel groter probleem.
‘Voordat de rechtszaak begon, ben ik gewaarschuwd door onze slachtofferadvocaat en de casemanager van Slachtofferhulp Nederland. Ze zeiden: bereid je erop voor dat de verdachte mag liegen en dat hij en zijn advocaat dingen zullen zeggen die heel pijnlijk zijn.
‘Maar iets weten is iets anders dan het ervaren. In de rechtszaal voelde het alsof mijn hart uit mijn romp werd getrokken. Ik zat als het ware vastgebonden, met een prop in mijn mond, te kijken naar een soort toernooi, waar mensen heftige leugens uitten over mijn zoon en over anderen om de strafzaak te winnen. Andere slachtoffers hadden daar ook veel moeite mee.’
Wat heeft u het meest pijn gedaan?
‘Dat de advocaat tegen de rechtbank zei dat haar cliënt slachtoffer was geworden van massahysterie, terwijl ze gebaarde naar ons, slachtoffers en ouders. Op dat moment rolden er tranen over mijn wangen. Ik voelde me gekleineerd, vernederd en ten onrechte beschuldigd van opruiing. Wat ze zei, vond ik zo gemeen.’
Nu u het vertelt, schiet u weer vol. Toch zat u ook tijdens het hoger beroep in de zaal.
‘Ja. Ik dacht aanvankelijk: ik kan dit niet nog een keer aan. Straks val ik om, en wie zorgt er dan voor mijn zoon? Uiteindelijk ben ik toch gegaan, met mijn man Rob, omdat mijn zoon ons vroeg dat voor hem te doen.’
Hoe verliep het hoger beroep?
‘De verdachte had een nieuwe advocaat, die al snel zei: ‘Dit is een heftige zaak, waarin veel emoties spelen, maar ik zal ook dingen moeten zeggen die pijnlijk zijn.’ Dat vond ik heel netjes. Bovendien had deze advocaat ons van tevoren laten weten dat zijn cliënt grotendeels zou gaan bekennen, terwijl die eerder vrijwel alles had ontkend.
‘Nog belangrijker was hoe de verdachte reageerde op de angst van mijn zoon, die dacht dat hij als het ware besmet was geraakt door het misbruik. De verdachte zei: ‘Mandy en Rob, zeg tegen hem dat hij geen schuld heeft, dat ik degene ben die verkeerd is geweest, dat ik hem niet besmet heb. Hij wordt niet zoals ik. Het spijt me.’
‘Daarna heb ik mijn zoon gebeld. Die was blij dat de verdachte eindelijk eerlijk was, en zei: ‘Mam, nu verandert hij voor mij van een monster weer in een mens.’ Voor mij was dat precies hetzelfde.’
De strafzaak heeft jullie dus ook iets positiefs opgeleverd.
‘Ja, maar als de verdachte al bij de rechtbank had bekend, zou dat ons veel ellende hebben bespaard. Daar komt bij dat de nieuwe advocaat en zijn kantoorgenoot er uiteindelijk alsnog hard ingingen.
‘Omdat een slachtoffer jaren na het misbruik in therapie was gegaan, vonden ze het bijvoorbeeld niet nodig dat hun cliënt die kosten zou betalen. Ook zeiden ze dat mijn zoon – die inmiddels 20 is – toch al een jongen met problemen was en minder schadevergoeding moest krijgen dan was gevraagd. Terwijl hij door de verdachte jaren traumatherapie nodig heeft gehad.’
Advocaten moeten alles doen wat in het belang van hun cliënt is. Anders kunnen ze door de tuchtrechter worden bestraft.
‘Ja, en iedereen heeft recht op een goede verdediging. Maar welke woorden passen daarbij? Ik zou tegen advocaten willen zeggen: schrijf een pleidooi waarin je ten koste van alles je cliënt verdedigt, doe dan je ogen dicht en stel je voor dat een van de slachtoffers jouw zoon, dochter of geliefde is. Wedden dat je dan iets anders opschrijft?’
Verdachten hebben recht op een eerlijk proces, waarin alles wordt gezegd wat mogelijk relevant is.
‘Dat doet me denken aan wat onze advocaat en Slachtofferhulp tegen me zeiden: ‘Zo werkt het in Nederland, laat het van je afglijden.’ Dat is onmogelijk, deze strafzaak heeft diepe sporen achtergelaten. Als gezin zijn we stap voor stap door de gevolgen van het misbruik heen aan het krabbelen. Maar de pijn en het verdriet die zijn veroorzaakt in de zittingszaal gaan nooit meer weg.
‘Ik vraag me soms af: kunnen strafrechtadvocaten zichzelf na zo’n zitting in de spiegel aankijken en denken: dat heb ik goed gedaan? En waarom worden zij zelden aangesproken op wat ze zeggen? Toen ik dat tegen onze slachtofferadvocaat zei, antwoordde ze dat zij nog nooit een klacht heeft ingediend tegen een vakgenoot. Omdat ze het gevoel had dat ze haar collega’s niet kon afvallen. Dat heeft met de beroepscultuur te maken, denk ik.
‘Iedereen kijkt dus toe, terwijl slachtoffers in de rechtszaal psychische schade oplopen. We krijgen alleen een doekje voor het bloeden. Waarom accepteert iedereen dat, waarom vindt men dat kennelijk normaal?’
Wat wilt u concreet bereiken?
‘Op z’n minst bewustwording. Daarom ben ik met onze slachtofferadvocaat bezig met een voorlichtingsfilm over de impact van zedenzaken. Met name voor advocaten, maar ook voor anderen binnen het strafrecht. Verder wil ik dat slachtoffers nog beter worden voorbereid, dat er een klachtenregister komt voor advocaten en dat traumasensitief handelen tijdens zittingen verplicht wordt. De rechtszaal moet een veilige plek worden voor misbruikslachtoffers.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant