Een van de grootste branden uit de Belgische geschiedenis, die in de Hoge Venen, wordt door brandweerlieden uit heel het land én daarbuiten bestreden. Het vuur lijkt zich niet verder uit te breiden, maar het nablussen gaat nog weken duren.
is regioverslaggever Zuid-Nederland van de Volkskrant.
Alleen brandweerwagens rijden nog door Küchelscheid. Het compleet verlaten Belgische dorpje op de Duitse grens gaat spookachtig schuil onder dikke rook die pijn doet aan ogen en keel. Verderop staat natuurgebied de Hoge Venen in de Ardennen in brand. Uit die richting komt de ene na de andere lege tankwagen van de brandweer met grote snelheid aangereden. Ze sluiten achteraan in een rij en wachten op nieuw bluswater.
Dat haalt een immense pomp, die in het gras van de oever staat, met een dikke slang uit de Roer. Het riviertje staat wat laag, maar hoog genoeg om de brandweer te helpen. Het wagen na wagen vullen gaat zonder haast, maar ook niet gemoedelijk. Het oogt als professionele routine.
‘Dit gaat vierentwintig uur per dag door’, zegt een brandweerman uit Aken vanachter zijn mondkapje. ‘Vanochtend hebben wij de collega’s van een ander corps afgelost. Die zijn hier de hele nacht bezig geweest.’
Vrijdag begon wat zaterdag en zondag zou uitgroeien tot een van de grootste branden uit de Belgische geschiedenis. Circa 30 vierkante kilometer veengebied vloog in de hens. Tweehonderd brandweermensen werden ingezet. Op beelden vanuit blushelikopters was in het weekeinde goed te zien wat een lopend vuurtje is: de vuurlijn rukt snel op en raast over het droge veen.
Maandag viel er wat regen waardoor de hulpverleners er voorzichtig op durven hopen dat de vuurzee in oppervlakte niet groter wordt. Dat betekent niet dat het brandgevaar is geweken, maken de autoriteiten duidelijk. Het is een veenbrand en veen kan lang doorsmeulen.
Ergens in de komende dagen hoopt de brandweer te kunnen zeggen dat de brand onder controle is. Daarna, zo kondigde de minister van Binnenlandse Zaken aan, volgt nog wekenlang nablussen.
Tegelijkertijd raken onze brandweermensen uitgeput, waarschuwt hun Belgische federatie. Die grijpt de gelegenheid aan om te vragen om meer financiële middelen en beroepsbrandweerlieden. Veel van de mannen en vrouwen die, wachtend op vers bluswater, in Küdelscheid de pauze te baat nemen om loom de benen te strekken, zijn van de vrijwillige brandweer.
Op de brandweerauto’s staat waar ze vandaan komen: Vlaams-Brabant West, toch al gauw 150 kilometer verderop, en Zone Meetjesland, aan de andere kant van België. Ook de Duitse brandweer is sterk vertegenwoordigd. Vanuit de lucht klinkt een helikopter, maar door de rook is die niet te zien. Het kan er een uit Duitsland, Noorwegen en Nederland zijn, België heeft ze in elk geval niet. Zweden is met blusvliegtuigen actief.
Op de wegen rondom het getroffen gebied krioelt het van de hulpverleningsvoertuigen, vooral van de brandweer. Gewone personenauto’s rijden er niet. Af en toe klinkt zwaar gebrom. Dan komt er een futuristisch brandweermonster aan, een als gevechtstank vermomde sproeiwagen die negenduizend liter water kan opslaan.
Ook op de weg maandag: een hardrijdende colonne van zwarte auto’s en busjes met geblindeerde ramen, voorafgegaan door politiemotoren met zwaailichten. Koning Filip is op weg naar het coördinatiecentrum in het kleine Sourbrodt ten zuiden van de brand. ‘Brandweermannen doen fantastisch werk’, sprak de koning.
‘Ik ben erg geraakt door wat er gebeurt’, zei hij en noemde de Hoge Venen ‘een parel van ons land’. ‘Ik hoop dat we binnenkort deze bladzijde kunnen omslaan, de schade kunnen opmeten en conclusies kunnen trekken.’
In de dorpen en gehuchten die door de rook aan het zicht worden onttrokken, is geen mens op straat. In Küdelscheid gooit een Duitse vrouw gehaast haar kofferbak vol kleding om, zo lijkt het, als laatste het oord te verlaten.
De huizen zijn leeg, campings verlaten, de vakantieaccommodaties beleven een slecht hoogseizoen. Over de oude spoorbanen waar kaarsrechte fietspaden overheen zijn aangelegd, had een eindeloze stroom fietsers moeten rijden. Nu duikt er sporadisch een fietsclubje op. Ze dragen een mondkapje. De politie zegt waar ze niet heen mogen, maar vertelt ze niet waarheen dan wel. Langdurig kijken de fietsers op een papieren kaart.
Voor de brand in de Hoge Venen telde België volgens de universiteit van Gent dit jaar al 234 natuurbranden – het dubbele van vorig jaar en het viervoudige van het gemiddelde. Daar moeten we het in het parlement over hebben, stellen Belgische politici vast. Want, zo is de stemming, dit mag dan de grootste zijn, het is waarschijnlijk niet de laatste en België moet zich daarop voorbereiden.
In de loop van maandag blijkt de brand niet verder uit te breiden naar Duitsland. In Kalterherberg, een nu uiterst stil, bijna uitgestorven dorp met vakwerkhuizen aan de Duitse kant van de grens, is een kleine sporthal omgebouwd tot uitvalsbasis voor de hulpdiensten.
De mannen en vrouwen van de vrijwillige brandweer van Würselen zitten aan lange tafels als ze opeens als één man opstaan en achter de Truppführer naar hun wagens lopen. Ze staan her en der geparkeerd. Het lijkt alsof ze teruggaan naar de brand, maar ze gaan naar huis, zegt een van hen voordat hij zich enigszins vermoeid in zijn cabine hijst. ‘Ze hebben ons niet meer nodig.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant