De grote bosbrand in natuurgebied de Hoge Venen in België zorgt ook voor een hoge CO2-uitstoot en schade voor zeldzame dieren. Sommige soorten komen er misschien nooit meer terug, zegt hoogleraar bosecologie Kris Verheyen.
De Hoge Venen is een geplaagd natuurgebied: in 2011 woedde er ook al een grote brand. En de reden dat de brand die nu op 20 kilometer van de Nederlandse grens woedt niet de grootste ooit in België is, komt doordat in 1911 bijna 4.000 hectare van het gebied in de as werd gelegd.
Toch is nu al 3.000 hectare van het 6.210 hectare tellende natuurgebied aangetast. ‘Vandaag, morgen of overmorgen hopen we de brand onder controle te hebben’, zei René Dahmen, chef van kanton Elsenborn voor het Waalse Departement Natuur en Bos, maandag tegen Belgische krant HLN.
Dat is te laat voor veel planten en dieren die het natuurgebied als habitat hebben, vreest Kris Verheyen, hoogleraar bosecologie en bosbeheer aan de Universiteit Gent.
Wat maakt De Hoge Venen zo’n bijzonder natuurgebied?
‘Het gebied heet de Hoge Venen, en de ecologische term is ook hoogveengebied. Veen is een natte, sponsachtige grondsoort die door de eeuwen heen ontstaat door opstapeling van veenmossen. In tegenstelling tot laagveen wordt hoogveen alleen gevoed door regenwater. Het is daarom een hele karakteristieke zure, voedselarme, vochtige omgeving.
‘Ook het Signaal van Botrange, het hoogste punt van België, ligt er. Het is uitgestrekt; je kunt er makkelijk verdwalen. In de winter wordt er zelfs geskied.
‘In België is weinig hoogveengebied, maar het heeft wel een belangrijke functie voor waterregulering. Het veen kan veel water vasthouden en geleidelijk loslaten om beken en rivieren te voeden. Het is eigenlijk een grote spons die op het dak van België ligt.
Als het zo nat is, waarom brandt het dan zo goed?
‘De Hoge Venen zijn vanaf de 19de eeuw ontgonnen voor de bosbouw. De laatste decennia zijn ze weer natter geworden, onder meer door sloten te blokkeren. Maar de recente combinatie van hoge temperatuur en geen neerslag zorgt dat dat systeem compleet uitdroogt. Het veen wordt waarvoor wij het vroeger voor gebruikten: brandbaar turf.’
Welke soorten leven er?
‘Zeldzame libellensoorten, zoals de venglazenmaker. Reptielen, zoals levendbarende hagedissen en de hazelworm. Maar ook hele iconische dieren zoals de korhoen, de mascotte van de Hoge Venen.
‘Die populatie stond al langer onder druk, de brand van 2011 gaf een flinke tik. Vanaf 2017 zijn er zelfs tientallen Zweedse korhoenders naar België gehaald om de populatie te versterken.
‘Het was geen heel snelle brand, dus misschien hebben ze weg kunnen vliegen. Maar dan nog is hun habitat langdurig verstoord. Ze kunnen niet overleven in een ander ecosysteem, ze hebben de grote veenvlaktes nodig voor voedsel en als baltsgebied. Het zijn territoriale dieren, het zou zomaar kunnen dat de populatie zichzelf niet in stand kan houden.’
Hoe lang duurt het herstel, schat u in?
‘Veenpakketten groeien heel langzaam, met ongeveer 1 millimeter per jaar. Het zou decennia tot eeuwen kunnen duren voordat het veen weer op hetzelfde niveau is. Het is nu nog niet eens duidelijk hoeveel er is afgebrand. Zelfs als het vuur onder controle is, zal het doorsmeulen en zal er nog meer veen verloren gaan.
‘Ongeveer de helft van het veen bestaat uit koolstof. Ik heb al een ruwe berekening gemaakt: bij deze brand is 550.000 ton CO2 vrijgekomen. Dat is hetzelfde als 1,1 miljoen passagiers retour naar Barcelona laten vliegen.’
Wat gaat de overheid doen om de schade te herstellen?
‘Door de brand in 2011 kwamen er voedingsstoffen vrij uit de bodem. Dit zorgde voor een enorme groei van pijpestrootjes, een soort lang gras dat bij jullie veel op de Veluwe voorkomt. Mooi, maar heel anders dan de normale habitat. Toen heeft de overheid de bovenste laag eraf geschraapt om het veen vrij te krijgen.
‘Maar dat was een voorjaarsbrand, waarbij het veen niet enorm aangetast werd. Hoe het nu opgelost moet worden, daar kan ik geen recept voor geven. Dat gaat veel studiewerk en observering met zich meebrengen. Maar dat het lang gaat duren, dat kan ik wel zeggen.’
Source: Volkskrant