Home

Te heet en te duur: een gangbaar familieuitje is een bezoek aan het strand in Japan al lang niet meer

Strandleven | Chigasaki, Japan Alleen tijdens traditionele reinigingsrituelen in zee valt amper iets te merken van de afname van het aantal strandgangers in Japan. Door stijgende kosten en klimaatverandering is het aantal zwemplekken aan de kust sinds de jaren negentig met bijna een derde gedaald. „Nu blijven vooral de mensen over die echt van de zee houden.”

Deelnemers aan een traditioneel zomerfestival in de Japanse kustplaats Chigasaki dragen mikoshi, mobiele verblijfplaatsen van Japanse goden, de zee in.

De zon schemert aan de horizon. Gouden altaren deinen boven tientallen schouders. Dokkoi! Dokkoi! Dokkoi! De kreten weerkaatsen tegen de golven. Stap voor stap dragen de deelnemers aan het zomerfestival in de Japanse kustplaats Chigasaki deze mikoshi, mobiele verblijfplaatsen van Japanse goden, verder de zee in.

„Ik doe elk jaar mee”, vertelt de zestigjarige Shoko Maizawa. In de witte kleding van de altaardragers, met een zonnebril op en een roze doek om haar nek, stapt ze in het vroege ochtendlicht het zand op. „Als kind kwam ik hier vaak met mijn grootmoeder. Dat is mijn dierbaarste herinnering. Ik hield enorm van de zee”, zegt ze. „Maar nu ik ouder ben, ga ik minder vaak naar het strand.”

Serie Strandleven

Het strand kan een toevluchtsoord zijn, maar net zo goed een plaats waar belangen keihard botsen. Economie, toerisme, ecologie, migratie en meer komen samen op de grens van land en zee. Hoe daarmee wordt omgegaan, zegt veel over een land. In een serie belicht NRC de strijd om het strand.

„In de jaren zeventig en tachtig was zeebaden nog een vanzelfsprekend familie- of vriendenuitje”, vertelt Ryo Nagata, onderzoeker bij het Japan Productivity Center. Sindsdien daalde het geschatte aantal Japanners dat minstens eenmaal per jaar in zee zwemt: van bijna 1 op de 3 Japanners (37,9 miljoen) in 1985, naar ongeveer 1 op de 28 (4,4 miljoen) in 2024.

Een belangrijke oorzaak is het groeiende recreatieaanbod. „Vroeger waren de opties beperkt”, zegt Nagata. „Dus ging je naar het strand. Nu zijn er smartphones, computers en games.” Japanners volgen steeds vaker hun eigen voorkeur. Door het grotere aanbod voelen ze minder druk om zich aan familie of vrienden aan te passen. „Als je van voetbal houdt, ga je voetballen. Tegenwoordig zit er om elke hoek wel een lokale club.”

Ook de stijgende kosten van eten en vervoer spelen een rol. Na een beurs- en vastgoedcrisis belandde Japan begin jaren negentig in een lange periode van economische stagnatie. „Vrijetijdsbesteding is een van de eerste uitgaven waarop mensen bezuinigen. Een tripje naar het strand is al snel een hele reis, en dat kost geld.”

Reiniging van de goden in de zee

Ondanks het vroege tijdstip zijn mensen massaal naar Chigasaki gekomen, op ongeveer een uur van Tokio. Ze willen de tientallen mikoshi zien die om twee uur ’s nachts vanuit schrijnen verspreid door de stad aan hun kilometerslange tocht beginnen. Urenlang denderen ze over straat, totdat de deelnemers hun altaren bij zonsopgang aan houten draagbalken de Stille Oceaan in tillen.

Op de achtergrond doemt de berg Fuji op, deels verborgen achter de wolken. Het jaarlijks in juli gevierde Hamaori-sai, letterlijk het ‘festival van de afdaling naar het strand’, is een shintoïstisch reinigingsritueel waarbij de lokale goden met zout water worden gezuiverd. Dit jaar trok het festival bijna honderdduizend mensen. Van de landelijke afname van het aantal strandgangers valt hier amper iets te merken.

„Vroeger ging ik vaak met mijn familie naar het strand”, vertelt ook de veertigjarige Hiroyuki Ichikawa, die samen met Maizawa naar het festival is gekomen. Hij komt uit de westelijke kustprefectuur Niigata, maar woont nu bij Tokio. „Als ik tijdens de zomervakantie terugging naar mijn geboorteplaats, was het traditie om samen dagen op het strand door te brengen.”

Hiroyuki Ichikawa (links) en Shoko Maizawa tijdens het jaarlijkse Hamaori-festival in Chigasaki.

Het ‘festival van de afdaling naar het strand’ is een shintoïstisch reinigingsritueel waarbij de lokale goden met zout water worden gezuiverd.

Ichikawa en Maizawa kijken voldaan toe hoe een groep kletsnatte mannen zwoegend in de hoge golven probeert hun altaar overeind te houden. Hun god is al gereinigd. „Eigenlijk heb ik er een hekel aan als het zand overal tussen gaat zitten”, merkt Maizawa lachend op. Ze wijst naar Enoshima, een klein eiland voor de kust. „Als kind ging ik daar naartoe en daarna naar het aquarium. Tegenwoordig is het sowieso veel te heet om nog te gaan.”

Hitte zorgt voor piekmomenten

Ook onderzoeker Nagata denkt dat hitte bijdraagt aan de afname van het aantal strandgangers. Door klimaatverandering worden de zomers in Japan warmer. „Mensen zien steeds meer op tegen buitenrecreatie in de zomer.”

Sinds enkele jaren wordt via een landelijk systeem op basis van temperatuur en luchtvochtigheid gewaarschuwd wanneer buitenactiviteiten gevaarlijk worden. Vijf jaar geleden werden ruim zeshonderd hittewaarschuwingen gegeven, vorig jaar waren dat er bijna 1.750. Niet zonder reden: tussen mei en september 2025 overleden in Japan ruim vijftienhonderd mensen aan een hitteberoerte.

De hitte verkleint het aantal uren waarop mensen veilig naar het strand kunnen, waardoor bezoekers op dezelfde piekmomenten komen. „Als het rustig is, is het te heet, en zodra je wel kunt gaan is het te druk”, legt Nagata uit.

Het aantal officiële zwemstranden daalde sinds 1990 met bijna 30 procent, tot 969 in 2024. Om ze open te houden, moeten gemeenten en lokale organisaties reddingsposten, parkeerwachten en strandwachten regelen. Met steeds minder bezoekers zijn die voorzieningen moeilijker te betalen, wat de levensvatbaarheid van de stranden bedreigd.

Neem Kehi no Matsubara in de prefectuur Fukui, een van de drie beroemdste dennenkusten van Japan. In de jaren negentig kwamen daar jaarlijks een half miljoen badgasten, in 2025 nog ongeveer 64.000. De parkeergelden leveren maar een fractie (5 miljoen yen, 27.000 euro) op van wat openhouden van het strand jaarlijks kost (35 miljoen yen, 188.000 euro).

De gemeente vult het tekort voorlopig aan met belastinggeld. Maar die rekening rust op een snel krimpende en vergrijzende stad. De gemeente verwacht dat de belastinginkomsten jaarlijks met 1 à 2 procent blijven dalen. Of het strand na 2026 nog als officiële badplaats opengaat, is daarom onzeker.

Het geschatte aantal Japanners dat minstens eenmaal per jaar in zee zwemt daalde van bijna 1 op de 3 in 1985, naar ongeveer 1 op de 28 in 2024.

Van de landelijke afname van het aantal strandgangers valt tijdens het festival in Chigasaki amper iets te merken.

Veel gemeenten zoeken een nieuwe bestemming voor stranden die als badplaats steeds minder rendabel worden. Zo wil de gemeente Sanmu, een kustplaats in de prefectuur Chiba ten oosten van Tokio, het gesloten Komatsu-strand herinrichten als een concept beach waar bezoekers het hele jaar rustig aan zee kunnen verblijven. Door juridische obstakels en de ligging in een beschermd natuurgebied, is er echter nog geen definitief plan, laat de gemeente weten. De concept beach bestaat vooralsnog alleen op papier.

Vrij om te barbecueën, drinken en roken

Met een zonnebloemhoed op en een zonnebloemvest aan speelt Kanae Sato (38) samen met haar voormalige huisgenoten in de zee bij Chigasaki. Door de hitte zijn duizenden festivalbezoekers naar de schaduw gevlucht of, net als zij, het water ingedoken. „Hier is het vrij. Je mag eten, drinken, roken en barbecueën”, somt Sato op. „Dat is waarom mijn vrienden en ik hier graag komen.”

Hier en daar gaan blikjes bier open en wordt de inhoud in plastic bekers met ijs geschonken. Rokende jongeren zitten gierend op de rand van de pier en schoppen om de beurt met hun voeten tegen het water. Naast hen zit een oude man met een vissershoedje en hengel, voorovergebogen zijn aas te bestuderen.

Chigasaki probeert zijn strand overeind te houden door het voor iedereen toegankelijker te maken. Zo liggen er tijdens het zwemseizoen matten over het zand voor rolstoelgebruikers en kunnen bezoekers amfibische rolstoelen lenen om de zee in te gaan. Ook besteedt de gemeente meer aandacht aan de promotie van grote evenementen, zoals het Hamaori-festival. .

Dit jaar trok het Hamaori-festival bijna honderdduizend mensen, niet veel minder dan de 113.000 bezoekers die er tijdens de rest van het zwemseizoen komen. 

Toch geeft de drukte vandaag een vertekend beeld van het normale kustbezoek. Southern Beach Chigasaki, de officiële zwemplek bij het festivalterrein, trok vorig jaar gedurende het hele zwemseizoen slechts 113.000 bezoekers (naast de bijna honderdduizend festivalgangers).

Het bezoek aan de hele kust van Chigasaki is in negen jaar tijd bijna gehalveerd: van 1,9 miljoen bezoeken in 2015 tot minder dan een miljoen in 2024.

„De mensen die hier komen, wonen vaak in de stad zelf”, merkt Sato op. Haar voormalige huisgenoot, de 35-jarige Fransman Clément Bocquel, is een van hen. De afgelopen drie jaar hielp hij tijdens het festival mee om de goden de zee in te dragen. „Dit jaar heb ik last van mijn rug, dus kan ik niet meedoen”, vertelt hij beteuterd. „Omdat ik zo lang ben, moet ik altijd vooraan staan. Dat is de zwaarste plek.”

Sato lacht hem toe en gaat naast hem staan, alsof ze zijn woorden wil bewijzen. Als ze op haar tenen staat komt haar voorhoofd nauwelijks tot zijn schouder. „Meedoen aan dit festival is een bijzondere ervaring”, vervolgt Bocquel. „Japan heeft een diepe band met de zee. In mijn thuisland kan ik niets vergelijkbaars bedenken.”

Een kust achter betonnen muren

De zee dient in Japan als bron van zuivering: niet alleen de goden, maar ook de gemeenschap wordt tijdens soortgelijke traditionele feesten symbolisch gereinigd. Tegelijk wordt gebeden om een goede visvangst en bescherming tegen onheil.

De rituelen weerspiegelen de dubbelzinnige verhouding van Japanners met de zee, die ook een voortdurend gevaar vormt. Bij de verwoestende tsunami die in maart 2011 de oostkust van Japan raakte, veroorzaakt door een zware zeebeving, kwamen bijna 20.000 mensen om. Meer dan 2.500 worden officieel nog altijd vermist.

Na de ramp werden langs ruim driehonderd kilometer kust zeeweringen en golfbrekers herbouwd, verbreed en verhoogd. Sommige betonnen muren zijn wel vijftien meter hoog. Ze moeten kustplaatsen tegen toekomstige tsunami’s beschermen, maar veranderen ook het landschap. De muren ontnemen bewoners soms het zicht op het water en maken de kust moeilijker bereikbaar.

De deelnemers aan het Hamaori-sai tillen hun altaren bij zonsopgang aan houten draagbalken de Stille Oceaan in.

Tegelijkertijd voorspellen klimaatonderzoekers dat Japan door erosie en zeespiegelstijging tegen 2050 ongeveer 28 tot 50 procent van zijn zandstrandoppervlak kan verliezen. Het strand krimpt dus als landschap én als openbare voorziening waar mensen kunnen zwemmen. „Vroeger was de zee een soort gemene deler: een uitstapje waar bijna iedereen plezier aan kon beleven”, zegt onderzoeker Nagata. „Nu blijven vooral de mensen over die echt van de zee houden.”

In Chigasaki loopt het tegen achten als de festivaldeelnemers in de brandende hitte – de temperatuur gaat al richting de dertig graden – afdruipen naar de parkeerplaatsen en het station. Het geschreeuw is opgehouden. Alleen de doorzetters blijven achter. Sato laat het zoute water rond haar voeten spoelen en kijkt richting de horizon. „Op dagen dat de avondschemering mooi is, kom ik zeker naar het strand.”

Japan

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next