Nederland heeft een schrijnend gebrek aan schuilkelders en de bouw van nieuwe kelders lijkt nauwelijks prioriteit te hebben. De bevolking moet juist beschermd worden tegen het gevaar van slimme drones en raketten. In het opgehoogde defensiebudget moet daar ruimte voor zijn.
Wie in deze krant de wekelijkse Schuilkelder-column van Elena volgt, weet dat de inwoners van Kyiv uit lijfsbehoud en masse hun ondergrondse schuilgelegenheden invluchten wanneer de sirenes daar afgaan. Beelden van tjokvolle metrostations laten zien dat dergelijke schuilplaatsen voor oorlogsgeweld nog altijd onmisbaar zijn.
Iedereen kan begrijpen dat er in een grote stad nooit genoeg van dergelijke onderkomens kunnen zijn. Maar dat ontslaat verantwoordelijke autoriteiten niet van de plicht ervoor te zorgen dat er op de plekken waar de meeste mensen zich bevinden schuilgelegenheden zijn.
Nu we beseffen dat de Russische agressie zich dreigt uit te breiden, is de vraag onontkoombaar hoe in ons land deze primaire vorm van civiele bescherming geregeld is. Kort gezegd: waar moet ik straks eigenlijk heen wanneer de sirene loeit?
Over de auteur
Paul Scholten is oud-burgemeester van onder meer Arnhem.
Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
Dit is een des te klemmender vraag, omdat we vooral in de dichtbevolkte centra in Nederland niet of nauwelijks nog openbare schuilkelders hebben. Oekraïne lijkt nog steeds erg ver weg. Bij onze overheden blijft het daarover tot nu toe angstig stil.
Met Poetin als kat in het nauw lijkt dit gevaarlijk gemis ook voor de Nederlandse burgers naderbij te komen. Daarom zal de regering deze ernstige lacune in haar beleid zo snel mogelijk moeten erkennen om vervolgens voortvarend aan de slag te gaan met de opbouw van zo’n netwerk. Geen dag mag meer verloren gaan.
De regering versterkt haar militaire apparaat, zij adviseert de burgers een noodpakket in huis te halen en vooral zelfredzaamheid te betrachten. Dat is op zichzelf verstandig. Maar dan blijft nog wel die ongemakkelijke vraag waar je heen moet wanneer de sirene loeit.
Na een eerder EW-artikel liet het vakblad Binnenlands Bestuur in februari van dit jaar als resultaat van een rondvraag onder alle gemeenten een onthutsend beeld zien: Nederland beschikt nauwelijks nog over bruikbare openbare ondergrondse schuilgelegenheden. Deze krant wijdde een aansprekend artikel aan de desolate situatie waarin wij wat dit betreft sinds het einde van de Koude Oorlog verkeren. Het tv-programma Nieuwsuur besteedde er zeer recent nog aandacht aan. Als kijkers bleven we geheel in het ongewisse over een voortvarende aanpak van onze overheid. Er was daarover kennelijk niets te melden.
De ongemakkelijke feiten zijn dat tegenwoordig slimme drones en raketten hun doelen snel en effectief kunnen bereiken, zeker wanneer de Patriots daartegen opraken. Maar minstens zo zorgelijk is dat er hier in Nederland totaal geen afspraken zijn over wie noodzakelijke voorzieningen als schuilkelders voor zijn rekening moet nemen. Vandaar dat ministers en burgemeesters zich stilhouden? De betrokken ministeries hebben kennelijk andere prioriteiten en de toch al armlastige gemeenten kunnen alleen met voldoende financiële rijkssteun hun verantwoordelijkheid oppakken.
De belangrijkste oorzaak is naar mijn inzicht de afwezigheid van een heldere, wettelijk vastgelegde verdeling van de verantwoordelijkheden van de betrokken overheden voor ieders aandeel in dit belangrijke deel van de civiele bescherming van de bevolking. Enerzijds komen minstens vijf verschillende ministeries met alle competentiekwesties en onvermijdelijke bureaucratie in beeld. Geen van hen steekt echter zijn vinger op nu het geld gaat kosten.
Terwijl de tijd dringt, houden anderzijds de 33 gemeenten met 100 duizend of meer inwoners (in 1990 nog 17) met hun 25 veiligheidsregio’s zich nog op de vlakte, al zal er hier en daar vast al wel eens intern over gesproken worden. Bij hen geldt waarschijnlijk dezelfde reden van onduidelijke verdeling van de verantwoordelijkheid en geldgebrek.
De bescherming van burgers begint niet in Haagse burelen, maar in de gemeenten waar mensen wonen, werken en verblijven. Grote gemeenten gaan vanwege hun bevolkingsconcentraties daarin voorop. Zij kennen met hun buurgemeenten de situatie en mogelijkheden het beste. Ze kunnen vrij gauw weten of in hun dichtbevolkte centra hun metrostations, parkeergarages, grote kelderruimten geschikt kunnen worden gemaakt of nieuwe moeten worden gebouwd.
Zij moeten bepalen wat en waar er aan openbare schuilcapaciteit op zijn minst in hun regio nodig is. Het ligt voor de hand dat de burgemeesters van centrumgemeenten in hun intergemeentelijke veiligheidsregio’s aan het hele proces in hun stad en regio leiding gaan geven.
De bescherming van burgers begint ook niet door Den Haag buitenspel te zetten, integendeel. De Rijksoverheid moet wettelijke belemmeringen snel wegnemen en hulp bieden met specifieke deskundigheid. De benodigde financiering van voorbereiding en realisatie van schuilgelegenheden zal zij voor haar rekening moeten nemen, nu gemeenten de middelen daarvoor volstrekt missen.
Biedt het nieuwe, zeer omvangrijke defensiebudget naast de militaire versterking niet ruimte voor deze civiele component van de verdediging van onze bevolking? Belangrijke aanpalende zaken worden toch ook hieronder gerekend? Gegeven de geschetste omstandigheden, het doel en de urgentie lijkt het me volstrekt verantwoord deze keuze te maken, anders gaat het alsnog mis.
De gemeenten zullen van hun kant hun aandeel in de jaarlijkse beheerskosten in hun begroting vanaf 2028 moeten verwerken.
De regering zal in de komende Troonrede eerlijk met de feiten moeten komen om haar aanpak in grote lijnen duidelijk te maken. Bij de Algemene Beschouwingen zullen de politieke partijen van hun principiële instemming met de voorgestelde financiering moeten blijk geven. Gemeenten én regering kunnen daarna onmiddellijk aan de slag gaan.
Op die wijze kan aan de motie-Eerdmans van 3 juni 2025, die met 143 van de 150 stemmen om een nationale aanpak vroeg, uitvoering worden gegeven.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant