Home

Balen van brons of blij zonder plak: een podiumplaats vertelt niet altijd het hele verhaal

De EK atletiek in Birmingham waren vanuit Nederlands perspectief de beste ooit, met veertien medailles, waaronder vijf keer goud. Maar het tellen van podiumplaatsen is niet zaligmakend; tussen uitslag en prestatie zit soms een verschil.

is sportverslaggever van de Volkskrant en schrijft vooral over schaatsen, atletiek en roeien.

Lieke Klaver wist eigenlijk niet wat ze ervan moest vinden, van die bronzen medaille om haar nek. Natuurlijk, het is een dierbaar kleinood. Ze koestert elk van de zes individuele medailles die ze inmiddels op internationale titeltoernooien heeft behaald, naast de indrukwekkende stapel van achttien estafettemedailles.

Maar toch knaagde er iets op zaterdagavond, net na de 400 meter. In de halve finale had ze nog een tijd van 49,71 seconden op het scorebord in het Alexander Stadium gebracht, in de finale lichtte 50,15 op. Dat zat haar niet lekker. Waarom had ze nu niet opnieuw onder de 50 seconden gelopen? ‘Als ik brons met 49,0 seconden had gehaald, dan had ik hier natuurlijk heel anders gestaan’, zei ze.

Dat ze door Henriette Jæger was verslagen, kon ze sowieso wel accepteren. De Noorse is het hele seizoen al sterker dan zij op de 400 meter. Maar dat ook de Poolse Natalia Bukowiecka haar voorbij was gesprint, lag gevoeliger. ‘Ik heb het hele seizoen van Natalia gewonnen. Ik denk dat ik dat ook een beetje vreemd vind.’ Als ze dan toch een tijd van 50,15 moest accepteren, dan had ze dat met zilver willen doen.

Uitslag en prestatie

Het is het verschil tussen uitslag en prestatie. En Klaver was niet de enige die te maken had met een discrepantie tussen deze twee elementaire onderdelen van de sport. Het gold ook voor Jorinde van Klinken, die vrijdagavond haar eerste internationale titel veroverde bij het discuswerpen. Na haar huldiging als kampioen stond ze, met gouden sterretjes op haar jukbeenderen en een medaille in dezelfde kleur op haar borst, een beetje vertwijfeld voor de atletiekjournalisten.

Haar eerste worp had meteen de winnende afstand opgeleverd. Maar van deze bijna poëtische 67,67 meter werd Van Klinken niet erg enthousiast. Ze had een worp van voorbij de 70 meter voor ogen, zoals dit jaar in het Amerikaanse Ramona, waar de wind voor de vliegende schotels vaak perfect tegen staat; daar krikte ze het nationaal record op tot 70,99 meter. Ondanks de gunstige tegenwind in Birmingham, waarop de discus als het ware een stukje verder kan surfen, bleek de 70 meter niet haalbaar.

Daarom was Van Klinken vrijdag veel minder uitgelaten dan na haar zilveren medaille bij het kogelstoten op de eerste dag van de EK. ‘Toen had ik als doel een persoonlijk record en een medaille. Dat lukte allebei. Dan ben je gewoon gigantisch blij omdat al je doelen behaald zijn.’

Zelfs de historische betekenis van haar prestatie – ze is de eerste Nederlandse Europese discuskampioen – deed haar aanvankelijk niet bijzonder veel. Al begon het in gesprek met de pers langzaam in te dalen. ‘Om de eerste te zijn is natuurlijk echt een bizarre statistiek. Maar waar ik nog trotser op ben, is dat ik voor de tweede editie op rij twee medailles heb gepakt.’

Blije Broeders-Bol

De balans kan ook de andere kant uitslaan: grote blijdschap zonder gouden plak. Neem Femke Broeders-Bol. Ze toonde zich afgelopen jaren wel vaker tevreden bij de pers als ze brons had behaald, maar dan oogde ze soms een beetje diplomatiek, alsof ze eventuele teleurstelling niet wilde laten doorsijpelen.

Maar van gereserveerdheid was absoluut geen sprake na de derde plaats op de 800 meter van vrijdag. Broeders-Bol liep over van voldoening nadat ze vlak achter Keely Hodgkinson en winnares Audrey Werro was gefinisht. Ze noemde het een eer dat ze nu het Nederlands record mag delen met Ellen van Langen (1.55,54).

Nog geen jaar nadat ze had besloten zich op de dubbele ronde te richten, en nadat ze in de winter nog was teruggeworpen door een voetblessure, bewees ze op dit nummer bij de allerbesten aan te kunnen haken.

‘Zij zijn de nummers een en twee van de wereld. Dat ik daar nu al zo dichtbij zit, op een toernooi waarop ik voor het eerst drie keer deze afstand heb moeten lopen: daar is wel heel veel positiefs uit te halen’, zei Broeders-Bol met enig gevoel voor understatement.

Trots op vierde plaats

Voor Jeff Tesselaar, vierde op de tienkamp, was het net niet halen van het podium al reden tot vreugde. De eerste kort door de bocht gestelde vraag die hij kreeg voorgelegd – hoe hij zo blij kon zijn met een plek net naast het podium – counterde de 23-jarige atleet met verve. ‘Dat vind ik heel bot’, aldus Tesselaar.

‘Kijk, ik denk dat ik als dertiende of veertiende voor deze EK was gekwalificeerd. Als ik dan vierde kan worden, in een wereldtopveld, dan kun je niks anders zijn dan megatrots.’

Hij had zichzelf op deze leeftijd, in deze fase van zijn loopbaan, nog helemaal niet zien meestrijden om de medailles. En Sander Skotheim, die in 2025 zilver behaalde op de WK en nu op de afsluitende 1.500 meter alles uit zijn benen moest persen om Tesselaar van het brons te houden, was net zo verrast.

De Noor vertrouwde hem na afloop wel toe wat deze vierde plek betekende. Tesselaar: ‘Hij zei het met heel veel woorden, maar het kwam erop neer dat ik er nu bij hoor. Dat ik een man ben om rekening mee te houden.’

Recordaantal medailles

De prestaties van Tesselaar en Broeders-Bol overstegen hun uitslagen. Zo doet ook bondscoach Laurent Meuwly de boekhouding van de Europese kampioenschappen. Sowieso schreef de equipe zwarte cijfers. Nog nooit werden er zo veel medailles behaald door Nederlanders: veertien in totaal; dat waren er twee meer dan in het vorige topjaar, 2024. Bovendien waren er nog niet eerder vijf titels te vieren; viermaal goud, behaald in 1950, 2016 en 2022, was tot dit weekend de hoogste score.

Maar zo’n statistische blik is niet zaligmakend, benadrukte Meuwly. Een gouden medaille meer of minder kan een wereld van verschil maken in het klassement. Maar vijf titels alleen betekenen niet zoveel; de rijke oogst aan podiumplaatsen was veelzeggender, meende hij. Ze weerspiegelen volgens hem een cultuuromslag die de Nederlandse topatletiek in het afgelopen decennium heeft doorgemaakt.

‘De successen die we de afgelopen jaren al hebben geboekt, inspireren de jongere atleten’, aldus Meuwly. ‘We hebben een team dat echt wil winnen, dat niet naar een kampioenschap komt om alleen mee te doen.’

De balans

Maar dan nog vertellen die veertien podiumplaatsen niet het hele verhaal. Europese medailles zijn niet allemaal evenveel waard in de route naar de Olympische Spelen van 2028 in Los Angeles, daar waar heel de wereld samenkomt.

Neem de 100 meter: zelfs wie daarop Europees kampioen wordt, zal op een WK of op de Spelen moeite hebben om mee te komen met het geweld van de Noord-Amerikanen. Maar wie het, zoals Stefan Nillessen op de 1.500 meter, opneemt tegen twee wereldkampioenen en wint, toont aan van wereldklasse te zijn.

De precieze rekensom, de balans tussen uitslag en prestatie, moest Meuwly op de slotdag van de EK nog maken. ‘Dat moeten we analyseren. Het is mooi, zo’n goed resultaat op Europees niveau. Maar wat betekent het op mondiaal niveau?’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next