VOORBURG - 'Normaal zou ik niet andermans spullen vernielen.' Sasha klinkt schuldbewust, voor zover dat is vast te stellen via de tolk. Deze keer was het alleen niet zoals normaal, zo geeft de verdachte toe. 'Toen was mijn leven gecompliceerd. Ik was onder invloed van drugs. Ik kan het me niet herinneren.'
Dit is een verhaal in onze serie Bij de Politierechter.
Sasha staat voor de politierechter op verdenking van winkeldiefstal in een supermarkt. Hij heeft scheermesjes gejat en iets in een roze verpakking.
Daarna heeft hij op de parkeerplaats voor de winkel twee auto's vernield. Bij de ene heeft hij de linkerbuitenspiegel eraf geslagen met zijn vuist, bij de ander, een dure BMW, met een sleutel het logo van de motorkap gepulkt.
Van de winkeldiefstal zijn beelden en van de vernielingen zijn getuigen, die Sasha aanwijzen als de dader. 'Een kleine man met kort, opgeschoren, blond haar en een Pools uiterlijk. Hij had een Albert Heijn-tas met een dartbord erin', zo verklaart één van die getuigen.
De verdachte wil weten of die getuige in de zaal is. 'Nee, zo doen we dat niet in Nederland', zegt de rechter. Sasha is verontwaardigd. 'Hij zou hier toch moeten zijn om mij aan te wijzen? Ik snap niet dat iemand zomaar kan zeggen: 'Een Pools uiterlijk'. Dat kan je over iedereen wel zeggen.'
De rechter legt nogmaals uit waarom de getuige er niet is. Sasha zegt: 'Ik hoor u wel, maar ik vind het raar.' De rechter zegt dat hij meer aanslaat op dat dartbord in de tas van de verdachte.
De tweede getuige heeft dat weliswaar niet gezien, maar verder geeft hij eenzelfde omschrijving van Sasha en hoe die minutenlang bezig is geweest met het BMW-logo. Ook deze getuige is niet in de zaal.
De verdachte blijft erover mokken. 'Het is voor mij onbegrijpelijk dat een getuige iets kan verklaren en dan niet aanwezig is.'
'Ik kan net zo goed iets over u zeggen en dan zit u lekker thuis en dan zit ik er mee.' De rechter is ad rem: 'Tot nog toe heeft u nog niks over mij gezegd.' Sasha heeft zijn antwoord even snel klaar: 'Omdat ik niks over u weet.'
Na zijn aanhouding op het parkeerterrein van de supermarkt heeft de man veertig dagen in voorarrest gezeten. Daarna is hij losgelaten omdat hij anders te lang zou zitten voor deze feiten.
Het is niet de eerste keer dat de verdachte voor de rechter moet verschijnen. Hij is eerder tot ongewenst vreemdeling verklaard en uitgezet naar Polen. En daarna per kerende Flixbus weer teruggekomen.
Sasha wil graag werken in Nederland, maar is zijn werkdocumenten kwijtgeraakt. Hij heeft nieuwe aangevraagd, maar die zijn nog niet binnen.
De rechter somt het strafblad van de man op. Winkeldiefstallen, fietsendiefstallen, poging tot inbraak. Het gaat maar door.
'Ik stuur mensen Nederland niet uit, dat is mijn werk niet', zegt de rechter 'Maar als u wilt werken en het lukt niet en ik zie dan dat u binnen een jaar meer dan tien keer bij de rechter staat, dan denk ik: wat doet u dan hier?'
Sasha, opnieuw schuldbewust: 'Ik snap u wel. Maar mijn hele familie is hier. Alleen ik ben een beetje van het padje af door de drugs. Ik probeer weer op het rechte pad te komen.'
Daar komt alleen niks van terecht, want de verdachte moet de volgende dag alwéér voor de rechter-commissaris verschijnen voor een volgende winkeldiefstal. De officier van justitie zegt dat zij Sasha in een traject voor stelselmatige daders (ISD) wil plaatsen. Dan zit hij twee jaar vast.
De rechter wil weten hoe het strafblad van Sasha in Polen eruit ziet. Dat weet de man niet precies. Wel heeft hij daar in totaal vier jaar vastgezeten.
Voor de officier van justitie is deze zaak duidelijk. Een medewerkster van de supermarkt ziet Sasha de winkel uitlopen zonder te betalen. Ze laat hem gaan omdat hij agressief en onbenaderbaar is, maar ze belt wel de politie. Als Sasha wordt aangehouden, heeft hij de gestolen scheermesjes nog bij zich.
De getuigen van de vernielingen aan de auto's zijn voor de officier betrouwbaar. 'Wat de omschrijving van het Poolse uiterlijk waard is weet ik niet, maar de tas met het dartbord en zijn kleding kloppen met wat hij aan en bij zich had.'
Omdat over de ISD-maatregel nog moet worden beslist, eist de officier een celstraf van veertig dagen, gelijk aan de voorlopige hechtenis.
De raadsman van Sasha vraagt om vrijspraak van de winkeldiefstal, omdat de gestolen spullen niet goed zijn gedocumenteerd. Ook voor de vernielingen vraagt hij vrijspraak.
'Het enige wat aan hem wordt gekoppeld, door één getuige, is dat dartbord. Maar hij ontkent de vernielingen. Dan is het zijn woord tegen dat van de getuige en dan kan de getuige niet doorslaggevend zijn.'
De officier werpt tegen dat de getuige juist een heel goede omschrijving geeft van de verdachte. 'Heel veel scherper dan dit krijg je ze volgens mij niet.'
In zijn laatste woord wijst Sasha er op dat hij nu echt hard aan zichzelf werkt om het beter te doen voortaan. 'Meneer de rechter, als ik zou mogen kiezen, zou ik ook niet hier zitten en liever ergens anders zijn. Maar het is wat het is. Ik probeer op het goede pad te blijven, maar soms is het overmacht.'
De rechter vindt alle drie de feiten bewezen, mede door de getuigen. 'Dat dartbord vind ik geloofwaardig. In mijn hele lange carrière bent u de eerste die is aangehouden met een dartbord.'
'Ik hoef u niet uit te leggen dat dit hele vervelende feiten zijn', vervolgt de rechter. 'Winkeldiefstallen eindigen soms in hele vervelende situaties. Ook de maatschappij vindt het vervelend, want de kosten van die diefstallen zitten in de prijzen van de artikelen die ik en iedereen moeten betalen.'
Hij veroordeelt Sasha, conform de eis van de officier, tot de veertig dagen die de man in voorarrest heeft gezeten. Ook moet hij de kapotte buitenspiegel ter waarde van 240 euro vergoeden. De eigenaar van de BMW heeft geen claim ingediend.
De naam van Sasha is gefingeerd.
Source: Omroep West L'dam