De wetenschapsredactie beantwoordt kleine en grote vragen die lezers bezighouden. Deze week: droom ik meer als ’t warm is? Plus: waarom ben ik zelf altijd de hoofdpersoon in mijn droom?
Dromen blijkt een populair onderwerp onder de lezers van de rubriek Altijd al willen weten, we behandelen deze week twee lezersvragen over dit nachtelijk tijdverdrijf. ‘Droom ik meer als ik het warm heb?’, vraagt Moniek van Assendelft zich af.
Een te warm bed leidt er vaak toe dat je niet goed in slaap komt. De nacht bestaat dan uit een aaneenrijging van momenten met lichte slaap. Dat beïnvloedt de manier waarop je droomt, maar niet per se de hoeveelheid.
Er is een verschil tussen hoe vaak je droomt en in hoeverre je onthoudt dat je hebt gedroomd. Met een lichte slaap ben je vaker wakker en onthoud je een droom makkelijker. Het lijkt dus alsof er meer gedroomd is, terwijl je vooral beter onthouden hebt dat je gedroomd hebt.
En dan de vraag van lezer Martha Wijnveen. Zij vraagt zich af waarom ze altijd zelf de hoofdpersoon van haar dromen is.
Hoe een droom er ook uitziet, vaak is de basis een reflectie van het dagelijkse leven. En dat maak je mee vanuit de eerste persoon. Daarom is de ervaring in een droom meestal uit hetzelfde perspectief en speel je dus zelf de hoofdrol.
Maar dat is niet altijd het geval. Uit een recent onderzoek bleek dat ongeveer een op de vijf mensen droomt vanuit de derde persoon, als toeschouwer van de eigen droom.
Het brein kan ons goed voor de gek houden tijdens het dromen, blijkt uit een ander onderzoek. Ook het ‘taalcentrum’ lijkt dan in de war. Wanneer we gedurende de dag praten, is er een ander hersengebied actief dan tijdens het luisteren. Juist dat ‘luistergebied’ is actief wanneer in een droom iemand tegen ons praat, terwijl we zelf het pratende karakter geproduceerd hebben.
Zijn dromen dan een verschijnsel wat ons maar overkomt, of kunnen we ze toch een beetje controleren?
Dat laatste blijkt het geval te zijn, uit onderzoeken naar zogenoemde lucide dromen. Bij dit verschijnsel heb je een ander bewustzijn dan wanneer je slaapt of wakker bent, zoals wetenschappers van de Radboud Universiteit onlangs aantoonden. Omdat je doorhebt dat je droomt, kun je de droom beïnvloeden.
Het opschrijven van dromen, bedenken waarover je wilt dromen en overdag jezelf afvragen of je droomt of niet zijn enkele tips om je eigen droom te regisseren. Veel plezier tijdens de nachtelijke avonturen.
Met dank aan Francesca Siclari, hoofd van onderzoeksgroep ‘Slaap en dromen’ aan het Nederlands Herseninstituut
Zelf een vraag voor deze rubriek? Willenweten@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant