Koopwoningen worden duurder, maar het tempo vlakt langzaam af. Bestaande koopwoningen waren in mei gemiddeld 4,4 procent duurder dan een jaar eerder, blijkt uit nieuwe cijfers van het CBS en het Kadaster.
Ten opzichte van april stegen de prijzen in mei met 0,6 procent. Daarmee liggen de huizenprijzen inmiddels 16,6 procent hoger dan bij de vorige piek in juli 2022, toen de markt omsloeg en de prijzen tijdelijk daalden. Sinds juni 2023 is de trend weer onafgebroken stijgend. De gemiddelde transactieprijs voor een bestaande koopwoning bedroeg in mei 487.383 euro - dicht bij de grens van een half miljoen.
Het aantal woningtransacties daalde in mei licht: het Kadaster registreerde 19.120 verkopen, 2,5 procent minder dan in mei vorig jaar. Over de eerste vijf maanden van 2026 samen werden 94.523 woningen verkocht, 5 procent meer dan in dezelfde periode een jaar eerder.
In het eerste kwartaal van 2026 werd gemiddeld nog 3,7 procent boven de vraagprijs betaald, tegenover 5,7 procent een jaar eerder. Ongeveer 65 procent van de woningen werd boven de vraagprijs verkocht. Ook dat ligt lager dan voorheen.
De Nederlandsche Bank verwacht in de voorjaarsraming een huizenprijsstijging van 3 tot 4 procent per jaar tussen 2026 en 2028. Dat is duidelijk lager dan vorig jaar. Door dalend consumentenvertrouwen en licht opgelopen hypotheekrentes willen en kunnen mensen minder lenen.
Het structurele woningtekort blijft de belangrijkste aanjager van de prijzen. Nieuwbouw loopt nog altijd achter bij de vraag, mede door hogere bouwkosten en krapte op de arbeidsmarkt.
Source: Nu.nl economisch