Migratie Het Europees Parlement stemde woensdagmiddag in met de betwiste terugkeerregeling uit het nieuwe migratiepact. Afgewezen asielzoekers kunnen worden uitgezet naar ‘terugkeercentra’ in niet-Europese landen. Dat moet migratie ontmoedigen. Minister Van Weel: „dit breekt het mensensmokkelmodel”.
Minister David van Weel van Asiel en Migratie tijdens een bezoek aan de Grieks-Turkse grens.
Op maar weinig Brusselse dossiers staan er zoveel koppen dezelfde kant op als bij migratie. Woensdagmiddag stemde het Europees Parlement in Straatsburg overtuigend voor de terugkeerregeling van afgewezen asielzoekers – met 418 stemmen voor en 218 tegen. Asielzoekers van wie het verzoek is afgewezen, kunnen tot 30 maanden worden vastgehouden in „terugkeerhubs in derde landen”, gelegen buiten de EU.
Het is het sluitstuk van het Europese migratiepact dat op 12 juni van kracht werd. Daarmee is een akkoord bereikt over de meest controversiële hervorming in de herziene migratiewetgeving, door migratiedeskundigen betwist vanwege het ontbreken van terugkeerafspraken met herkomstlanden.
Europarlementariër Sander Smit (BBB) is verheugd over het akkoord. Na het mede-indienen van 196 amendementen spreekt hij van een „historisch kantelpunt” in de migratiewetgeving. Pro-fractievoorzitter in het Europees Parlement Mohammed Chahim stemde tégen. „Het is gênant, in de teksten wordt gesproken van detentie, waarbij ook kinderen jarenlang kunnen worden vastgehouden.”
„Het nieuwe Europese Huis staat”, zo beschreef Oostenrijker Magnus Brunner, Eurocommissaris voor Binnenlandse Zaken en Migratie, dinsdag de politieke opluchting na de langdurige onderhandelingen over de „effectievere, strengere regels”. De nieuwe regels moeten ervoor zorgen dat meer afgewezen asielzoekers de lidstaten verlaten.
Nederland pleit al lange tijd voor een strengere migratieaanpak, ook in Europees verband. Den Haag denkt na over terugkeercentra „aan de randen van Europa”, beaamt David van Weel, minister van Justitie en Veiligheid (VVD). Eerder was hij minister van Buitenlandse Zaken en verantwoordelijk voor Asiel en Migratie. „Albanië [waar Italië asielzoekers vastzet] is weinig duurzaam, gezien het over anderhalf jaar bij de EU hoopt te horen”, voegt hij toe.
Van Weel is in Straatsburg onder meer voor een ontmoeting met Alain Berset, de secretaris-generaal van de Raad van Europa, waar het Europees Hof voor de Rechten van de Mens onder valt. Ook heeft hij een ontmoeting met zijn Albanese ambtsgenoot. Van Weels missie in Europa: bredere samenwerking, onder meer op het vlak van gegevensuitwisseling.
Volgens de minister is er een breed gedeeld gevoel dat er „niemand meer weg te krijgen” is uit Europa. „Als je criminele asielzoekers niet kunt uitzetten, levert dat frustratie op. Uiteindelijk wil je een systeem dat werkt voor de mensen die het nodig hebben. We moeten smokkelaars de kans ontnemen mensen geld af te troggelen voor een reis die uiteindelijk nergens heengaat. Als mensen zich er bewust van worden dat hen geen beter leven wacht, breekt het verdienmodel vanzelf.”
Het eerdere Europese systeem – naar de „wir schaffen das”-filosofie van oud-bondskanselier Angela Merkel – speelde mensenhandel volgens minister Van Weel juist in de kaart. Hij somt op: „Verleiding door onjuiste brochures, levensgevaarlijke reizen, mensen die onderweg hun leven verliezen, of eenmaal aangekomen alsnog moeten vertrekken met de staart tussen hun benen. Dat is onhoudbaar vanuit een mensenrechtenpositie.”
Mensenrechtenorganisaties kanten zich juist tégen een strengere asielaanpak. Ze vrezen dat migraten worden voor vastgezet in gesloten centra zonder duidelijk perspectief en zonder toegang tot juridische bijstand. Ook het Europees Hof voor de Rechten van de Mens was kritisch. Zo oordeelde het Hof dat Italië bepaalde migranten onrechtmatig naar Albanië had overgebracht, omdat de definitie van ‘veilige herkomstlanden’ (een voorwaarde voor het mogen uitzetten) niet overeen kwam met EU-wetgeving.
Vorig jaar spraken negen Europese lidstaten – waaronder Italië, Oostenrijk, Denemarken en België – zich expliciet uit tegen het Hof, dat nationale pogingen om scherp migratiebeleid in te voeren zou dwarsbomen. Nederland tekende de brief niet, maar „deelde de lijn” volgens Van Weel. Half mei tekende de Raad van Europa een – volgens Van Weel „belangrijke” – verklaring in het Moldavische Chisinau waarin wordt onderstreept dat staten het „onbetwistbare soevereine recht” hebben om de toegang en het verblijf van buitenlanders te controleren.
Van de afgewezen asielzoekers vertrekt momenteel slechts een kwart uit Europa. Van Weel: „Dat is wat er nu fundamenteel niet goed gaat. Mensen denken ‘als ik maar lang genoeg blijf, afwijzing na afwijzing, tot aan de hoogste rechter, dan doe ik daarna alsnog een beroep op clementie, of wacht ik op veranderende wetgeving’. Dat systeem helpt niemand. Wat ook gebeurt: mensen komen niet opdagen bij de autoriteiten, weigeren zich te identificeren, of spreken plots een taal niet meer als ze bij een ambassade aankomen. In dat geval moet er een mogelijkheid zijn om ze niet in de EU te laten verblijven, zodat mensen inzien dat ze thuis beter af zijn.”