Ook Toy Story moest mee in de moderne tijd. Ruim dertig jaar na de eerste film krijgen de speelgoedkarakters uit de succesvolle animatiereeks in Toy Story 5 gezelschap van... een tablet. En o ironie: in de echte wereld zijn de speelgoed-Lilypads nu al niet aan te slepen.
is filmredacteur van de Volkskrant.
Ook Toy Story moest mee in de moderne tijd. Ruim dertig jaar na de eerste film krijgen de speelgoedkarakters uit de succesvolle animatiereeks in Toy Story 5 gezelschap van... een tablet. En o ironie: in de echte wereld zijn de speelgoed-Lilypads nu al niet aan te slepen.
is filmredacteur van de Volkskrant.
Zelfs Lotso de beer kreeg zijn eigen merchandiseknuffel, het aardbeienroze pluchen kwaad uit Toy Story 3 dat al het andere speelgoed onbewogen naar de brandoven dirigeerde. Mogelijk de allerslechtste slechterik ooit, in een kinderfilm.
Dus zo gek is het niet dat ook de Lilypad al in het (online)winkelschap ligt: een als kikker uitgevoerde groene spelletjestablet, waarmee je berichtjes en emoji’s kunt sturen naar cowboy Woody, astronaut Buzz en cowgirl Jessie. Die laatsten, de levende oude speelgoedgarde uit de animatiereeks van Pixar, krijgen in Toy Story 5 concurrentie van ‘tech’, als de ouders van mensenkind Bonnie hun 8-jarige dochter zo’n tablet cadeau doen.
Alle buurtkinderen zitten al aan het scherm gekluisterd, in de film die deze week in wereldpremière gaat. Het oude speelgoed ligt verwaarloosd en verweerd in de tuin of onder een kast. Dus wat moet je als ouder, als je verlegen kind er maar niet in slaagt contact te leggen met leeftijdgenootjes? Lilypad, die ook blijkt te leven, voegt Bonnie simpelweg toe aan een digitaal vriendinnenclubje. Opgelost!
Maar hoe leuk is het om te spelen met kinderen die enkel naar hun eigen scherm staren? En jou, als blijkt dat je nog met poppen en speelgoed speelt, meteen buitensluiten en pesten op sociale media? Tranen biggelen over Bonnies gezichtje.
Bij de filmstudio waren er behoorlijk wat stemmen opgegaan om Lilypad als het pure kwaad te schetsen, zei coregisseur McKenna Harris vorige maand, na een voorvertoning van wat scènes uit de nieuwe film. ‘Het was moeilijk om een balans te vinden, omdat ieder van ons op zijn eigen manier worstelt met het bestaan van dit soort apparaten.’
Maar ja, ook Toy Story moest mee in de moderne tijd. ‘We komen niet van die apparaten af, hoezeer we het ook proberen. Ik heb ook een telefoon, waaraan ik vermoedelijk altijd deels verslaafd zal zijn. Het voelde goed om ook het speelgoed met die nuance te laten worstelen.’
Als Pixar en Disney ervoor hadden gekozen het speelgoed in 2010 met pensioen te laten gaan, na het derde deel, dan was Toy Story in de filmgeschiedenis bijgezet als een voorbeeldige trilogie – niks meer aan doen. Quentin Tarantino, groot fan, zei om die reden te weigeren de verdere vervolgdelen te kijken. ‘Het verhaal is zo perfect geëindigd als maar kan, dus nee, het maakt me niet uit of het goed is. Ik ben er klaar mee.’
Verlatingsangst vormt het overkoepelende thema van de reeks: Toy Story is voer voor (kinder)psychologen. Veel van het speelgoed blijkt getraumatiseerd of belandt in een existentiële crisis. Als de dood zijn ze, dat het spelen ooit ophoudt. In de eerste film (1995), van oud-Pixar-voorman John Lasseter, zag cowboypop Woody zijn positie bedreigd door de flitsende ruimteman Buzz Lightyear: was hij nog wel het populairste speelgoed van het jongetje Andy?
In het tweede deel (1999) werd de cowboy gekaapt door een verzamelaar; zo ontmoette hij cowgirl Jessie. In het derde deel werd het speelgoed – per abuis – gedoneerd aan een nabije kindercrèche. Daar zwaaide knuffelbeer Lotso de scepter, achter wiens vriendelijke voorkomen een despoot schuilging. Aan het slot schonk de inmiddels opgegroeide Andy zijn speelgoed aan zijn buurmeisje Bonnie. Hij ging studeren.
Ook technisch werd er iets volbracht. Toy Story, bekroond met een Oscar, luidde als de eerste computeranimatiespeelfilm een revolutie in, maar visueel oogde het avontuur (naar de maatstaf van vandaag) nog een tikje vlak.
Het eerder nog kwakkelende Pixar, overeind gehouden met een financiële injectie van Apple-baas Steve Jobs, was opeens een sensatie in Hollywood. Terwijl de geijkte studio’s diep in de superhelden doken, en zo in essentie kinderfilms afleverden voor volwassenen (of tieners), maakten ze bij Pixar juist volwassen films voor kinderen. En de innovatieve studio legde de animatielat almaar hoger: van de haartje voor haartje bewegende vachten uit Monsters Inc. (2001) tot de betoverende onderwaterwereld in Finding Nemo (2003).
Na een ‘pauze’ van tien jaar na het tweede deel wist Toy Story 3 van die sprong voorwaarts te profiteren: niet eerder had de emotie op de speelgoedgezichtjes zo geloofwaardig geoogd. Ook de recordopbrengst, meer dan 1 miljard dollar, deed vermoeden dat de ondertussen door Disney aangekochte studio (voor 7,4 miljard dollar) nog wel even door wilde met de reeks.
Zo trok het speelgoed de wijdere wereld in met Toy Story 4, wederom een commercieel én artistiek succes. Met Vorkie werd een van de leukste figuurtjes toegevoegd: Bonnies van wat klei, chenilledraad en een plastic vorkje geknutselde speelkameraadje, dat zichzelf niet als speelgoed wenst te identificeren. Kon je ook gewoon thuis namaken: sympathiek.
Nu zijn de aan Toy Story 5 gelieerde Lilypads niet aan te slepen, berichtte The Hollywood Reporter vorige week. ‘For fun that brings the whole family together’, belooft de (echte) Amerikaanse commercial, waarin een meisje vrolijk in de weer is met haar kikkertablet. Voor alle ouders die hun kind liefst al vroeg willen laten kennismaken met beeldschermen (de bijsluiter adviseert 3+).
Dit kun je ironisch noemen. Of hypocriet. Verraad aan al die heerlijke figuurtjes uit de Toy Story-koker. Aan meneer en mevrouw Aardappelhoofd, Slinky de veerhond en dino Rex. Wie speelt er straks nog met ze? Maar laten we niet somberen: het komt heus goed, tussen de tech, het speelgoed en het kind. In de film tenminste.
Misschien wel de briljantste vondst van de eerste film: dat de speelgoedruimteheld Buzz Lightyear meent dat hij de échte Buzz is. Hij raakt in een depressie als hij toevallig op een ronkende tv-commercial stuit voor de in serie vervaardigde plastic Lightyear-poppen. Zijn laserlicht, de uitklapbare vleugels: alles blijkt nep. Wie ben je dan nog?
Een diepe knak in de speelgoedziel van Jessie (Woody’s vrouwelijke evenknie), zo gekoesterd door haar eerste eigenaar Emily, om te eindigen in een kartonnen doos langs de weg. Vergeten, uitgespeeld, gedoneerd. Speelgoedtrauma gevat in een flashback van twee minuten, op de klanken van het door Toy Story-componist Randy Newman geschreven When She Loved Me, gezongen door Sarah Mclachlan. Hartverscheurend.
Pal voor zijn vertrek naar de universiteit stelt Andy zijn speelgoed voor aan de schuchtere Bonnie: kijk, zó speel je met cowgirl Jessie, paard Bullebeest, veerhond Slinky, dino Rex, meneer en mevrouw Aardappelhoofd, spaarvarken Hamm, de drie-ogige aliens van Pizza Planet en Buzz Lightyear. Om dan toch ook Woody af te staan, zijn dierbaarste bezit. ‘Dank voor alles’, stamelt Andy. Het onvermijdelijke, bitterzoete afscheid. Het is goed zo.
Eindelijk vindt ze haar stem: de vanwege een haperend speakertje altijd onverkocht verbleven winkeldochter en ‘praatpop’ Gabby Gabby. Met die van Woody, eerst nog met geweld uit het stoffen cowboylijfje geroofd, hoopt ze van het schap te worden verlost. De violen zwellen al aan. En dan wordt ze afgewezen, door haar beoogde droomkind. Al na één keer trekken aan dat stemtouwtje.
Pure horror: het speelgoed dat op een verbrandingsoven afschuift, op de lopende band van de vuilstort. Met dank aan knuffelbeer Lotso, die vals werd nadat een kind hem had vervangen. Hoe Woody, Jessie, Buzz en de rest elkaars handjes vast pakken, in het zicht van het gloeiende vuur, de ogen al sluiten... En dan de redding, van boven. Drie-ogige aliens met een grijparm (‘de klauw!’) – bestaat er een fraaiere deus ex machina?
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant