Schilderkunst De overleden Britse kunstenaar David Hockney, die wordt gezien als een van de groten van de late 20ste eeuw, had ook invloed op de generaties na hem. Vijf Nederlandse kunstenaars vertellen wat Hockneys boeken en kunst voor hun werk betekenden. „Hij is voor mij een van mijn ultieme feelgoodkunstenaars.”
David Hockney bij werk in zijn tentoonstelling ‘Painting and Photography’ in Londen, 2015.
Als „een van de grootste invloeden”, „de ultieme feelgoodkunstenaar”, of als een „leraar”: ook voor het werk van Nederlandse kunstenaars heeft de Britse schilder David Hockney, die vorige week op 88-jarige leeftijd overleed, betekenis gehad. Waar zat voor hen zijn kracht en invloed? Hockney begon begin jaren zestig in de toen heersende stijl van het abstract expressionisme, maar stapte – destijds vernieuwend – over naar vrolijk gekleurd figuratief werk. Hij schilderde zijn directe omgeving, personen en voorwerpen uit zijn eigen leven, ook zijn homoseksualiteit. Zijn kunstwerken waren tegelijk ook conceptueel: ze onderzoeken hoe we de werkelijkheid waarnemen. Naast zijn kunst schreef Hockney boeken over kunst en waarneming, en was hij een markante figuur in het Britse openbare leven. Vijf Nederlandse kunstenaars – vier schilders en een fotograaf – vertellen welke kunstwerken betekenis voor hen hadden.
„De grote rol die David Hockney in mijn leven speelde, realiseerde ik me pas echt goed toen hij dood ging. Ik haalde zijn boeken weer van de plank, twaalf bleek ik er te hebben. De eerste kreeg ik in 1978, met daarin zijn tekeningen van blote jongens onder de douche. Hij tekende zijn leven, zijn vrienden op een vrolijke, gewone manier. Dat dat met plezier gepaard ging, speelde ook voor mijn eigen coming-out mee.
Erik Mattijssen
„Op de kunstacademie begin jaren tachtig overheerste het donkere van de ‘no future’-generatie, kunst moest confronteren, wrijven. Ik werkte graag met kleur, wat in die tijd helemaal niet paste. Hockney gebruikte die kleuren wél. Later kwam daar ook de onderwerpkeuze bij: dat je genoeg kunt hebben aan de alledaagse wereld om ons heen. Alles mag van Hockney. Mijn favoriet zijn Hockneys decorontwerpen voor diverse opera’s, die vorig jaar in Parijs te zien waren – heel vrijmoedig zijn die.
„Het is een houding die heel belangrijk voor me is geweest: dat je mag genieten van wat je maakt, van de kleuren, de wereld om je heen. Vanaf 1989 werd ik docent op de Gerrit Rietveld Academie, en toen wist ik: wat mij op de academie was overkomen, zal ik mijn studenten niet aandoen. Hockney werd zo ook een mede-docent voor mijn studenten.”
Still uit BBC-documentaire uit 2001 met David Hockney op de Pearblossom Highway in Californië, het decor van een van zijn fotocollages.
„Hockney gaf zelf geen les, maar voor mij was hij een leraar. Ik volgde de opleiding Edelsmeden aan de Rietveld, maar besloot autonoom kunstenaar te worden toen ik een camera kreeg. Het waren de inzichten van Hockney in de fotografie die mij hierbij hielpen, eerst door zijn boeken en daarna door zijn werk dat overeenkomt met zijn theorieën.
Ilona Plaum
„Een van mijn favoriete werken is Pearblossom Highway (1986), een fotocollage. Het is opgebouwd uit 650 foto’s van één locatie langs de snelweg in Californië, waar hij toen woonde. Hockney fotografeerde vanaf steeds verschillende standpunten in het landschap, die hij in deze collage bij elkaar zet. Een van mijn eerste werken was een foto van een plant, Attempt for a democratic point of view (2005), waarin ik ook meerdere aanzichten ervan in één beeld breng.
„Ik heb dat niet gemaakt omdat hij dat deed, ik leerde zijn werk pas daarna kennen, maar ik voelde me erkend: er is nóg iemand met dezelfde vragen als ik. Door zijn boeken en werken begin je iets te snappen van ruimtelijkheid. Hockney gaf me het inzicht dat er helemaal geen objectiviteit is. Dat zijn waardevolle vragen, nu zelfs nog relevanter, nu iedereen een camera heeft, en de fotografische blik ons beeld van de werkelijkheid nog meer bepaalt.”
„Toen ik in 2013 terugkwam uit Berlijn, waar ik lang had gewoond, was ik zoekende naar een nieuw motief in mijn werk. Ik had een atelier buiten Amsterdam, direct aan een meer, met bossen; het was het landschap uit mijn jeugd. Ik vroeg me af of daar een onderwerp voor mij in zat. Hockney schilderde de landschappen uit zijn jeugd toen hij uit Californië terugkeerde naar Yorkshire, en sprak daar zeer enthousiasmerend over in het interviewboek A bigger picture.
Tjebbe Beekman
„Maar ik merkte direct: hier moet ik verre van blijven. Bij mij werd het landschap naar mijn zin te sentimenteel. Hockney maakt het onderwerp op knappe wijze meteen conceptueel, het gaat zowel over het landschap zelf als ook over hoe we kijken en licht en tijd ervaren. De weg waar hij mij toen op stuurde was een andere: mijn onderwerpen, de ruimtes die ik wil schilderen, zaten in mijn hoofd. Letterlijke invloed zou ik dat dus niet willen noemen: de inspiratie is indirect. Vorig jaar zag ik in Parijs zijn oudere dubbelportretten. Op die schilderijen kijken de figuren elkaar niet aan. Dat bevestigde voor mij een vermoeden, ze pasten bij een sfeer waar ik in mijn huidige werk naar op zoek was.
„Hockney is een van mijn ultieme feelgoodkunstenaars. Elke keer als je denkt: wat moet ik met kunst?, dan kijk of luister je naar hem en heb je er meteen weer zin in. Er zit geen cynisme in de wereld van Hockney. Zijn schildertoets is bijna jaloersmakend lui, het is allemaal niet zo uitgewerkt, maar altijd precies genoeg. Dat maakt hem benaderbaar. Picasso, waar Hockney ook een leven lang door gefascineerd was, was zó goed, maar Hockney blijft lekker menselijk.”
David Hockney bij zijn schilderij ‘Peter Getting out of Nick’s Pool’, in Liverpool, 1967.
„De meest aanwijsbare invloed op mijn werk had Hockneys boek Secret Knowledge, over hoe vroeger kunstenaars aan hun kennis van perspectief kwamen. Ik heb een zogeheten camera lucida gekocht die in het boek wordt beschreven, zowel een oude van rond 1800 als een nieuwe. Die camera gebruik ik nu best vaak voor stillevens. Door die camera zie je beter waar de verdwijnpunten van verticale lijnen in het interieur zijn.
Christiaan Kuitwaard
„Voor een schilder waren zijn ideeën over fotografie fantastisch: je oog dwaalt door de ruimte als je gaat schilderen, en al die verschillende perspectieven probeer je in één beeld samen te vatten. Ook had hij net als ik altijd een schetsboek bij zich, hij schetste het interieur overal waar hij was, dat doe ik ook. Het voelt als herkenning, dat zo’n groot kunstenaar doet wat je zelf ook doet. Op latere leeftijd ging hij naar buiten om te schilderen. Dat was in de 19de eeuw gewoon, maar hij was een modern schilder; door hem ben ik dat ook gaan doen.
„Het is een positieve kijker, een kunstenaar die gééft, je krijgt er energie van. De keuze voor zijn directe omgeving als onderwerp vind ik inspirerend, bevrijdend ook. Een van mijn favoriete werken van Hockney is Mother I, Yorkshire Moors, August 1985, waarin hij zijn moeder fotografeert. Hierin komt veel samen van wat hij doet: het is een collage van verschillende perspectieven, maar het is óók gewoon een portret van zijn moeder.”
„Hockney heeft mij laten zien dat het oké is om je werk persoonlijk te maken. Als hij mensen schildert zie je hoe ze zich tot hem verhouden, het is bijna of je naar hém kijkt. Bij hem keren dingen en mensen om hem heen op verschillende doeken terug. Heel mooi vind ik Model with unfinished selfportrait (1977), met voorin een liggend model, achterin de schilder zelf aan het werk. Dat lijkt helemaal niet op het werk dat hij later is gaan maken. Ik heb ook meer met zijn oudere werk uit de jaren 60 en 70 dan met het latere. Die meer klassieke manier van schilderen heeft hij losgelaten, maar dat persoonlijke is gebleven.
Faria van Creij-Callender
„Bij mijn eigen schilderijen wil ik dat ze op zichzelf kunnen staan, maar er zitten óók herinneringen in. Er komen voorwerpen en symbolen uit mijn leven in voor, zoals de vaas van mijn moeder. Soms is het eng om iets persoonlijks in de wereld te zetten, maar als ik het bij hem zie dan denk ik: dat ga ik proberen vast te houden. Hij kijkt op een eerlijke manier naar zijn directe omgeving.
„Dat persoonlijke was baanbrekend toen hij begon, ook vanwege zijn identiteit als homoseksuele man. Zijn blote mannen onder de douche waren zo mooi en persoonlijk. Ik ben nu bezig met een schilderij waarop twee vrouwen elkaar bijna een zoen geven, en in zijn werk herken ik dat comfortabele, het gewone en het intieme ervan.”