Home

Jordanië loopt uit voor WK-wedstrijden in een Romeins amfitheater, bij zonsopgang

Een beetje vrolijkheid kan de doorsnee Jordaniër wel gebruiken, en dus zit een amfitheater in Amman woensdagochtend vroeg afgeladen vol voor een primeur: het eerste WK-duel van de nationale ploeg. ‘Breng de wereldbeker, o helden.’

is correspondent Midden-Oosten van de Volkskrant. Hij woont in Amman.

De overlevering vertelt niet of Antoninus Pius, een Romeinse keizer uit de tweede eeuw na Christus, een sportliefhebber was. Toch had hij ongetwijfeld genoten van wat zich deze woensdagochtend afspeelt in het Romeinse amfitheater van Amman, de hoofdstad van Jordanië.

De stenen banken van de arena, ooit voor de keizer gebouwd, zitten afgeladen vol voor ’s lands eerste WK-wedstrijd. Alles is te volgen op een levensgroot scherm. Aftrap: 7 uur in de ochtend.

Veel fans hebben van de opwinding geen oog dichtgedaan. ‘Ik was bang dat ik me zou verslapen’, grinnikt de 18-jarige Osama Nasser, die samen met zijn broer is komen kijken. Het is kort voor aanvang van de wedstrijd tegen Oostenrijk. Muziek dreunt uit de boxen terwijl een groep mannen en vrouwen de dabke danst in traditioneel Palestijns-Jordaanse stijl. Iedereen voelt dat het een speciale gelegenheid betreft: nooit in zijn 80-jarige bestaan plaatste Jordanië zich voor een WK voetbal.

Voor de doorsnee Jordaniër is de vrolijkheid zeer welkom na maanden van malaise en verdriet. De meerderheid van de bevolking is van Palestijnse origine, onder wie velen met familie in Gaza of de bezette Westelijke Jordaanoever. Israëls genocidale oorlog in Gaza dompelde het land in rouw. Bovendien wankelt de economie. De toerismesector ligt al jaren op zijn gat, omdat reisbureaus het land massaal mijden: eerst vanwege Gaza en toen vanwege de overvliegende Iraanse raketten.

Uitpakken met het WK

Des te meer reden om met dit WK uit te pakken, moeten koning Abdullah II en zijn kabinet hebben gedacht. Ambtenaren krijgen op de drie speeldagen een ochtend vrij: door het tijdsverschil met Noord-Amerika beginnen de Jordaanse wedstrijden rond zonsopgang. Bedrijven worden aangemoedigd hetzelfde te doen. Zelfs gedetineerden mogen in de gevangenis naar Jordanië - Oostenrijk kijken, vermeldde een trots overheidscommuniqué.

Yalla yalla’, roept de presentator vanaf het podium, terwijl hij de menigte opzweept met een meezinger. ‘Van links naar rechts’, antwoordt de menigte in een wolk van rookfakkels. ‘Breng de wereldbeker hier, o helden!’

Het liefst hadden Osama en zijn broer Ziyad de wedstrijd live in San Francisco gezien. ‘Maar de tickets kostten 1.500 Jordaanse dinar (1.800 euro)’, klaagt Ziyad (20). ‘Dat kunnen we niet betalen.’

De controverses zijn de broers evenmin ontgaan. Ze hebben gehoord over de geweigerde Somalische scheidsrechter en over de Iraakse aanvoerder die bij aankomst in de VS zeven uur werd ondervraagd. ‘Het vorige WK in Qatar was wat dat betreft zoveel beter’, zegt Ziyad. ‘Daar werd iedereen gelijk behandeld, of je nou Arabier was of iemand uit het Westen.’

Documentaire Jordaans elftal

‘Ik ken veel fans die geen visum konden krijgen’, beaamt documentairemaker Nasser Kalaji aan de telefoon. ‘Jordaanse voetbalfans komen overwegend uit de arbeidersklasse. Die hebben de VS nog nooit bezocht en zijn massaal afgewezen.’

Sinds twee jaar is Kalaji bezig met een documentaire over het elftal, een project dat voor de WK-kwalificatie begon. ‘Ik zag dat het team potentie had. Ze zijn echt een eenheid. Aanvoerder Ehsan Haddad is bijvoorbeeld een christen en toch gaat hij de rest van het team altijd voor in het islamitische gebed.’

Als Oostenrijk na twintig minuten op een 1-0-voorsprong komt, valt de arena stil. De gezichten staan bezorgd, maar er is nog tijd. Kort na rust komt de ontploffing. Ali Olwan, de spits die als één van de weinigen in het buitenland (Qatar) speelt, schiet prachtig binnen: 1-1. De fans springen en juichen. Flesjes water, door de organisatie uitgedeeld vanwege de verzengende hitte, zeilen door de lucht.

Verzoek aan premier

Naarmate de wedstrijd langer duurt, raakt de 18-jarige Abderrahman Traish enigszins afgeleid. Net als veel andere aanwezigen heeft hij een bekendheid op de bankjes zien zitten. Het is minister-president Jafar Hassan, omringd door andere coryfeeën en bodyguards. Traish wenkt de verslaggever van de Volkskrant, kan hij misschien pen en papier lenen?

In nette schrijfstijl noteert Traish: ‘Meneer de minister-president, we vragen u nederig om uw hulp. We zijn een arme en behoeftige familie. Geef ons alstublieft een huis.’ Getekend: Abderrahman Traish, nazaat van Palestijnse vluchtelingen. Hij sluit het briefje af met zijn telefoon- en rekeningnummer, vouwt het op en klemt het de rest van de wedstrijd in zijn rechtervuist.

Geef hem eens ongelijk. Zijn land staat, alle positiviteit ten spijt, in de mondiale top tien qua jeugdwerkloosheid. Bijna de helft van alle jongeren onder de 26 jaar zit werkloos thuis. ‘Ik heb twee baantjes’, moppert fabriekswerker Munjid (24) wanneer hij doorkrijgt wat het gespreksonderwerp is. ‘Maar zelfs daarmee kun je in dit land niet rondkomen.’ Onzin, vindt een derde die zich in de discussie mengt. ‘Je bent gewoon lui.’

Verdriet en trots

Op het scherm zien de mannen hoe hun elftal strijdend ten onder gaat. Diep in de blessuretijd, als oud-FC Twente-spits Marko Arnautović uit een penalty de 3-1 binnenschiet, zijn de meesten al onderweg naar de uitgang. Een tienermeisje dat haar gezicht in de nationale kleuren heeft laten schminken, zegt tegen een Jordaanse zender dat ze verdrietig is over het verlies. ‘Maar de trots is blijvend.’

Verderop heeft Traish, de man van het briefje, een grijns van oor tot oor. In het voorbijgaan heeft hij de premier het briefje toe kunnen stoppen. Missie geslaagd. Nu maar hopen dat er iemand luistert.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Lees hier alle artikelen over dit thema

Source: Volkskrant

Previous

Next