Home

Opinie: Alleen een technologiepact tussen staten kan ons redden, zo laat SpaceX zien

Stop met ongebreideld, welhaast religieus techno-optimisme; technologie is niet neutraal, en kent altijd winnaars en verliezers. Daarom is een wereldwijd pact nodig dat de uitwassen van de globalisering en big tech beteugelt.

Vorige week haalde SpaceX een recordbedrag van 75 miljard dollar op voor zijn verdere gang naar de ruimte. Vol bewondering kijken veel mensen naar de nieuwe economische en technologische mogelijkheden die dat met zich mee zal brengen: nog beter internet vanuit de ruimte, datacentra in de ruimte en, wellicht, op termijn zelfs exploitatie van astroïden, de maan en Mars. De verdere verwoesting van de democratische rechtsstaat die SpaceX’ beursgang inluidt krijgt echter minder aandacht.

Die verwoesting komt niet uit het niets. Al zeker sinds de jaren zeventig breken staten – onder het mom van ‘globalisering’ – hun grenzen steeds ver af. Vooral grenzen voor goederen, diensten en kapitaal werden geslecht (grenzen voor mensen is een ander verhaal). Dat leverde wellicht wat extra economische groei op. Tegelijkertijd ontstonden enkele enorme multinationale ondernemingen die voor staten steeds minder beheersbaar bleken.

Over de auteur
Reijer Passchier
is als hoogleraar digitalisering en de democratische rechtsstaat verbonden aan de Open Universiteit en als universitair docent staatsrecht aan de Universiteit Leiden. Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.

Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.

Multinationals

Grenzen of niet, staten en zelfs hun continentale samenwerkingsverbanden als de Europese Unie, bleven grotendeels aan hun territorium gebonden. Voor multinationals, daarentegen, maakte het steeds minder uit waar hun fabrieken en hoofdkantoren stonden en waar zij hun juridische onderdelen zouden vestigen. Zo kregen multinationals in toenemende mate het vermogen om wetten van staten te ontwijken of staten tegen elkaar uit te spelen.

Wat volgde was een race to the bottom tussen staten waarin staten zich genoodzaakt voelden om, in concurrentie met elkaar, te zorgen voor een voor multinationals zo gunstig mogelijk ‘vestigingsklimaat’. In deze dynamiek kwam de soevereiniteit van staten – en dus hun vermogen om de sociale en ecologische rechten van hun burgers te borgen – steeds verder onder druk te staan.

Inderdaad: de allergrootste en rijkste bedrijven (alsmede hun grootaandeelhouders) betaalden steeds minder belasting. Leden van de middenklassen – die in principe wél aan grond gebonden waren – moesten meer belasting betalen en vaak meer werken voor hetzelfde inkomen. Sociale voorzieningen werden niet beter of gingen achteruit. Denk aan onderwijs, zorg en huisvesting. Aan klimaatverandering en andere milieuproblematiek werd veel te weinig gedaan. Mensen voelden zich vaak terecht overvallen door snelle veranderingen, met de opkomst van populisme tot gevolg.

Digitalisering

Met de digitalisering van de samenleving – versneld door de opkomst van AI – kwam de race to the bottom in een stroomversnelling. Dankzij platformisering, extreme digitale netwerkeffecten en schaalvoordelen ontstonden in digitaliserende domeinen nóg gemakkelijker (bijna-)monopolies en dus nóg veel grotere en machtigere bedrijven. Zelfs overheden werden voor hun meest essentiële voorzieningen van die bedrijven afhankelijk. Denk aan de cloud, defensiematerieel of chatbots.

Door de automatisering van cognitieve functies dreigt arbeid bovendien steeds minder waard te worden. In elk geval zal de onderhandelingspositie van eenieder die voor zijn inkomen afhankelijk is van arbeid – de meeste van ons – de komende tijd waarschijnlijk verder verslechteren en zal de basis voor de overheid om belasting op arbeid te heffen steeds kleiner worden.

Deterritorialisering

Al in de jaren negentig waarschuwde de WRR bovendien voor de verdere ‘deterritorialisering’ die digitalisering met zich mee zou brengen. Dankzij het vrijwel grenzeloze internet wordt territoriale soevereiniteit nóg minder relevant, kunnen bedrijven zich nóg gemakkelijker tussen landen verplaatsen en landen dus nóg gemakkelijker tegen elkaar uitspelen om voor hen gunstige regels. Vaak is dreigen met vertrek – zoals wij in Nederland onlangs ook weer met ASML hebben gemerkt – al genoeg om overheden zover te krijgen om miljarden te investeren in voor bedrijven gunstige infrastructuur.

Nu enkele zeer grote bedrijven zich naar de ruimte verplaatsen, neemt de race to the bottom tussen staten waarschijnlijk een nog hogere vlucht. Met onderdelen in de ruimte zijn bedrijven nóg minder afhankelijk van statelijke territoria, zijn zij nog minder te binden aan publieke waarden en kunnen zij nóg meer rijkdom en macht concentreren, om die vervolgens aan te wenden om nóg verder te groeien. De vraag is of de democratische rechtsstaat dat gaat overleven, zeker nu al lang en breed bekend is dat de leiders en grootaandeelhouders van bedrijven als SpaceX (in dit geval een en dezelfde persoon trouwens, namelijk Elon Musk) er zelf vaak ronduit antidemocratische, zo niet autoritaire ideologieën op nahouden.

Religieus techno-optimisme

Wat te doen? Stop allereerst met ongebreideld, welhaast religieus techno-optimisme. Technologie is niet neutraal, en kent altijd winnaars en verliezers. De machtsverschuivingen die technologische veranderingen met zich mee brengen kunnen grote gevolgen hebben voor politieke, sociale en ecologische waarden. In een reeds zeer ongelijke wereld is de gewone mens – de 99 procent van ons om wie het in de democratische rechtsstaat zou moeten draaien – zonder ingrijpen vrijwel altijd het kind van de rekening.

Vervolgens is herstel van statelijke of EU-soevereiniteit prioriteit nummer één. Gelukkig zet de EU sinds kort serieuze stappen om onafhankelijker te worden van bedrijven als SpaceX, andere onderdelen van Musks imperium en Big Tech in het algemeen, onder andere door ook eigen investeringen te doen.

Dat zal de mondiale competitie tussen staten en hun continentale verbanden echter nog niet doorbreken. Al in 2018 suggereerde historicus Niall Ferguson dat daar niets minder dan een grote internationale conferentie van staten voor nodig zou zijn, waarin staten gemeenschappelijke zaak maken tegen uitwassen van globalisering en herstel van in elk geval een deel van hun suprematie. Met Musks gang naar de ruimte is een dergelijke conferentie urgenter dan ooit.

Niet een technologische race dus. Maar een technologisch pact. Dát is de grote geopolitieke uitdaging van onze tijd.

Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next