Home

De pijnlijke geschiedenis van de eerste Molukkers in Nederland werkt nog altijd door. En die excuses? ‘Eerst zien, dan geloven’

Als de regering inderdaad haar excuses aanbiedt voor het onrecht dat de Molukkers werd aangedaan na 1951, hun binnenkomst in Nederland, komen die grotendeels terecht bij hun (achter)kleinkinderen. Zoals bij de 24-jarige Eva Metselaar. Hoe kijkt zij ernaar?

Als de regering inderdaad haar excuses aanbiedt voor het onrecht dat de Molukkers werd aangedaan na 1951, hun binnenkomst in Nederland, komen die grotendeels terecht bij hun (achter)kleinkinderen. Zoals bij de 24-jarige Eva Metselaar. Hoe kijkt zij ernaar?

Vooropgesteld, zegt de 24-jarige Eva Metselaar, de Molukse gemeenschap is ontzettend divers. Het is onmogelijk om namens die hele groep te spreken. Maar als er iets is wat geldt voor in ieder geval alle tien de Molukse Nederlanders uit de derde en vierde generatie die ze interviewde voor haar boek Molukse Lente, is het wel dat de pijnlijke geschiedenis van de eerste generatie nog altijd doorwerkt.

Het grootste deel van de Molukse gemeenschap in Nederland, die volgens het CBS in 2018 zo’n 71 duizend mensen telde, bestaat uit (achter)kleinkinderen van de mensen die hier begin jaren vijftig naartoe kwamen. Zij ervaren het Moluks-zijn vaak als een belangrijk onderdeel van hun identiteit, zegt Metselaar: ‘Dat wordt er met de paplepel ingegoten.’

In dit herdenkingsjaar, 75 jaar nadat de eerste Molukkers naar Nederland zijn gekomen, ligt extra nadruk op wat het betekent om Moluks te zijn, zegt Metselaar, zowel in de media als binnen de gemeenschap. ‘Veel mensen vragen zich bijvoorbeeld af: hoe doorbreken we het doorgeven van trauma’s? En wat willen we straks wél aan onze kinderen meegeven?’

Roep om excuses

Zondag wordt aan de Lloydkade in Rotterdam een nationaal monument voor Molukkers onthuld, nadat eerder dit jaar bij het voormalige ‘woonoord’ in Vught een monument voor de Molukse vrijheidsstrijder Chris Soumokil was verrezen. Ook klinkt de roep om excuses voor de omgang van de Nederlandse regering met de Molukkers van de eerste generatie de afgelopen jaren steeds luider.

Toch leiden de speculaties over eventuele excuses van premier Rob Jetten bij de onthulling op zondag in Metselaars omgeving nog niet tot groot rumoer. ‘Het is ons al zo vaak voor de neus gehouden. Eerst zien, dan geloven, is het sentiment dat ik ontwaar.’

Over de waarde van excuses lopen de meningen uiteen, zegt Metselaar. ‘Sommigen vinden die woorden uit de mond van de premier heel belangrijk, anderen vinden het te laat, nu de mensen die het meemaakten grotendeels zijn overleden. Weer anderen vinden het vooral belangrijk dat er concrete stappen volgen. De graven van KNIL-soldaten worden nu bijvoorbeeld niet door het Rijk onderhouden, zoals gebruikelijk bij veteranen.’

Na de onafhankelijkheid

Metselaars overgrootvaders vochten net als duizenden andere Molukse mannen in het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger (KNIL) tijdens de bezetting van Indonesië door Japan in de Tweede Wereldoorlog en tijdens de daaropvolgende Indonesische Onafhankelijkheidsoorlog (1945-1949). Na de onafhankelijkheid van Indonesië vreesde dat land dat de KNIL-soldaten zich zouden aansluiten bij de onafhankelijkheidsstrijd van de Molukken, en verbood hun naar huis te gaan.

De Nederlandse rechter bepaalde dat zij niet mochten achterblijven waar ze waren gestationeerd, waarop zij met hun families naar Nederland reisden. Tussen 21 maart en 21 juni 1951 kwamen zo’n 12.500 Molukkers per schip aan in Rotterdam.

Bij aankomst in Nederland werden KNIL-soldaten ontslagen en met hun families ondergebracht in kampen uit de Tweede Wereldoorlog. ‘We sliepen op strooien bedden met luizen en vlooien, tussen de ratten en muizen’, zei de 78-jarige Julia Huliselan in april, tijdens de opening van het monument voor Soumokil, in gesprek met de Volkskrant. Zij groeide op in voormalig Kamp Vught.

De barakken waren koud, uitgewoond en ver weg van de rest van de samenleving. Aanvankelijk mochten KNIL-soldaten bovendien geen nieuwe baan zoeken, terwijl ze wel grotendeels zelf in hun levensonderhoud moesten voorzien.

Ook stak het de Molukkers dat Nederland zich niet inspande voor een onafhankelijke Molukse republiek, ondanks de belofte dat wel te doen. Doordat Nederland de Republik Maluku Selatan (RMS) niet erkende, werden de Molukkers, die niet zaten te wachten op het Indonesische staatsburgerschap in de praktijk stateloos. Velen van hen kozen bewust voor het vreemdelingenpaspoort in plaats van Nederlands staatsburgerschap: zij voelden zich verraden door Nederland.

Weinig bekend

Die geschiedenis is onder niet-Molukse Nederlanders nog altijd weinig bekend, zegt Metselaar, die haar hoorcollege van vijf minuten over Maluku kan dromen. ‘Met of zonder excuses brengt het bezoek van de premier op zondag, en alle media-aandacht eromheen, daar wellicht iets van verandering in.’

Zelfs in haar Molukse familie is het nieuw om op persoonlijke ervaringen terug te blikken, zegt Metselaar. Haar overgrootvaders konden het niet opbrengen te vertellen over de Nederlandse kolonisatie, de jappenkampen, de overtocht naar Nederland en de erbarmelijke omstandigheden waarin zij hier terechtkwamen.

Pas toen ze twee jaar geleden besloot een boek te schrijven, sprak ze met haar moeder over de treinkapingen in de jaren zeventig – en de discriminatie die daarop volgde. ‘Na de kapingen reed de bus door als mijn moeder bij de halte stond te wachten.’

De familieverhalen van generatiegenoten die ze optekende in Molukse Lente boden haar aanknopingspunten om die moeilijke gesprekken met haar moeder te voeren, zegt Metselaar. ‘Een van de mensen die ik interviewde voor mijn boek, Joenoes Polnaija, beschreef het zo: de generatie die het trauma oploopt, is het vuur. Die erna staat in dat vuur. En de generaties dáárna kunnen zich aan het vuur opwarmen.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next