Dialect, jeukend jargon, straattaal of neologisme: elke week ontwaart V een opvallend woord. Zoals nippertje.
‘Cruijffiaans taalgebruik’ staat in het woordenboek, schreven we een paar weken geleden in deze rubriek, sinds 2018, de voetballer (1947-2016) heeft het zelf niet meer meegemaakt. Wim T. Schippers heeft met zijn eigenzinnige en absurdistische taalgebruik het Nederlands minstens zo onnavolgbaar verrijkt. Pollens, prima de luxe en, in het café, ‘twee ra, alstublieft’ – als het meervoud van museum ‘musea’ is, en dat is het, is dit de logische consequentie als je twee rum wilt bestellen.
Het nu totaal ingeburde ‘gekte’ werd tot 1973 nauwelijks gebruikt (daarvóór was het allemaal ‘gekheid’). In dat jaar muntte Wim T. Schippers het woord, schrijft Onze Taal: ‘We zien het tegenwoordig veel terug in samenstellingen, zoals Oranjegekte en WK-gekte.’
En neem ‘nippertje’. Het bestond al, sinds 1872, weet van Dale, maar Wim T. Schippers stofte het af en gaf het glans door een toneelstuk van zijn hand Het laatste nippertje te noemen. Dan zie je het: wat een dot van een woord, eigenlijk. Waar komt het vandaan?
Een bekende verklaring: de ‘nipper’ zou het achterste deel van het achterdek van een schip zijn, de plek waar matrozen op het laatste moment aan boord konden springen. Jammer, maar helaas, weet Onze Taal: ‘Nipper komt in geen enkel oud woordenboek voor in deze betekenis.’ (Valreep, dat komt wél echt uit de scheepvaart; het touw waarmee je – op het nippertje – aan boord kunt klimmen.)
Nee, de meest voor de hand liggende verklaring is dat het van ‘nijpen’ komt: als de situatie nijpend wordt, moet er nú iets gebeuren. Snel, op het laatste moment.
‘Wie weet wanneer iets voor het laatst is?’, zei Wim T. Schippers zelf over die titel. Schipperiaans, Van Dale, in 2028 misschien?
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant