is natuurkundige en oud-politicus.
Donderdag en vrijdag zetten de Europese regeringsleiders in Brussel voor het eerst serieus hun tanden in de Europese zevenjaarsbegroting voor 2028-2034. Het vormt de aanzet tot een lang politiek gevecht op het scherpst van de snede. Naar verwachting wordt pas bij de Europese Raad van december een compromis bereikt. Zet u dus maar schrap voor de termen cohesiefondsen, afdrachtskorting en eigenmiddelenbesluit, want die zullen de komende maanden veelvuldig langskomen.
Of beter: bereid u voor op Europaïsche Beitragsrabatt en Ressources Propres. Want voor uitgebreide berichtgeving over de begrotingsdiscussies zult u naar de buitenlandse nieuwsrubrieken moeten zappen. Heel misschien verschijnt in onze talkshows rond half december een gast ergens aan tafel om over het Meerjarig Financieel Kader van de EU – gaaaap – te praten. Dan moet er die dag natuurlijk geen poema op de Veluwe zijn gesignaleerd.
Over onze columns
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Het blijft een opvallend en ergerniswekkend verschil. Europese media berichten en discussiëren avond aan avond over de vraag of de Europese budgetten aan de landbouw en achterblijvende regio’s, of toch vooral aan innovatie, technologie en nieuwe duurzame industrie moeten worden besteed. Onderwijl richt de politieke discussie in Nederland zich louter op de vraag hoe we zo weinig mogelijk kunnen bijdragen aan deze toekomst bepalende begroting.
Het Kamerdebat ter voorbereiding op de Europese top was dinsdagavond een hemeltergende parade van parlementariërs met maar één opdracht voor de premier: vraag ons geld terug. Nauwelijks een woord over hoe we de Europese energievoorziening toekomstbestendig maken, of we onze veiligheid niet in Europees verband moeten organiseren en of we daar niet wat meer aan zouden moeten bijdragen.
Het zijn niet de Nederlandse media die het Europese begrotingsdebat in dit land hebben gebanaliseerd tot een centenkwestie, het zijn de politici. Van vele gezindten en partijen. Gerrit Zalm vierde de Nederlandse afdrachtskorting in 2005 als een grote overwinning. Minister Jan-Kees de Jager liet zich trots voorstaan op zijn lompe financiële obsessie: ‘I am Dutch, so I can be blunt.’ Mark Rutte liep ostentatief met een biografie van Chopin onder zijn arm de Europese Raad in. Zolang de begroting niet omlaag ging, was hij verder niet geïnteresseerd in discussie.
Onze zelfgekozen buitenspelpositie resulteerde alle drie de keren in een hogere begroting, met daarin minder geld voor Nederlandse prioriteiten. Desondanks wordt nu voor de vierde keer aangelegd voor een loepzuiver schot in eigen voet.
Het is de erfenis van het Europese referendum uit 2005. Vanaf dat moment is een gehele generatie politici grootgebracht met maar één opdracht: spreek nooit, maar dan ook nooit liefdevol over Europa. De kiezersgunst valt slechts toe aan zij die zuinig en afkeurend oordelen over het ‘spilzieke Brussel’. Thuis klinkt dat lekker, maar het is buitengewoon slecht voor Nederland.
Wij mogen dan wel een nettobetaler aan de EU-begroting zijn, de paar miljard die we daarmee verliezen valt in het niet bij de meer dan 30 miljard euro aan welvaart die we jaarlijks dankzij Europa binnenhalen. Het CPB becijferde dat Nederland daarmee een van de grootste profiteurs is van de EU. Ons kleine handelsland heeft een bloeiende Europese economie keihard nodig. Het zou er alles aan moeten doen om dat te bevorderen.
In een wereld waarin grootmachten China en Amerika hun technologie en industrie met massieve overheidsbudgetten steunen, kunnen Europese politici niet langer blijven terugvallen op de theorie van een kleine afzijdige overheid als recept voor een florerende economie. Er zijn grote – ook publieke – investeringen nodig voor behoud van onze veiligheid en welvaart. Het veelbesproken rapport van Mario Draghi onderstreepte dat al twee jaar geleden. In Nederland gaf oud-ASML-topman Peter Welling dezelfde urgente boodschap af. Wie dan nog gaat pleiten voor een kleiner Europees budget, heeft het signaal van deze tijd volledig gemist.
En toch gaat premier Jetten precies dat morgen in Brussel doen. Want hij zit klem in zijn coalitie, die haar Europese inzet klakkeloos heeft overgenomen van het kabinet-Schoof, het meest eurosceptische kabinet ooit. Het regeerakkoord draagt hem op om in Brussel te pleiten voor een verlaging van de Europese begroting met meer dan 200 miljard euro. Het is te hopen dat de andere premiers de inbreng van Jetten in de Raad terzijde schuiven en een begroting overeenkomen waarmee wel geïnvesteerd kan worden in de Europese welvaart. In het belang van Nederland.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant