Akkoord VS-Iran Ook al wil de Amerikaanse president Donald Trump het als een succes verkopen, alom wordt het principeakkoord met Iran als een totale vernedering voor de VS gezien. Israël beschouwt het zélf als een capitulatie. Iran komt er juist sterker uit.
Demonstranten zwaaien met Iraanse vlaggen terwijl ze protesteren tegen de Iraans-Amerikaanse onderhandelingen op het Islamitische Revolutieplein in Teheran, Iran, zondag 14 juni 2026.
Het principeakkoord tussen de Verenigde Staten en Iran, dat een einde moet maken aan de oorlog die eind februari begon, wordt nogal wisselend ontvangen. Na een intense fase van bombardementen en beschietingen, een wankel staakt-het-vuren en veel aankondigingen van een akkoord worden vrijdag de handtekeningen gezet onder een regeling, die nog veel open eindes bevat.
In het ene kamp heerst opluchting, in het andere wordt gesproken over capitulatie. Dit is de winst- en verliesrekening voor de betrokken partijen.
President Donald Trump.
Het principeakkoord met Iran wordt alom gezien als een enorme nederlaag voor president Donald Trump, en daarmee voor de Verenigde Staten als geheel. En ‘nederlaag’ is dan nog zwak uitgedrukt: commentatoren spreken ook wel van „vernedering” en zelfs „capitulatie”.
Trump, schreef columnist Gideon Rachman van de Financial Times, heeft een „lange geschiedenis van het als succes presenteren van mislukkingen – of het nu een failliet casino is of een verloren verkiezing”. Zondagavond belde de president The New York Times om uit te leggen waarom het principeakkoord „geweldig nieuws” was: de Straat van Hormuz zou „voor altijd tolvrij” zijn, Iran zou „voor altijd” afzien van het nastreven van hoog-verrijkt uranium en de oorlog had het Midden-Oosten in het voordeel van de VS hertekend.
Zelfs in zijn eigen partij zijn er maar weinigen te vinden die dit met Trump eens zijn. En neutrale commentatoren al helemaal niet. Ali Vaez, Iran-directeur bij de denktank International Crisis Group, noemt het bijvoorbeeld „ronduit verbazingwekkend” dat demachtigste militaire macht ter wereld, in samenwerking met de machtigste inlichtingendienst ter wereld – die van Israël – er niet in is geslaagd om ook maar één van haar strategische doelen te bereiken tegen de „derderangs regionale macht” Iran.
Trumps claim dat het principeakkoord ook nucleaire beperking inhoudt is simpelweg niet waar: afgesproken is nou juist dat de twee landen over dat thema nog zestig dagen verder praten. Niemand bejubelt dit principeakkoord om de nucleaire afspraken die erin staan.
Ook de heropening van de Straat van Hormuz wordt amper als een prestatie gezien. „Laten we niet vergeten”, zei David E. Sanger, de journalist van The New York Times die zondag het telefoontje van Trump kreeg, „dat de afsluiting van de zeestraat niet de oorzaak van de oorlog was, maar een gevolg ervan. Dus dit brengt ons alleen maar terug naar waar we waren.”
Een ander pijnpunt is dat de Iraanse bevolking met dit akkoord niet geholpen is. Ondanks al Trumps beloftes bestendigt het principeakkoord juist de machtspositie van het Iraanse regime.
Nadat nieuwsagentschap Bloomberg News dinsdagavond een uitgelekte versie van de tekst van het akkoord had gepubliceerd, nam de kritiek op Trump niet af. Volgens critici is de tekst vaag, is het tijdpad onduidelijk en blijkt onvoldoende aan welke eisen Iran moet voldoen.
De president en zijn team proberen naarstig om de tekst in hun voordeel uit te leggen. De tekst, aldus de Amerikanen, is expres vaag: zo kunnen de Iraniërs het akkoord in eigen land beter verkopen. Intussen is dat precies waar Trump en consorten niet in slagen.
Een vrouw met een Iraanse vlag demonstreert tegen de gesprekken tussen Iran en de VS op het plein voor de Islamitische Revolutie in Teheran.
Het Iraanse regime wordt algemeen als winnaar aangemerkt. Niet alleen was het bestand tegen de Amerikaanse en Israëlische bommen, ook legde het de wereldeconomie lam. Het blokkeren van de Straat van Hormuz is een effectief afschrikmiddel gebleken waarmee de Iraniërs ook in toekomstige conflicten kunnen blijven dreigen.
Iran sleepte een paar duidelijke winstpunten uit de onderhandelingen. Zo mag het zijn drone- en raketprogramma houden en hoeft het zijn steun aan de Libanese strijdgroep Hezbollah niet in te trekken.
Bovendien kan het regime financieel flink van dit akkoord profiteren. Het akkoord bevat een plan voor het herstel en de economische ontwikkeling van Iran, met een „gegarandeerde financiering van ten minste 300 miljard dollar” (bijna 260 miljard euro). Wel krijgen de Iraniërs dat geld pas wanneer de oorlog definitief beëindigd is, inclusief een nucleaire deal. Vooralsnog is niet duidelijk wie dat gaat betalen. Enige scepsis is op haar plaats: het door Trump beloofde wederopbouwfonds voor Gaza is leeg.
Financiële kwesties rond Iran liggen gevoelig voor de Amerikaanse president. Een van de redenen dat hij ooit het Obama-akkoord opblies, was omdat zijn voorganger „stapels contant geld” naar Teheran zou sturen. Trump wil absoluut niet de indruk wekken dat hij het Iraanse regime beloont. Maar volgens critici zijn de Iraniërs nu veel beter af dan onder die eerdere deal.
Toch klinkt er in Teheran ook kritiek op de overeenkomst, vooral van ultraconservatieven. Zij vinden dat Iran de blokkade van de Straat van Hormuz te snel opgeeft en inruilt voor een Amerikaanse toezegging van sanctieverlichting die nog waargemaakt moet worden. Verlichting van de sancties moet goedgekeurd worden door het Congres.
De Israëlische premier Benjamin Netanyahu tijdens een persconferentie in Jeruzalem na de aankondiging van een overeenkomst tussen de VS en Iran.
Dat Israël als verliezer van het principeakkoord aangemerkt moet worden, is een standpunt dat in dat land luid en duidelijk verkondigd wordt door commentatoren en politici aan alle kanten van het spectrum. Het akkoord wordt onder meer gezien als capitulatie voor de radicale islam. Bovendien voelt het als een flinke vernedering dat Israël zijn aanvallen in Libanon moet staken voordat het zijn oorlogsdoelen heeft kunnen bereiken.
Ook al zat hij niet aan tafel tijdens de besprekingen met Iran, duidelijk is wie de schuld krijgt: Benjamin Netanyahu. De Israëlische premier wordt onder meer een „loopjongen” van Trump genoemd.
Voortdurend heeft Netanyahu pogingen gedaan om zijn strijd in Libanon te presenteren als een oorlog die losstaat van die tegen Iran. Met dit principeakkoord heeft Iran precies het tegenovergestelde voor elkaar gekregen: Libanon en Iran zijn twee onlosmakelijke strijdtonelen van één oorlog, en wat er op het ene podium gebeurt, beïnvloedt ontegenzeggelijk het andere.
Netanyahu heeft die strijd verloren; voorlopig zal hij zich koest moeten houden in Libanon. Maar wie de recente ontwikkelingen in Gaza heeft gevolgd, weet dat de premier er een handje van heeft om iets heel anders te doen dat wat hij in het openbaar zegt. Hij steunde openlijk Trumps plan om van de kuststrook een soort Singapore van te maken. Een half jaar later zet hij het Israëlische leger in om een steeds groter deel van Gaza in te nemen.
Dit najaar zal in de stemlokalen blijken of de Israëlische kiezer de premier zal straffen voor zijn nederlaag. Net als zijn bondgenoot in het Witte Huis doet Netanyahu voorkomen alsof de Iran-oorlog een succes was.
Op één vlak lijkt hij toch zijn zin te krijgen. Volgens Iran houdt het principeakkoord in dat het Israëlische leger zich uit Zuid-Libanon moet terugtrekken. Dat blijkt niet uit de uitgelekte tekst. Netanyahu was al niet van plan om zijn troepen terug te trekken, en lijkt daar ook niet toe verplicht te worden.
Een ontheemd geraakte man die zijn dorp in Zuid-Libanon ontvluchtte, ligt naast zijn bezittingen op een stoep in de zuidelijke havenstad Sidon, Libanon, woensdag 10 juni 2026.
Voor de Libanese bevolking zal het een grote opluchting zijn dat Israël zijn aanvallen op het land moet staken. Meer dan een miljoen mensen zijn uit het zuiden van het land verdreven.
Het akkoord roept ook ongemakkelijke vragen op, vooral over de soevereiniteit van het land. De Libanese regering heeft te maken met een gewapende groepering in eigen land die niet naar het centrale gezag luistert (Hezbollah) en een buurland dat grondgebied inneemt (Israël). Libanon mocht niet meepraten met de VS en Iran. Er worden dingen óver Libanon besloten. De regering zit erbij en kijkt ernaar.
Een groot verlies voor de Libanese regering is dat Iran zijn steun aan Hezbollah niet hoeft te staken. De regering wilde werk maken van de ontwapening van de groepering. Dat bleek al uiterst lastig en zal nu nog ingewikkelder worden.
In de Golf heerst in eerste instantie opluchting dat Iran, als het principeakkoord standhoudt, voorlopig geen drones en raketten over de Perzische Golf schiet en dat de Straat van Hormuz opengaat. Olie uit de Golfstaten zal de wereldmarkt weer bereiken. Toch zal het vermoedelijk nog wel even duren voordat toeristen en expats hun weg weer weten te vinden naar landen als Saoedi-Arabië, Qatar en de Verenigde Arabische Emiraten.
Deze landen, die bij stabiliteit gebaat zijn, zijn slechter af dan voor de oorlog. Hun olie- en gasexport blijkt kwetsbaar, en de Amerikanen blijken geen bondgenoot die hen voor malaise heeft behoed. Integendeel: het was juist Trump die met zijn onbezonnen aanval op Teheran de stabiliteit in de regio verstoorde.
Loont het om die alliantie te behouden? De Emiraten leken voor te sorteren op een bondgenootschap met Israël, dat het land hielp met de luchtverdediging tegen Iraanse projectielen. Qatar zocht tijdens de oorlog toenadering tot Teheran, iets wat ook in de Saoedische hoofdstad Riad overwogen wordt. Iran is er dus in geslaagd om de Golfstaten tegen elkaar uit te spelen.