Kleding Het kabinet moet meer regie nemen om de vervuilende textielsector circulair te maken. Dat schrijft de sector in een gezamenlijk rapport. Een prijsprikkel zou kunnen helpen, maar daar zitten kledingmerken dan weer niet op te wachten.
Kringloopcentrum, jonge vrouw zoekt kleding.
Het lukt de textielketen niet zichzelf te verduurzamen, en daarom moet het kabinet helpen. Dat is kortgezegd de boodschap van een visiedocument dat de sector woensdag naar de Tweede Kamer stuurt. De branche vraagt om steunmaatregelen en meer centrale sturing.
Het rapport komt van de Textieltafel, die bestaat uit onder meer Hema, H&M, kledingbrancheorganisaties als Modint en Inretail, sorteerders, recyclers, en kringloopwinkels. Ook Future Up, een platform voor duurzaam ondernemen, en de milieu-ngo Fair Resource Foundation zaten aan tafel. Het overleg voorafgaand aan dat rapport stond onder leiding van Steven van Eijck, oud-staatssecretaris namens de LPF, die door het laatste kabinet-Rutte is aangesteld om als ‘kwartiermaker’ de circulaire economie aan te jagen.
De Nederlandse textielketen „staat op een kantelpunt”, zo staat in het rapport. Organisaties die zich bezighouden met het inzamelen, sorteren of recyclen van afgedankte kleding staan onder zware financiële druk. De hoeveelheid afgedankt textiel neemt alleen maar toe, terwijl de kwaliteit ervan afneemt. Bovendien is het steeds moeilijker geworden gedragen textiel te verkopen aan het buitenland, onder meer omdat het concurreert met goedkope ultrafastfashion (nog sneller en goedkoper dan normale fastfashion, bijvoorbeeld kleding van Shein of Temu).
De branche vraagt het kabinet om geld, namelijk een „acute overbruggingsregeling” om verdere faillissementen in de in de sorteer- en recyclingsector te voorkomen. In 2024 is Ada Textiel Recycling in Maassluit failliet gegaan, naast verschillende sorteerders en recyclers in het buitenland.
De centrale boodschap van de Textieltafel is het gebrek aan gezamenlijke visie en regie van de overheid, die de verduurzaming van de textielbranche nu grotendeels aan de markt overlaat – waardoor er weinig gebeurt. „Een concrete nationale en Europese koers voor de textielsector ontbreken”, zo staat in het rapport.
Een van de voorgestelde maatregelen is dat de overheid zelf aanjager wordt van circulair textiel in haar eigen inkoopbeleid. Jaarlijks wordt er voor ongeveer 27,8 miljoen euro aan kleding, schoenen en andere textielproducten gekocht voor het Rijk. De overheid zou als aanjager kunnen optreden door waar mogelijk te kiezen voor bijvoorbeeld kleding met gerecyclede garen.
De Textieltafel wil verder dat verkend wordt hoe btw als vergroeningsinstrument ingezet kan worden. Zoals met een verlaagd btw-tarief op tweedehands textiel van 9 procent, om hergebruik aantrekkelijker te maken.
De EU zou ook een grotere rol kunnen spelen in de verduurzaming van de textielsector. Zo oppert de Textieltafel dat het kabinet zich inzet voor een verplichting van het gebruik van gerecyclede garens in kleding via de ecodesign-verordening. Ook moet er een Europese definitie van ultrafastfashion komen, als opmaat naar het indammen ervan. De definitie kan criteria bevatten als rotatiesnelheid van collecties, productkwaliteit en repareerbaarheid. Er zouden ook extra maatregelen moeten komen tegen agressieve marketingpraktijken. Denk daarbij aan nepkortingen, of gaming-elementen in apps waardoor mensen meer kleding gaan kopen.
Net zo opvallend als wat ín het rapport staat, is wat er niet in staat. Er lag een plan op tafel om via een prijsprikkel kledingrecycling te stimuleren. Het idee was dat er een wet moest komen die fabrikanten of importeurs verplicht tot het betalen van een heffing aan een transitiefonds. De hoogte van de betalingen zou afhankelijk zijn van het aandeel fossiel plastic (zoals polyester) in kleding. Dat zou het produceren van duurzamere kleding aantrekkelijker maken, en tegelijk zou geld uit het fonds bijvoorbeeld recyclers kunnen helpen.
Het voorstel kwam van de Plastictafel, een vergelijkbaar overleg dat vorig jaar ook onder de leiding van Van Eijck werd gevoerd met plasticproducenten, ngo’s en onder meer VNO-NCW. Het zou niet alleen gelden voor textiel, ook bijvoorbeeld de bouw, meubels, consumentenelektronica en matrassen. De hefboom zou worden gekoppeld aan de ‘productpaspoorten’ die komende jaren verplicht worden binnen de EU. In zo’n digitaal paspoort staat hoeveel fossiel plastic voor een product is gebruikt.
Textiel is de eerste materiaalsoort waar productpaspoorten worden ingevoerd. Daarom is het extra interessant dat kledingmerken niet zijn warmgelopen voor de maatregel. De Textieltafel kon het wel eens worden over een „impactstudie” die zou moeten worden gedaan naar de effecten van zo’n maatregel. Die studie zou volgens de Textieltafel moeten gaan over de effecten op duurzaamheid, maar ook op de concurrentiepositie van Nederlandse bedrijven.