Dave Grohl Het imago van Dave Grohl, de woeste drummer van Nirvana en oprichter van de succesvolle Foo Fighters, was bijna onaantastbaar. Recente schandalen en zouteloze albums knagen aan zijn reputatie van geliefde rockmascotte.
Dave Grohl van de Foo Fighters op het Roskilde Music Festival, 2024.
Je buurman kan nog zo’n toffe peer zijn, maar ken je hem echt? Altijd grapjes, op de hoogte van de laatste toffe bands, charmant, stoer, het soort eeuwig jong dat maar een klein groepje vijftigers is gegeven. De perfecte buurman, oom of schoolpleinvader. En dan kom je erachter dat er meer is. Hij gaat vreemd, worstelt met alcohol en drugs, gedraagt zich als een lul tegen zijn collega’s.
Dat is een beetje hoe Dave Grohl de afgelopen jaren in het nieuws kwam. Zijn imago was bijna onaantastbaar, de leukste gast van de rock-’n-roll die als wilde drummer in Nirvana de heipalen en het vuurwerk verzorgde voor het zieleleed van Kurt Cobain, en daarna (nog) een van de meest succesvolle rockbands ooit begon: Foo Fighters. In interviews is hij altijd innemend, ontzettend grappig – zijn imitatie van Christopher Walken en de video over zijn koffieverslaving („fresh pooooots!”) zijn grotere aanraders dan sommige van zijn albums. Een harig Duracellkonijn, of Animal van de Muppets. Probeerde maar eens een hekel aan ’m te hebben.
Maar Grohl is ook maar een mens, en zijn imago van allemansvriend kreeg de afgelopen jaren langzaam meer deukjes en scheurtjes. Dat hij de eerste Foo Fighters-drummer, William Goldsmith, als oud vuil had behandeld wisten we: toen die even niet oplette had Grohl zelf alle drumpartijen voor het tweede album opnieuw opgenomen. Had hij z’n excuses voor aangeboden, maar vorig jaar kreeg opnieuw een drummer te maken met zakelijke Dave, toen Josh Freese amper twee jaar nadat hij met veel bombarie was aangekondigd als vervanger van de plots overleden Taylor Hawkins, de bons kreeg. „No reason was given :(„, zette Freese op Instagram (waarin hij niet vergat de grote rockmagazines te taggen). En op persoonlijk vlak rommelde het ook al. In september 2024 kondigde Grohl aan opnieuw een kind te krijgen. Maar… niet met z’n eigen vrouw, hij was vreemdgegaan.
Het zijn smetten op het blazoen van de nicest man in rock. Maar, zonder zijn gedrag goed te praten: Grohl maakte zijn beste werk in tijden van crisis. Hij trok Nirvana uit de middenmoot nadat hij dakloos en zonder werk in Los Angeles was gestrand. De eerste Foo Fighters-plaat maakte hij in 1995, teruggetrokken in een poel van richtingloze rouw na de dood van Kurt Cobain. En ook But Here We Are (2023), de beste plaat van de Foo Fighters sinds het debuut, is een rouwplaat waarop Grohl de dood van zowel zijn moeder als drummer Taylor Hawkins in tekst en geluid en heel hard rammen op een drumstel omzette.
Tijdens die eerste crisis zat Grohl in punkrockband Scream, toen bassist Skeeter Thompson ineens de benen bleek te hebben genomen. Ze waren op tour en zouden die avond in Los Angeles spelen, maar dat ging dus niet door. En de shows erna ook niet. Ze bleven er een maand, sliepen op de bank van de zus van een van de Scream-bandleden, totaal aan de grond. En toen kreeg Grohl de tip van Melvins-frontman Buzz Osbourne dat grungebandje Nirvana een drummer zocht.
Grohl kende de band, hij had Bleach en was er dol op. „Het had alles waar ik van hield in muziek. Je hoorde de invloed van de Beatles in ‘About a Girl’, en ze hadden ook keiharde nummers als ‘Paper Cuts’ en ‘Sifting’.” Hij besefte dat Kurt Cobain en bassist Krist Novoselic uit hetzelfde muzikale hout gesneden waren. „We hielden van Neil Young en Public Enemy. Van Celtic Frost en The Beatles. We kwamen allemaal uit gescheiden gezinnen. We ontdekten punkrock en luisterden naar Black Flag, maar ook naar John Fogerty.”
Er is een beroemd filmpje van een gesprek tussen Grohl en muzikant en producer Pharrell Williams, waarin Grohl uitlegt hoe hij al zijn trucs heeft gestolen uit de disco. Takke-tatakke-tatakke-tatakke – hoor maar hoe hij invalt in ‘Smells Like Teen Spirit’ op Nevermind, zijn eerste plaat met Nirvana, en luister dan naar ‘Early in the Morning’ van The Gap Band. Maar meer dan een ritme stelen, maakte Grohl er iets nieuws mee door het in een punkrock-idioom te spelen en, belangrijk: kei- en keihard.
Zelf zei hij dat hij maar op twee manieren kon drummen: aan of uit. „You’ve got to beat the shit out of the drums”, was volgens Foo Fighters-drummer Taylor Hawkins het geheim om de partijen van Grohl te kunnen spelen. Neem ‘Everlong‘. De manier waarop Grohl het drumt is zo instant herkenbaar: twee keer de snelheid en intensiteit die iemand anders zou durven in zo’n ingetogen nummer. Zonder Grohls drumwerk had ‘Everlong’ net zo goed een Coldplay-nummer kunnen zijn.
Zo had hij het geleerd van zijn docenten: de punkplaten die hij op z’n kamer luisterde. Dankzij zijn nicht Tracey groeide hij op met een dieet van Misfits, The Germs, GHB, Minor Threat en Dead Kennedys. „Alles wat ik tot dan toe wist van muziek, kon zo de prullenbak in”, vertelt hij in zijn sterkeverhalenboek The Storyteller (2021) over de ontdekking van die punkbands, waarmee hij op zijn kamertje op zijn kussens begon mee te drummen. Maar toen hij, een jaar of vijftien, toch eens een lesje nam van een jazzdrummer, bleek dat hij zijn stokken al die tijd verkeerd om had gehouden. „Het leek mij dat het dikke eind van de stokken veel meer geluid gaf, dat paste bij de Neanderthaler-techniek die ik hanteerde.”
Maar het kwam goed. Punk, jazz, disco en grunge brachten hem de wereld over met Nirvana, een band waarin hij volwassen werd. Tot Kurt Cobain, met wie Grohl een tijdlang samenwoonde, het leven niet langer aankon. De rouw at Grohl van binnenuit op, hij probeerde te ontsnappen aan alles wat hem aan Kurt of zelfs muziek deed denken en durfde amper te drummen. Maar toen hij tijdens een ontsnappingspoging in een afgelegen stuk Ierland een liftende jongen wilde oppikken, zag hij dat die een Kurt Cobain-shirt aanhad en hij wist: ik kan hier niet aan ontsnappen. Hij liet de jongen langs de weg staan en dook thuis de studio in. Online staat een filmpje waarin die Ierse (nu) man trots vertelt hoe hij blijkbaar aan de wieg van Foo Fighters had gestaan. „That was David Grohl! Nobody believed me.”
Terug in Seattle is ‘This is a Call’ het eerste nummer dat hij opneemt. Dit is een roeping. Een manier om de wereld te laten weten dat hij niet voor de rest van zijn leven de drummer van Nirvana wilde blijven. Hij speelde alles zelf, maar verzon een bandnaam om een beetje anoniem te kunnen blijven. Maar het werd al snel bekend dat hij achter Foo Fighters zat. Pearl Jam-frontman Eddie Vedder was zo vol van een eerste demo, dat hij twee nummers in zijn radioshow draaide en erbij vertelde dat het Grohl was. „Ik ga deze songs gewoon vrij laten. Ze zijn echt heel goed.”
De sound op het titelloze debuut dat uitkwam in 1995 sloot aan op wat Nirvana deed. Die dynamiek: harde refreinen, zachte coupletten. Maar er zat meer lucht in de nummers van Grohl, een soort dromerigheid. Grunge, maar zonder het existentiële loden pak. Met een om zijn idee gebouwde band speelde hij in zaaltjes die steeds groter werden, in Europa tot op Lowlands.
Met de komst van drummer Taylor Hawkins (nadat Grohl de relatie met William Goldsmith had verpest) werd de sound van de band grootser en Foo Fighters groeide album na album verder uit tot stadionrockband. Grohl verwerd tot geliefde rockmascotte die zijn animalistische drumstijl in al z’n ledematen bleek te hebben, nog charismatischer en aanstekelijker vooraan op het podium dan achterin. De manier waarop hij in tv-programma’s en interviews zijn anekdotes oplepelt – even een lok haar uit z’n gezicht, naar voren leunen, veel fucking fucks, veel handgebaren – nam iedereen voor hem in. Hij maakte een horror-comedyfilm, schreef al zijn anekdotes op volvette manier op in een boek, brak zijn been op een Zweeds festival en speelde met een spalk op een stoel gewoon door, en zette meerdere malen op hilarische wijze de homofobe Westboro Baptist Church te kakken. En er zijn de hits: na ‘Everlong’ kwam ‘Learn to Fly’, daarna ‘All My Life’, ‘The Pretender’, ‘Best of You’, ‘Long Road to Ruin’, ‘Aurora’ – klassieke stadionrock-anthems.
De volgende grote crisis. In 2022 overleed Taylor Hawkins plotseling, vlak voor een concert in de Colombiaanse hoofdstad Bogotá. Dave Grohl was een onweerstaanbare tandem gaan vormen met die blonde surfdude. Niet lang na zijn dood, oorzaak nog altijd mistig, schreef Rolling Stone dat Hawkins bij Grohl had aangegeven dat het touren hem te veel was, dat hij een versnelling minder wilde. Grohl ontkende dat dit gesprek ooit plaatsvond.
Evengoed werden de gevoelens van Grohl pijnlijk mooi hoorbaar in nieuwe muziek, op het album But Here We Are (2023). Rouw omgezet in rock. Het bracht zeggingskracht terug in de muziek die op de laatste handvol pleaserock-platen formalistisch was geworden, gebouwd op effect. Het leek alsof Grohl was gaan schrijven voor de stadions.
Cover van het nieuwe album van de Foo Fighters „Your Favorite Toy”, 2026. (RCA Records)
Ze speelden er een verrassingsset mee op festival Glastonbury in Engeland, met de nieuwe drummer Josh Freese en schijnbaar een nieuw tijdperk. Maar lang duurde het niet voor oude patronen de kop opstaken. Freese werd na één tour ontslagen zonder dat duidelijk werd waarom. En op het nieuwe album van Foo Fighters, Your Favorite Toy, vallen ze terug in lieve, gladde en voorspelbare stadionrock. „‘Amen, Caveman’ leent zich goed voor een meebrulmoment op de festivalweide van Pinkpop deze zomer”, schreef NRC erover. Daar is natuurlijk niks mis mee, maar ook niet echt diepgevoeld.
Grohl heeft de afgelopen tijd, zei hij onlangs in The Guardian (in een interview waarin niets over Freese gevraagd mocht worden), zes keer per week therapie gevolgd. „Ik ben niet de beste communicator”, gaf Grohl toe. Maar volgens zijn bandleden is er wel iets veranderd sinds hij publiekelijk zijn ontrouw bekendmaakte. Je kunt niet zeggen dat hij niet probeert uit te vogelen wat er gebeurt in zijn hoofd, en dat is maar goed ook: liever zouteloze albums dan de zoveelste kapotgeleefde rockheld, natuurlijk. We gaan hem niet nog meer leed toewensen zodat wij er een lekker plaatje aan overhouden. Hopelijk vindt hij onderweg ook uit hoe hij zijn onmiskenbare talent kan losweken van zijn neiging tot muzikaal pleasen.
Foo Fighters spelen zondag 21/6 op festival Pinkpop.