In de Keniaanse toeristenstad Nanyuki willen de Verenigde Staten een quarantainecentrum openen voor mogelijke Amerikaanse ebolapatiënten uit Congo en Oeganda. Inwoners verzetten zich fel. ‘Alsof we nog in een koloniaal systeem leven.’
is correspondent Afrika voor de Volkskrant.
Tot drie weken geleden wees niets erop dat Nanyuki, een toeristenstad in Kenia met uitzicht op de pieken van Mount Kenya, de hoogste berg van het land, het middelpunt zou worden van een internationale ebolacontroverse. Het hoogseizoen staat voor de deur.
Zoals elk jaar maakten de ondernemers van Nanyuki zich klaar om vakantiegangers te ontvangen: buitenlanders en Kenianen. Die zouden op safari gaan, neushoorns bekijken in een wildreservaat en cocktails drinken.
Maar nu staat Nanyuki onder hoogspanning. De Amerikaanse regering-Trump heeft haar oog laten vallen op dit Keniaanse vakantieparadijs, vier uur rijden ten noorden van de hoofdstad Nairobi. Op de luchtmachtbasis van Nanyuki bouwt Washington een quarantainecentrum, een ‘bio-isolation facility’, voor potentiële Amerikaanse ebolapatiënten die mogelijk elders in Afrika besmet zijn geraakt.
In Kenia zijn vooralsnog geen gevallen van ebola. De dichtstbijzijnde besmettingen bevinden zich in buurland Oeganda. De haard van de huidige epidemie, met inmiddels 138 doden, ligt in Congo, meer dan duizend kilometer verderop. Door het invliegen van potentieel besmette Amerikanen zou de VS het gevaarlijke virus dus naar Kenia importeren.
Achter de vliegbasis waar de Amerikanen neerstrijken, ligt het armste deel van Nanyuki: de sloppenwijk. Tussen de golfplaten hutjes vertelt Samuel Washila (39, hij leeft ‘van dag tot dag’), over zijn angst dat zwerfhonden die soms door het hek van de legerbasis kruipen, straks snuffelen in besmet medisch afval en zo ebola verspreiden.
Washila laat een schurftige plek zien op zijn benen, en kijk, een bult. Hij zou wel eens naar de dokter willen. Maar daarvoor is geen geld. ‘Wij kunnen het ziekenhuis niet betalen. Als ebola hier komt, dan gaan wij dood.’
Deze maand kwam het in Nanyuki twee keer tot massale protesten van bezorgde inwoners, op maandag 1 juni en dinsdag 9 juni. De politie sloeg het verzet neer met traangasgranaten en kogels, met tientallen gewonden en twee doden tot gevolg.
Op een lege jerrycan voor zijn golfplaten hutje zit Joshua Mwangi, 43, gescheiden vader van drie kinderen, met zijn arm in het gips. Tijdens de laatste demonstratie voelde hij plotseling een ‘doof gevoel’ en zag ‘bloed’. Hij bleek geraakt door een kogel, waarschijnlijk van de politie.
Ebola? Hij ziet het als ‘gevaar’. Maar met de schotwond in zijn arm heeft Mwangi nu een ander probleem. Zijn schamele loon verdient hij als autowasser. ‘De komende weken zal ik niet kunnen werken. Hoe dit verder moet? Geen idee.’
Bij het plaatselijke mortuarium zoekt Miriam Njoki haar kleinzoon, Sylvester Muigai Ndung’u, 17 jaar. Hij raakte vermist bij de demonstratie op 9 juni. Sylvester is een tiener die op zo’n beetje elk vrij moment bij zijn oma langsgaat. ‘Maar ik wist niet dat hij ging protesteren tegen het ebolacentrum.’
Een mortuariummedewerkster trekt een stalen lade open. Daar ligt Sylvester, gekleed in een schooltrui, zijn handen gevouwen, een verband om zijn gehavende hoofd. Zijn grootmoeder schreeuwt het uit.
De vliegbasis ligt niet ver van het mortuarium. Het is een erfenis uit de koloniale tijd. Nadat Kenia in 1963 onafhankelijk was geworden van Groot-Brittannië, hielden de Britten toegang tot Nanyuki voor militaire oefeningen. Ze zijn nooit vertrokken. Terwijl de lokale bevolking van niets wist, gaf Londen aan Washington groen licht voor de bouw van het quarantainecentrum.
Op satellietbeelden, verspreid door onder meer persbureau Reuters, zijn de tenten te zien waar de ebolakliniek moet komen. De Amerikanen dienen de bouw te staken, oordeelt het Keniaanse Hooggerechtshof, ’s lands een na hoogste rechter. Maar Washington ziet in deze uitspraak geen belemmering.
De Amerikaanse ambassade in Kenia stelt in een persverklaring dat het te openen ebolacentrum geen ‘risico’ zal opleveren voor ‘nabijgelegen gemeenschappen’. Washington wil ‘actief werken’ met de regering in Kenia om ‘alle bezwaren’ weg te nemen en de omwonenden te overtuigen van ‘gedeelde belangen’.
Wat tot woede stemt in Nanyuki: de Keniaanse regering kiest de kant van de VS. Daarmee ‘doen we het juiste’, zei de Keniaanse president William Ruto onlangs tijdens een persconferentie. Het quarantainecentrum dient volgens hem niet alleen ‘onze vrienden’: ook Kenianen kunnen hier zonodig zorg krijgen. De VS en Kenia trekken ‘samen op als partners’.
VS spelen door dubieuze zorgdeals met de gezondheid van de wereld
De regering-Trump heeft met 27 landen in Afrika en Zuid-Amerika zorgdeals gesloten. In ruil voor hulp krijgt Amerika (exclusief) toegang tot data over nieuwe virusuitbraken. Voor Amerikaanse farmaceuten is dat een goudmijn, voor de wereld een groot probleem.
President Ruto gedraagt zich ‘alsof we nog steeds in een koloniaal systeem leven’, zegt John Maigua, 29, docent op het gebied van klimaatverandering en een van de organisatoren van het protest, op een terras vlakbij de vliegbasis. Niet de wil van de bevolking telt, maar oekazes van buitenlandse machthebbers. ‘Het is niet netjes om te zeggen, maar Kenia is als een gewillige vrouw die met elke man naar bed gaat.’
De notabelen van Nanyuki steunen het verzet. Ndegwa Gitonga, hotelier, zakenman (‘Nanyuki is meer dan de toeristensector, dit is een economische hub’) en voorzitter van de plaatselijke Kamer van Koophandel, liep mee in het eerste protest. Want alleen al het gepraat over de ebolakliniek schaadt zijn stad, is zijn overtuiging. ‘Sinds de plannen bekend zijn geworden, zagen we hier elke dag bedrijven omvallen.’
‘Onze economie komt tot stilstand’, vreest ook vice-gouverneur Reuben Kamuri op het provinciehuis in het stadscentrum. Nanyuki is populair onder safaritoeristen die pakketreizen boeken. ‘Hun reisorganisaties zeggen af.’
Provinciebestuurder Kamuri is opgeleid als moleculair onderzoeker. Vanuit gezondheidsperspectief vindt hij een quarantainecentrum voor ziektes zoals ebola op zichzelf een ‘uitstekend idee’. Daar profiteert iedereen van: Kenianen, misschien zelfs ook Amerikanen. Alleen: dat moet anders worden geregeld, met ‘communicatie’, ‘transparantie’ en het ‘betrekken van de gemeenschap’.
Op de legerbasis ontbreekt infrastructuur voor volwaardige medische zorg. De vice-gouverneur deelt de zorgen van inwoners van de sloppenwijk: het verwerken van medisch afval is ‘heel complex’.
Wat mogelijk wel kan werken: het ziekenhuis van Nanyuki, dat zoals zoveel Keniaanse streekziekenhuizen nu nog in matige staat verkeert, uitbouwen tot ‘centre of excellence’. Is de zorg eenmaal van hoog niveau, dan kan men daar, uiteraard met instemming van de omwonenden, ebolapatiënten opvangen.
Maar dit kan niet: een Amerikaans plan doordrukken ondanks massaal verzet. ‘De stem van mijn burgers is duidelijk geweest. Ze vragen niets te veel. Met volksgezondheid kun je geen geitenpaadjes bewandelen.’
In Nanyuki weten ze: de vliegbasis is onderdeel van de gemeenschap, of je dat nu wilt of niet. De Britse militairen die hier al ruim zestig jaar komen, sjansen ‘s avonds in de stad met Keniaanse jongedames. De Britse omroep BBC achterhaalde dit voorjaar bijna honderd door hen verwekte kinderen. Er zijn beschuldigingen van verkrachting. Een voormalige Britse hospik staat in Londen terecht op verdenking van moord op een vrouw uit Nanyuki.
Ook de Amerikanen die het quarantainecentrum bouwen, worden inmiddels in de stad gezien, stelt advocaat Kimaru Kibuchi, die tientallen demonstranten bijstaat. ‘De Amerikanen verplaatsen zich buiten de poort.’ Als ze dat blijven doen terwijl ze ebolapatiënten verplegen, ziet de raadsman daar een risico. ‘Dit is een kosmopolitische stad. Eén besmetting en heel Kenia wordt getroffen.’
Veel van zijn cliënten zijn slachtoffer van politiegeweld. Toch ziet hij de Keniaanse politie niet als ‘slecht’. ‘Je moet je voorstellen: de agenten staan onder orders om het protest te stoppen. Doen ze dat niet, dan verliezen ze hun baan en hebben ze geen inkomen meer.’
Uren nadat zijn grootmoeder het lichaam van de 17-jarige Sylvester heeft herkend in het mortuarium, verzamelt de familie zich bij het politiebureau om aangifte te doen. Zijn moeder, Lucy Kagure, veronderstelt dat hij is geraakt door een ‘verdwaalde kogel’.
Sylvester is de oudste van haar vier kinderen. Hij hield van voetbal en rugby. ‘Hij speelde in het rugbyteam op school.’ Hij zat een jaar voor zijn eindexamen. Sylvester had een serieuze kant. Hij was misdienaar in de plaatselijke katholieke kerk. Zijn droom? Priester worden.
Vorige week dinsdag, toen het ebolaprotest losbarstte, had Sylvester gewoon veilig op school moeten zitten. Alleen: net die dag was hij naar huis gestuurd. Kagure verdient als alleenstaande moeder haar geld met schoonmaakwerk, maar dat is helaas niet altijd genoeg. ‘Ze stuurden hem weg omdat ik het schoolgeld niet kon betalen.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant