Home

Kwartiermaker Lilian Marijnissen: Veel te complex stelsel en ‘postcoderecht’ nekken juist lagere inkomens

Rechtzoekenden met een laag inkomen zijn te zeer afhankelijk van de regio waarin zij wonen. Deze rechtsongelijkheid leidt tot ‘postcoderecht’. Goede hulp op fysieke locaties in de buurt kan daarin verandering brengen.

is politiek verslaggever van de Volkskrant en schrijft onder meer over justitie.

Dat concludeert voormalig SP-leider Lilian Marijnissen, door de overheid aangesteld als ‘kwartiermaker’ voor een landelijk dekkend netwerk van sociaal-juridische en financiële hulp. Zij is vorige zomer gevraagd naar aanleiding van de toeslagenaffaire en een rapport van de Staatscommissie Rechtsstaat, getiteld De gebroken belofte van de rechtsstaat (2024). Daaraan ging de parlementaire enquêtecommissie Fraudebeleid en Dienstverlening vooraf, in 2021 ingesteld na een motie van Marijnissen die brede steun kreeg.

Marijnissen stuurde dinsdag een tussentijdse rapportage naar de Tweede Kamer, met de intentie dat haar eindverslag begin volgend jaar niet ‘het zoveelste rapport op de stapel’ wordt. De oud-politicus, die in december 2023 de Kamer verliet, reisde negen maanden lang stad en land af om te inventariseren op welke drempels mensen stuiten die rechtshulp of financieel advies zoeken als zij niet over een dikke portemonnee beschikken.

Dat leidt behalve tot de vaststelling van ‘postcoderecht’ tot ervaringen met de ‘lokettenjungle’ en de ‘doorverwijsindustrie’. Versnippering van organisaties, systemen, hulpaanbod en regelingen zijn hardnekkige problemen die eerder zijn vastgesteld. Door te weinig verandering stuitte Marijnissen op cynisme en ‘rapport-moeheid’. De Nederlandse samenleving is voor veel mensen te ingewikkeld en hulp te duur.

Vereenvoudiging

Marijnissen en haar team zien tien ‘oplossingsrichtingen’ die de komende tijd nader worden uitgewerkt. Vereenvoudiging van regelingen, toeslagen en wetten is de belangrijkste aanbeveling om sociaal-juridische en financiële problemen te voorkomen. Een ‘complex en risicovol aanvraagsysteem’ helpt hierbij niet.

De gedigitaliseerde samenleving vraagt om ‘een tegengestelde beweging’ van nabijheid in de buurt. ‘Vanwege het menselijke contact en de praktische mogelijkheid om samen post te ordenen, een brief op te stellen, een formulier in te vullen of een telefoontje te plegen’, aldus Marijnissen in haar rapportage. Overal zou op een minimumniveau zulke hulp aanwezig moeten zijn, zonder dat de landkaart ‘witte vlekken’ vertoont. Vooral Zeeuws-Vlaanderen, de kop van Noord-Holland, Oost-Gelderland, Zuidoost-Friesland en Zuidwest-Drenthe zijn aandachtsgebieden.

‘Megaverschillen’

Belangrijk zijn verder het eerste contactmoment van een hulpzoekende, ‘om vertrouwen en nabijheid te ervaren’, en een neutrale uitstraling van de plek waar dit gebeurt. Die moet getuigen van een sterke, onafhankelijke positie, wil de sociaal-juridische hulp effectief zijn. Marijnissen ziet ook goede ontwikkelingen, zoals bijvoorbeeld de twee ‘huizen van het recht’ in Heerlen en Breda, spreekuren in buurthuizen en organisaties die zelf actief mensen opzoeken.

‘Het meest geschrokken ben ik van de megaverschillen tussen gemeenten’, zegt Marijnissen desgevraagd. ‘Je hebt gemeenten met allerlei spreekuren, en andere gemeenten die helemaal niets doen. In zijn algemeenheid, zoals de Sociaal-Economische Raad vorige week ook vaststelde, is het dagelijks leven veel ingewikkelder geworden. Juist mensen met weinig geld krijgen over de volle breedte met ons complexe stelsel te maken.’

Marijnissen adviseert de 25 miljoen euro die jaarlijks vrijkwam na nog een ander onderzoek, dat van de parlementaire ondervragingscommissie Kinderopvangtoeslag (Ongekend onrecht, 2020) structureel te maken. Dat geld is specifiek bedoeld voor versterking van de lokale rechtsbescherming. Een evaluatie moet volgend jaar uitsluitsel geven. ‘De onzekerheid hierover pakt juist in kleinere gemeenten, die met pilots zijn begonnen, desastreus uit.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next