Anna van den Breemer schrijft elke week over een alledaags opvoedkundig probleem waarvoor ze een oplossing zoekt.
schrijft voor de Volkskrant over grote en kleine levensvragen.
Veel sportclubs kennen het fenomeen: zodra de nieuwe teamindeling bekend is, stromen de klachten binnen. Een Amsterdamse hockeyclub kondigde daarom een cooldownperiode van drie dagen aan, waarin berichten van verontwaardigde ouders niet in behandeling worden genomen. Hoe help je een teleurgesteld kind als het naast een selectieplek grijpt? En hoe houd je als ouder zelf het hoofd koel?
Het lijkt logisch: kinderen indelen op gelijkwaardig niveau, zodat iedereen zich kan ontwikkelen. Toch is dit selectiebeleid al jaren een ‘heet hangijzer’, aldus de KNVB.
Uit wetenschappelijke studies naar talentontwikkeling blijkt dat vroeg selecteren op niveau lang niet altijd goed uitpakt. Vroege selectie gaat vaak gepaard met uitstroom, doordat jeugdige sporters motivatie verliezen en afhaken. Ook speelt mee dat talent zich vaak pas later manifesteert en dat ontwikkeling bij kinderen niet lineair verloopt. Onderzoekers benadrukken dat het op jonge leeftijd moeilijk is om te voorspellen wie de top zal halen.
De bemoeienis van ouders na de teamindeling komt vaak voort uit goede intenties, zegt Daniëlle van der Klein-Driesen van Flow Mentale Training, sportpsycholoog, orthopedagoog en auteur van het boek Als je maar wint. ‘Ouders gunnen hun kind het allerbeste. Ze willen dat hun kind met vriendjes en vriendinnetjes in het team blijft spelen. Het is pijnlijk als je kind buiten de boot valt. Een hoger team geeft bovendien status.’
Vaak leidt onduidelijkheid over de selectieprocedure tot gedoe. ‘Ouders kijken naar doelpunten of individuele prestaties en concluderen dat hun kind beter is dan een ander geselecteerd kind’, zegt Van der Klein-Driesen. De club kijkt naar veel meer factoren dan dat. ‘Heldere communicatie van coaches draagt bij aan begrip en vertrouwen van het kind en de ouders.’
Het is fijn als ouders hun kind voorbereiden op een eventueel tegenvallende teamindeling, adviseert sportpedagoog Tessa Blom. ‘Dat scheelt een hoop.’
Het team waarin een kind nu speelt, zegt weinig over de toekomst, zegt Blom. In veel hockey- en voetbalclubs worden eerste- en tweedejaars binnen dezelfde leeftijdscategorie gemengd. ‘Een kind dat net is doorgeschoven, begint daardoor vaak lager dan oudere teamgenoten.’ Dat is een normaal gevolg van leeftijdsverschil, niet van gebrek aan talent.
Het helpt als ouders neutraal reageren. ‘Maak je de nieuwe indeling te groot, dan nemen kinderen dat over’, zegt Van der Klein-Driesen. ‘Sommige kinderen zijn al in januari zenuwachtig.’ Teleurstelling kan een nuttige leerschool zijn. ‘Sporten is een metafoor voor het leven: soms hoor je erbij, soms niet.’
Belangrijk is om ruimte te laten voor negatieve emoties. ‘Erken dat het niet leuk is. Je hoeft daar niet meteen overheen te stappen met oplossingen,’ zegt Blom. ‘Een kind mag even balen.’
Toch is de jeugd vaak veerkrachtiger dan ouders denken. ‘Heb vertrouwen’, zegt Blom. ‘Vaak weten ze heus dat het niet het einde van de wereld is.’
Benoem eerdere succeservaringen. Blom: ‘De eerste schooldag of een moeilijke overgang: kinderen hebben vaker laten zien dat ze zich kunnen aanpassen.’
Vervolgens kun je samen kijken naar nieuwe mogelijkheden. ‘Bij een lager team kan je kind wellicht meer de leiding pakken. Dat is goed voor het zelfvertrouwen’, zegt Blom. En niet in hetzelfde team zitten als vrienden kan ook nieuwe sociale contacten opleveren.
Ouders doen er verstandig aan hun eigen teleurstelling of boosheid weg te houden bij hun kind, hoe lastig dat ook is. ‘Praat erover met je partner of een vriend.’
Tot slot: ‘Iedereen ontwikkelt zich in zijn eigen tempo’, zegt Van der Klein-Driesen. Denzel Dumfries zat niet direct in een betaaldvoetbaltraject en is toch doorgebroken. ‘En laten we ook eerlijk zijn, niet iedereen heeft de nieuwe Messi in huis.’
Source: Volkskrant