Home

Illustratoren over het werk van Fiep Westendorp: ‘De half afgezakte sokjes, de vieze kleren, de vlekken – fantastisch’

Fiep Westendorp In het Rijksmuseum opent deze week de nieuwe tentoonstelling Fiep Westendorp, met rond de 150 originele tekeningen. Drie illustratoren over haar werk: „Haar schetsen zaten vol plakkers en rommeltjes, ook voor haar was het zoeken.”

Fiep Westendorp, ‘Siepie wil niet wandelen’, in kleuterblad ‘Bobo’, 1976.

Jip en Janneke, Otje, Takkie, Zaza, Pluk en de Stampertjes uit Pluks Petteflet. Allemaal figuren uit kinderboeken die door de illustraties van Fiep Westendorp (1916-2004) tot leven zijn gebracht. De karakters leven voort omdat de boeken steeds opnieuw voorgelezen worden aan nieuwe generaties. Meer dan twintig jaar na haar overlijden staat Fiep Westendorp deze zomer in de schijnwerpers. Naast een recent verschenen biografie wijdt het Rijksmuseum in Amsterdam nu een tentoonstelling aan haar werk. Er zijn ongeveer 150 originele tekeningen van haar hand te zien: van haar werk voor de boeken van Annie M.G. Schmidt tot de illustraties voor de feministische vrouwenpagina van Het Parool. In die krant verschijnen in 1952 de eerste schetsen van Jip en Janneke, die zich ontwikkelden tot misschien wel het bekendste duo op de kinderboekenplank.

Westendorp wilde van kinds af aan illustrator worden. Ze studeerde aan de Koninklijke School voor Kunst, Techniek en Ambacht in Den Bosch, waar ze de enige vrouw was, en aan de kunstacademie in Rotterdam. Na de Tweede Wereldoorlog vestigde ze zich in Amsterdam. Daar werkte ze jarenlang voor verschillende opdrachtgevers als Vrij Nederland, Het Parool en commerciële klanten zoals KLM. Westendorp tekende altijd in opdracht.

Fiep Westendorp, ‘De oude visser’, uit ‘Pluk van de Petteflet’ (originele tekening 1969, boek 1971).

Alhoewel ze alom geprezen is om haar illustraties van mensen en hun alledaagse bezigheden, vertelde ze in een interview uit 1989 met NRC dat ze op die figuren ook wel eens kritiek kreeg. „Men verwijt mij wel dat mijn mensen te karikaturaal zijn, te scherp. Dan zeg ik: kijk maar om je heen, iedereen is eigenlijk een karikatuur.”

NRC belde met drie illustratoren over het werk van Fiep Westendorp. Noëlle Smit is illustrator van tientallen kinderboeken en won in 2021 een Zilveren Penseel voor haar illustraties in het prentenboek Vuilnisvarkens Job & Bob. Illustrator Enzo Pérès-Labourdette won in 2015 de Fiep Westendorp Stimuleringsprijs, naast kinderboeken maakt hij ook illustraties voor internationale kranten en tijdschriften. Djenné Fila won in 2023 de Gouden Penseel voor haar illustraties in Een kleine geschiedenis van de mens door dierenogen en een Zilveren Penseel in 2025 voor haar werk in het jeugdboek De wonderverteller. Ook maakt ze illustraties voor tentoonstellingen.

Noëlle Smit (1972)‘Het is eigenwijs en het mag een beetje gek zijn’

Fiep Westendorp, ‘Woensdag’, 1969 (uit ‘Pluk van de Petteflet’ (1971).

„Otje was echt mijn favoriet als kind. Ze bedacht vreemde oplossingen voor de problemen die haar vader veroorzaakte. Het is zo vrij en speels.” Het werk van Fiep Westendorp is tijdloos, maar voor Noëlle Smit is het ook een tijdsbeeld. „Ik ben een kind van de jaren zeventig, Otje en Pluk waren overal. Er was toen een groep die een tijdvak definieerde, met onder anderen Fiep Westendorp, Annie M.G. Schmidt, Harry Bannink [die samen met Schmidt musicals schreef en nummers componeerde] en illustrator Carl Hollander.” Het valt Noëlle Smit op dat er soms verwarring bestaat over het werk van Fiep Westendorp en Annie M.G. Schmidt. „Soms weten mensen niet goed wie Fiep is en wie Annie. Dat vind ik zo wonderlijk.”

Smit bewondert de gelaagdheid van Westendorps werk. „In de tekeningen zit het echte leven. Fiep kon heel goed kijken naar mensen, en situaties op een grappige manier vatten, zonder dat het sarcastisch wordt. Ze had een heel scherpe blik op hoe mensen bewegen, met een bepaalde houding kan ze al een type neerzetten, gewoon in een paar lijnen en vlakken. Dat vind ik heel bijzonder.”

Volgens Smit hebben tekenaars het talent om te observeren. „Ze zijn heel goed in het registreren van wat ze om zich heen zien, misschien zijn het wel een beetje voyeurs. Daar kun je in je tekeningen mee spelen.”

Dat je werk niet een-twee-drie op papier staat, weet Smit als illustrator. Toch was ze blij verrast toen ze ooit schetsen van Westendorp zag. „Die werken zaten vol plakkertjes en rommeltjes en vlekken, terwijl het er in een boek heel clean uitziet. Je zag daar echt het proces en dat ze dingen wegpoetste. Het was heel leuk om te zien dat het bij haar ook zoeken was, en componeren.”

Smit illustreerde meerdere verhalen en versjes van Annie M.G. Schmidt, en wordt ook wel eens met Westendorp vergeleken. Ze vindt die vergelijking niet nodig: „Je probeert als tekenaar je eigen stem te vinden.” Ze bewondert Fiep Westendorp en Annie M.G. Schmidt. „Zij leefden geen conventionele levens. Dat zit ook in hun werk. Het is eigenwijs en het mag een beetje gek zijn. Ik denk dat ik het heel leuke dames had gevonden om een wijntje mee te drinken.”

Enzo Pérès-Labourdette (1991)‘Haar werk is tijdloos, kleine alledaagse momenten die we nu ook nog zien’

Fiep Westendorp, ‘Strand’, originele tekening voor ‘Bobo’, 1978.

Enzo Pérès-Labourdette vertelt dat, toen hij op zijn zevende van Frankrijk naar Nederland verhuisde, zijn moeder Jip en Janneke kocht bij de HEMA. „Ze was er volgens mij vooral van gecharmeerd omdat het zo designy was, het leek op kunst. Frankrijk heeft een heel sterke illustratietraditie, maar in de jaren negentig was alles heel truttig. De tekeningen spraken mij ook heel erg aan. Ik heb een kleiner zusje, en Jip en Janneke waren heel gelijkwaardig. Wij konden ons daarin vinden.

„Fiep Westendorps werk is heel gestileerd, zonder dat het een cartoon wordt. Bij cartoons zijn de uitdrukkingen op het gezicht heel nadrukkelijk aanwezig, je weet meteen wat iemand voelt. Zij brengt die emoties over met de lichaamstaal. Als Jip en Janneke iets stouts hebben gedaan, dan zie je Janneke met een vinger in haar mond zitten, zo van ‘Oh shit, wat hebben we nu weer uitgevroten’.”

Pérès-Labourdette heeft wel een idee hoe het komt dat Fiep Westendorp zo goed was in het overbrengen van emoties. „Als ik aan het tekenen ben betrap ik mezelf er wel eens op dat ik gezichten aan het trekken ben. Ik weet zeker dat Fiep Westendorp dat ook deed. Dat zit zo diep, dat het dan op magische wijze ook overkomt op de tekening, zonder die gezichten ook daadwerkelijk te tekenen.”

Als illustrator kijkt hij met bewondering naar de beweeglijkheid in het werk van Westendorp. „Dat probeer ik in mijn eigen werk ook altijd te bereiken. Het is lastig om in een tweedimensionaal, plat werk beweging te krijgen.” De illustrator is daarbij aangewezen op eigen fantasie, vertelt hij. „Als er op een illustratie een pan ontploft in de keuken, dan is dat niet zoals het in het echt gaat. Er spat rook uit en er vliegen wortels door de kamer.”

De situaties die Westendorp tekent kosten veel tijd om te maken, ziet Pérès-Labourdette. „Je kan zien dat ze een harde werker was. Vaak neemt een illustrator een letterlijk moment uit de tekst, dat kost veel minder tijd om te maken. Ik vind leuk aan haar werk dat ze echt een situatie laat zien.

„Wat ik verder heel bijzonder vind aan haar werk, is dat het zo tijdloos is. De meubels zijn misschien verouderd en het heeft iets mid century’s, maar het zijn alledaagse, kleine momenten. Die zie je nu ook nog om je heen, en over honderd jaar waarschijnlijk nog steeds.”

Djenné Fila (1995)‘De kijker moet er iets van zichzelf in leggen’

Fiep Westendorp, ‘Moeder is ziek’, uit ‘Floddertje’ (tekening 1969, boek 1973).

„Ze zijn zoekende en er gaat nog wel eens wat mis.” Djenné Fila bewondert de karakters in Fiep Westendorps werk om hun eigenheid. „Daardoor sluit je ze direct in je hart.” Fila vertelt dat in veel kinderboeken meisjes worden afgebeeld als prinsessen. Dat is ook een van de redenen dat Floddertje haar favoriet is. „De sokjes die zo half afgezakt zijn, en de kleren die altijd vies worden, overal vlekken, dat is fantastisch getekend.”

„Doordat Floddertje met zo’n droge kwastlijn is geschilderd ziet het er allemaal speels en rommelig uit.” Net als Westendorp werkt Fila graag met silhouetten. „Dat zie je het beste in Jip en Janneke. Ze beeldt hen af als zwarte vlakken en geeft ze niet te veel uitdrukking mee. Doordat een silhouet iets weglaat, en je niet letterlijk een traantje of een wenkbrauw hoeft te tekenen, ontstaat er ruimte voor verbeelding, herkenning en empathie. De kijker moet iets van zichzelf erin leggen. De emotie staat nog niet vast.”

Fiep Westendorp maakte alleen werk in opdracht, net als Fila. „Ik spreek veel collega’s die verlangen naar volledige vrijheid en hun eigen werk maken, maar ik kan heel veel van mezelf kwijt binnen de kaders van een opdracht of een mooi verhaal. Dat is juist een interessante uitdaging. Je bent bezig met een boodschap uitdragen en je probeert mensen te laten reflecteren op situaties.”

De tijdloosheid in Westendorps werk spreekt Fila ook aan. „Ik vind het belangrijk dat illustraties niet kinderachtig zijn. Dat ze zowel interessant kunnen zijn voor een 8-jarige als voor een 80-jarige. Dat zit ook in Fieps werk.”

Fiep Westendorp, ‘Woensdag’, uit ‘Pluk van de Petteflet’ (tekening 1969, boek 1971).

Fiep Westendorp, Rijksmuseum in Amsterdam, te zien t/m 13 september

Kind en jeugd

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next