Wim T. Schippers blies bij de VPRO elke gebruikelijke televisievorm op. Het resultaat: vrolijke, chaotische aanvallen op de burgerlijkheid die de fatsoenbewakers niet konden waarderen. Een paar fragmenten uit zijn tv-anarchie.
is kunstredacteur van de Volkskrant. Hij schrijft over films, series en fotografie.
Wie onlangs door de zalen met de vaste collectie van het Stedelijk Museum Amsterdam liep, kon in de nieuwe Wim T. Schippers-zaal belanden. Het zaaltje kondigde zich al van verre aan met de galm van de Van Oekel-klassieker Zuurkool met vette jus.
Zingt u even mee, liefst met overslaande stem (mits van de juiste generatie): Zuurkool met vette jus/ Soep vooraf, ja dat is mijn menu/ Kaantjes met bruine bonen/ Flink veel ei, niet van dat gewone; en zo verder richting ‘zwanenhals gevuld met druiven’.
Zuurkool met vette jus was het lijflied van Sjef van Oekel, de presentator van Van Oekel’s Discohoek, een uitzinnige persiflage op het toonaangevende pop-programma Toppop. De gasten, onder wie wereldster Donna Summer in die eerste legendarische aflevering, werden in een volstrekt chaotische setting ontvangen. Kasten vielen om, er werd gestruikeld over kabels en de strubbelingen achter de schermen maakten van de artiesten een soort figuranten.
Ingenieur Evert van der Pik (Jaap Bar), de zogenaamde boekhouder van de show, groeide uit tot een cultfiguur. Van Oekel, gespeeld door Dolf Brouwers, was geen tekstvast figuur. Schippers maakte van de nood een deugd door hem het script in zijn hand te laten vasthouden, dat vervolgens op maximale declameerkracht werd voorgedragen.
De kerstaflevering van 1974 veroorzaakte veel rumoer toen een liederlijke aflevering eindigde met een imponerende kotspartij van een dronken Van Oekel (in de fietstas van Van der Pik). In een land met slechts twee netten (de stichtelijke EO was het andere net) keken miljoenen mensen naar deze kotsscène, die de showbiz-verslaggever van De Telegraaf, Henk van der Meijden, munitie gaf voor dagenlange verontwaardiging. Kerst was nooit meer helemaal hetzelfde.
De televisiegeschiedenis van Wim T. Schippers is een rechtstreekse, altijd vrolijke aanval op Nederlandse burgerlijkheid. Het is nauwelijks te overschatten hoe groot de invloed van anarchist en taalvernieuwer Schippers was op de Nederlandse jeugd van die tijd.
De absurdistische uitspraken (Pollens! Reeds! Ik word niet goed!) van de Schippers-personages werden op elk schoolplein van Nederland herhaald, ongetwijfeld tot wanhoop van de leerkrachten. Van der Meijden, de beste antenne voor burgerlijke verontwaardiging, noemde het werk van Schippers ‘huiskamervervuiling’. ‘Domheid, platvloersheid of doelbewuste ondermijning van alle normen die in een beschaafd land gelden.’
Aanleiding voor deze beschuldiging was de tweede aflevering van de Barend Servet Show. Servet werd gespeeld door de eerder dit jaar overleden jazzdrummer IJf Blokker, in principe verdwaald in het Schippers-universum, waar hij zou uitgroeien tot de meest geliefde en gehate televisiepersoonlijkheid van de vroege jaren zeventig.
Zijn show was in principe een vorm van antishow, waar de vaste elementen van een varietéshow meestal rampzalig uit de hand liepen, en de hele chaotische boel door naakte danseressen bij elkaar werd gehouden.
Schippers wist waar alle pijnplekken zaten en liet in de tweede aflevering Barend Servet op bezoek gaan op Soestdijk, waar hij een aangeschoten actrice interviewde, die al spruitjes schillend verdacht veel op koningin Juliana leek. ‘Ik zal sherry laten aanrukken’, zegt ze met een vette Jordaanse tongval.
Het leidde tot Kamervragen en dreigbrieven bij de VPRO (‘Vieze Pielen Rukkers Omroep’), de hele santenkraam van verontwaardiging met meesterhand door Schippers opgeroepen.
Na het op de hak nemen van muziekprogramma’s en popshows begon Schippers zijn personages in te zetten in een soort ontregelende soapshows. Het is weer zo laat! (beter bekend als Waldolala) was een serie rond Dolf Brouwers, die hier Waldo van Dungen heet, een sterk op Sjef van Oekel lijkend personage. Brouwers speelt een nachtclubdirecteur, getrouwd met Gé Braadslee (Mimi Kok).
Alle overige personages hadden als achternaam een verwijzing naar een Nederlands chocolademerk, Boy Bensdorp voorop. Bensdorp (van de Bros-reep) was een fabriek in Bussum, het villadorp waar Schippers opgroeide. Het is van de vele Bussumse verwijzingen in zijn oeuvre, waarin buurmeisje en latere omroepster Willy Dobbe werd vereeuwigd in het fictieve Willy Dobbeplantsoen.
De serie kreeg een enorme duw in de rug door het succes van de titelsong U.O. Me (you owe me) door de popgroep Luv’, geschreven door dé bekende muziekproducer Hans van Hemert. Het nummer had als ondertitel You’re very welcome in Waldolala. Door de monsterhit in de Lage Landen kreeg Het is weer zo laat! de alternatieve titel Waldolala.
De serie eindigt met een sterfscène van Waldo (in een aflevering met de titel ’t Is jammer maar helaas). Op het kerkhof zien we nog net een grafsteen met de naam Wilhelmina Kuttje. Die duikt later op als typetje in het radioprogramma Ronflonflon (1984-1991), waarin met alle radiowetten werd gebroken. Door platen heen praten was wel de minste doodzonde die Schippers en zijn entourage hier op de luisteraars loslieten.
Het is betreurenswaardig dat de korte geschiedenis van Hoepla (drie afleveringen in 1967) wordt overschaduwd door de ophef veroorzakende primeur van vrouwelijk naakt in de tweede aflevering.
Het is een korte scène waarin een vrouw een krant leest. Als ze klaar is, de krant opvouwt en weglegt, blijkt ze de naakte kunstenares Phil Bloom te zijn. Dat was overigens al van tevoren aangekondigd. De 21-jarige Bloom werd zo een legende van de jaren zestig, maar de derde aflevering van 23 november 1967 zou de laatste zijn.
De makers waren met Hoepla hun tijd ver vooruit, ook naast die korte scène met Bloom. Het was een experimentele culturele show, met interviews, reportages over de tijdsgeest en de popsterren van het moment. Jimi Hendrix en Frank Zappa traden op; Eric Clapton, Mick Jagger en Pete Townshend waren te gast.
Heerlijke zin uit het Wikipedialemma van De lachende scheerkwast: ‘De serie kenmerkt zich door het ontbreken van een duidelijke verhaallijn.’ Sterker, het zoeken naar die lijn is de rode draad van deze chaotische verzameling ideeën, liedjes en personages.
De titel van de televisieserie (1981-1982) werd pas in een van de laatste afleveringen duidelijk. Schippers leefde zich uit met de namen van de personages, van Ria Schaambergen-Rotsak tot Gerda van der Vet-Swanenjong. De scènes speelden zich niet alleen in het Willy Dobbeplantsoen af, maar ook in de Jos Brinkstraat en Café ’t Ouwe Lulleke. Elke aflevering eindigde met een prijsvraag, waarmee de kijker bijvoorbeeld een jaar lang gratis wc-papier kon winnen.
De lachende scheerkwast werd in twee series van zes afleveringen uitgezonden met halverwege een heuse cliffhanger, Schippers-stijl: de hoofdpersoon wordt neergeschoten en de dader zou maanden later in de zevende aflevering worden onthuld. In aflevering zeven blijkt het lijk nog te leven en neemt de plot meerdere haarspeldbochten. Wikipedia: ‘Sommige afleveringen zijn ronduit chaotisch van aard.’
Op zoek naar meer bingemateriaal? Op volkskrant.nl/series vindt u onze recensies van de beste én de slechtste series op alle streamingsdiensten. U kunt zoeken op aantal sterren, aanbieder en genre.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant