Lezersbrieven U schreef ons over de identiteit van de Marokkaanse vrouw, vrijheid van onderwijs en over Curaçao op het WK.
Een vrouw speelt basgitaar tijdens een concert.
Nederlands-Marokkaanse vrouwen eisen steeds nadrukkelijker hun plek op. Niet als symbool, uitzondering of maatschappelijk vraagstuk, maar als mensen die zelf willenbepalen wie ze zijn. Toch wordt ons bestaan nog vaak bekeken door de verwachtingen, angsten en interpretaties van anderen. Waarom moeten wij voortdurend gelezen worden in plaats van simpelweg te mogen bestaan?
Zelf zette ik mij al vroeg af tegen de conservatieve verwachtingen waarmee ik opgroeide. Als derde generatie uit een Marokkaans gastarbeidersgezin verruilde ik een leven vol opgelegde ideeën over vrouw-zijn voor muziek, rock-’n-roll, mijn band en een studie aan de kunstacademie. Lange tijd dacht ik dat vrijheid hier betekende dat je iets achter je laat: een omgeving, een idee, een verwachting. Pas later ontdekte ik dat ook zogenaamd vrije omgevingen hun eigen projecties met zich meebrengen.Misschien maakt dat deze vorm van emancipatie anders. Minder een zichtbare revolutie, meer een langzaam proces van zelfdefinitie. Dat is ook niet los te zien van het politieke klimaat waarin veel Nederlands-Marokkaanse jongeren opgroeiden. De jaren van Wilders vormden niet alleen een debat, maar ook een sfeer. Als artiest in de muziekindustrie kreeg ik regelmatig opmerkingen als: „Heb jij die liedjes wel echt zelf geschreven?” Of mannen die mij na een concert uitgebreid The Beatles gingen uitleggen. „Maar dat kan jij vanuit jouw cultuur toch niet hebben meegekregen?” Ook tijdens bijbaantjes naast mijn studie merkte ik hoe diep die aannames zitten.
Soms geloven mensen mij simpelweg niet als ik vertel wat ik doe. „Wát… nee, jij?!”, zei iemand nadat hij een filmpje zag waarin ik in Paradiso speelde. „Ik stem wel op de PVV, maar jij mag blijven.” Ook veel andere vrouwen herkennen die constante verbazing, alsof ze telkens opnieuw moeten bewijzen dat ze in de muziekindustrie thuishoren. Maar tegelijkertijd was de strijd met de andere kant ook niet over, mijn mannelijke bandlid en ikzelf werden eens in de bus bespuugd door islamitische jongens. „Slet!” riepen ze. „Jij hoort niet bij ons.” Of, als ik na afloop van mijn show alleen terugreis met de trein: „Wat doe jij buiten?”Juist dat voortdurende trekken en duwen maakt onze positie verwarrend. De ene kant ziet je als te westers, de andere als te traditioneel. Sommigen verwachten dat je afstand neemt van je achtergrond om vrij te kunnen zijn, terwijl anderen eisen dat je die achtergrond voortdurend vertegenwoordigt. In het publieke debat verschijnt de islamitische vrouw daardoor nog te vaak als probleem, slachtoffer of symbool. Ze past meestal in een vertrouwd verhaal over ontsnapping, secularisering en dankbaarheid. Ze moet onderdrukt zijn, gered worden, geïntegreerd worden, een voorbeeld zijn of juist het bewijs leveren van mislukte integratie.
De werkelijkheid is veel menselijker, rommeliger en tegenstrijdiger dan zulke rollen toelaten. Emancipatie betekent niet dat iemand voldoet aan een ideaalbeeld. Het betekent dat diegene zelf mag bepalen hoe zij wil leven: zichtbaar of onzichtbaar, gelovig of seculier, ambitieus of huiselijk, luidruchtig of ingetogen, vrijgevochten of alles tegelijk.
Samira Serghini Utrecht
Met teleurstelling las ik het opiniestuk van onderzoeker Joke Sperling (12/6), waarin zij de noodklok luidt over de vrijheid van onderwijs.Dit was het zoveelste betoog dat ik lees over deze uitspraak, waarbij men het uitgebreid heeft over het recht van ouders om het onderwijs van hun kind volledig te vormen op basis van hun levensovertuiging. Dit recht houdt in Nederland in dat je een school kan kiezen, er zelfs één mag oprichten, en bij uitzondering je kind van school kan houden. De Hoge Raad heeft nu bepaald dat die laatste optie écht uitzonderlijk moet zijn, en ouders dit moeten staven.Ik ben teleurgesteld. Dit opiniestuk bevat bijna duizend woorden en wijdt exact nul woorden aan de rechten van het kind op kwalitatief onderwijs. Dit terwijl de Hoge Raad expliciet verwijst naar de rechten van het kind. Dat mensen die het oneens zijn met deze uitspraak de mond vol hebben over rechten van ouders, en in alle talen zwijgen over de rechten van het kind is veelzeggend, en dieptriest.
Bouke Timbermont Den Haag
Ze zeiden: te klein, alsof grootte iets met moed te maken heeft.Alsof dromen zich laten meten in vierkante kilometers.Alsof aantal iets zegt over eenheid.
Ze zeiden: te klein.En Curaçao zei: kijk dan.
Voor iedereen die dacht dat ervaring zwaarder weegt dan lef,dat middelen belangrijker zijn dan mentaliteit,dat infrastructuur meer zegt dan toewijding
Kijk dan.
Hoe we het onmogelijke mogelijk maakten.Hoe elke tackle een statement,hoe iedere speler een heel eiland droeg.
Ze zeiden: te klein.En Curaçao zei: kijk dan.En blijf kijken.
Want wij gaan naar het WK.
Ze zeiden: chikitu.
En Curaçao zei: grandi.
We staan op het WK.
Gershwin Bonevacia Amsterdam
Een prima, overzichtelijk, maar ook schokkend betoog van Andrew Gregg Sulzberger, uitgever van een van de belangrijkste kranten ter wereld (12/6). Chatbots, oftewel generatieve kunstmatige intelligentie, stelen openlijk en op massale schaal auteursrechtelijk materiaal, journalistiek maar ook wetenschappelijk en kunstzinnig werk, waarmee het rechtstreeks het voortbestaan van betrouwbare journalistiek ondermijnt.
Die grote krant (The New York Times) voert daarover al 2,5 jaar een rechtszaak, die de krant al meer dan twintig miljoen dollars heeft gekost, een bedrag dat kleinere kranten niet eens zouden kunnen opbrengen. Mijn vraag: wat is het bestaan van een rechtsstaat, zoals ook de VS pretenderen te zijn, nog waard als justitie niet op eigen initiatief en voor eigen kosten zulke diefstal in plain sight gerechtelijk aanpakt?Albert Appelo Groningen