Minister Sjoerd Sjoerdsma (D66) en senator Farah Karimi (Pro) hebben dinsdag in de Eerste Kamer betoogd dat de begroting voor ontwikkelingssamenwerking alsnog kan worden goedgekeurd, na het akkoord over het eenmalig verhogen van de uitgaven. Zij stuitten op scepsis, maar lijken toch de weg te hebben vrijgemaakt voor een meerderheid.
is politiek verslaggever van de Volkskrant. Hij schrijft over veiligheid, diplomatie en buitenlands beleid.
Volgende week wordt er gestemd over de begroting van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingsssamenwerking en daarom was minister Sjoerdsma er dinsdag alles aan gelegen om, naast Pro, andere partijen die ontwikkelingssamenwerking een warm hart toedragen over de streep te trekken.
Is het glas halfvol of halfleeg met het akkoord tussen Sjoerdsma en Pro, waardoor eenmalig 328 miljoen euro aan de begroting wordt toegevoegd, naast de extra 108 miljoen die het kabinet zelf al in de Voorjaarsnota aankondigde? Daarover verschilden de partijen die voor ontwikkelingssamenwerking zijn in de Eerste Kamer dinsdag grondig van mening.
De partijen rechts van de VVD zijn – uitzonderingen als de SGP daargelaten – unisono tegen wat zij nog ‘ontwikkelingshulp’ noemen. Maar het debat spitste zich dinsdag toe op de vraag of het kabinet-Jetten nu wel of niet stappen zet naar de in 1970 bepaalde Oeso-norm, die bepaalt dat landen 0,7 procent van hun bruto nationaal inkomen (bni) uitgeven aan ontwikkelingssamenwerking.
Daarvan blijft dit kabinet ook ver verwijderd. Ook na de deal met Pro komt het budget uit op 0,53 procent, om de komende jaren weer te zakken tot tweemaal 0,48 en daarna 0,47 procent. Wat evenmin wordt hersteld is de ‘oude koppeling met de Oeso-norm’. Die hield in dat elk jaar werd gekeken wat 0,7 procent in euro’s uitgedrukt betekende. Als er dan minder werd uitgegeven, werd dit als bezuiniging ingeboekt. Het kabinet-Schoof verving dat door een ‘simpele’ koppeling aan het bni, wat de facto neerkwam op een flinke jaarlijkse bezuiniging.
Mede door het akkoord met Pro, betoogde de minister, komt het ontwikkelingsbudget voor 2026 nu ‘de facto’ en ‘eenmalig’ op het niveau waarop het zou zijn als de oude rekenmethode niet was versoberd door het kabinet-Schoof. Hij erkende dat die ‘koppeling’ niet structureel is, iets waartoe een meerderheid van de Eerste Kamer eerder al heeft opgeroepen.
Toch meent Sjoerdsma dat het kabinet een stap zet richting herstel van de koppeling met de Oeso-norm – door de afspraak met Pro en door de structurele, jaarlijks terugkerende investering van dit kabinet, vanaf 2027, van 257 miljoen euro in ontwikkelingssamenwerking. Maar je moet dat dan wel afzetten tegen de bezuinigingen van 2,4 miljard per jaar, ook vanaf 2027, die het kabinet-Schoof inboekte, peperde onder andere SP, SGP, ChristenUnie en Partij voor de Dieren de minister in.
Ook het feit dat 202 miljoen van het extra geld dit jaar afkomstig is van het ontwikkelingsbudget van 2031 (van een volgend kabinet dus) kon niet iedereen bekoren. Dat gold ook voor Madeleine van Toorenburg (CDA). Doordat het extra geld bestaat uit ‘kasschuiven’ (naar voren gehaald geld van toekomstige begrotingen), zo stelde zij, hebben de ontwikkelingsorganisaties ‘nog steeds problemen met hun langjarige planning’. ‘Je wilt effectief beleid en niet zomaar met geld rondstrooien.’
Karimi noemde het probleem van de langjarige planning ‘niet waar’ en ‘feitenvrije politiek’, een kwalificatie die Van Toorenburg, die zich net als Karimi beriep op gesprekken met hulporganisaties, betreurde.
De CDA-senator was wel zeer te spreken over de achterkamertjesdeal die tussen D66 en VVD zou zijn gesloten om instemming van de VVD voor het eenmalige extra geld voor ontwikelingssamenwerking te verkrijgen. Namelijk, instemming van D66 met het alsnog indienen van haar oorspronkelijke wetsvoorstel tot strafbaarstelling van het aanjagen van terrorisme. ‘Yes, topidee!’, zei Van Toorenburg daarover.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant