Vakbonden CNV en FNV hebben dinsdag een overwinning behaald in de jarenlange strijd tegen ‘prikbordplatform’ Temper. Het Gerechtshof van Amsterdam oordeelde dat de werkers van Temper uitzendkrachten zijn in plaats van zzp’ers. Daarmee vallen ze onder een cao.
Via Temper kunnen ‘freeflexers’ zich inschrijven voor klussen in de horeca, logistiek en schoonmaak. Het platform adverteert met een grote mate van flexibiliteit, omdat de werkers zzp’ers zijn. FNV en CNV stellen echter dat sprake is van schijnzelfstandigheid. Volgens de vakbonden zijn de werkers geen zelfstandige ondernemers, maar uitzendkrachten. Ze zouden daarom onder de desbetreffende cao moeten vallen.
Eerder kreeg Temper gelijk van de Rechtbank Amsterdam, die oordeelde dat er geen sprake was van een uitzendovereenkomst, onder meer omdat Temper geen formeel werkgeversgezag zou hebben. De vakbonden gingen in hoger beroep, waar het Gerechtshof Amsterdam de uitspraak van de rechtbank verwierp.
Volgens het Gerechtshof Amsterdam is er wel sprake van een uitzendovereenkomst. Zo heeft Temper volgens het Hof wel degelijk formeel gezag, onder andere door zijn betrokkenheid bij contractuele regelingen. Het Hof beriep zich deels op het Deliveroo-arrest, waarin voor het eerst dit soort grootschalige inzet van zzp’ers tot schijnzelfstandigheid is verklaard
Een belangrijke factor is het feit dat werkers geen of heel weinig financieel risico lopen, terwijl dat wel onderdeel is van het ondernemerschap – bijvoorbeeld het risico dat een klant de factuur niet zal betalen. Bij Temper is de facturering en betaling geautomatiseerd via de financiële dienstverlener Finqle die het geld gegarandeerd overmaakt. De opdrachtnemers lopen dus geen risico op werken zonder beloning.
Voor Temper is het gevolg van deze uitspraak groot. Het bedrijf moet zich nu houden aan het arbeidsrecht en de cao voor uitzendbureaus. Temper hoeft van het Hof geen achterstallig loon te betalen. FNV en CNV zeggen daarvoor collectieve rechtszaken aan te spannen.
Wel moet Temper ingehouden geld terugbetalen. Tussen 1 januari 2016 en 1 april 2019 bracht Temper 1 euro per gewerkt uur in rekening bij de werkers als gebruikskosten voor het platform. Mensen die in die periode voor Temper hebben gewerkt, hebben recht op terugbetaling van het ingehouden geld.
De vakbonden spreken van een ‘klinkende overwinning’. ‘Temper ondermijnde al die jaren een eerlijke arbeidsmarkt’ aldus CNV-sectorleider Diensten Erik Maas op de vakbondswebsite. Mensen die via Temper werkten, kregen te weinig betaald en moesten zelf de kosten dragen bij een ongeval of arbeidsongeschiktheid. ‘Goed dat het gerechtshof nu definitief paal en perk stelt aan dit soort constructies.’
Temper is ‘zeer verrast’ door en het ‘fundamenteel oneens’ met de uitspraak. Het bedrijf haalt het recente Uber-arrest aan. Daarin kon het Gerechtshof Amsterdam niet beoordelen of er in algemene zin sprake was van een arbeidsovereenkomst tussen Uber en de chauffeurs. Temper schrijft in een schriftelijke reactie: 'We gaan ons zorgvuldig in het arrest verdiepen en onderzoeken serieus of we in cassatie gaan.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant