Verdachten met een zwakkere sociaal-economische positie worden aanzienlijk zwaarder bestraft dan verdachten met een goedbetaalde baan, hoge opleiding en een koophuis. Ook worden ze vaker voor de rechter gedaagd.
is politie- en justitieverslaggever van de Volkskrant.
Dat blijkt uit een dinsdagmiddag gepubliceerd rapport van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum (WODC), in opdracht van het ministerie van Justitie en Veiligheid. De verschillen zijn niet te verklaren door hun strafblad of de ernst van hun delict.
Het onderzoek is gebaseerd op gegevens van 2,5 miljoen strafzaken uit de jaren 2006 tot 2022, met 1,2 miljoen unieke verdachten. Directe aanleiding was een motie waarin de Tweede Kamer pleitte voor onderzoek naar ‘klassenjustitie’ in Nederland.
De analyse is gemaakt door senior-onderzoeker Arjen Leerkes (52), hoogleraar sociologie aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam, en onderzoeker Petra de Jong (34). Per verdachte brachten ze vier ‘sociaal-economische kenmerken’ in kaart: heeft iemand werk, woont hij (of zij) in een koophuis, wat is zijn hoogste opleiding en heeft hij een laag, gemiddeld of hoog besteedbaar huishoudinkomen?
Uit hun onderzoek blijkt dat deze maatschappelijke privileges, ook wel bekend als vinkjes, ‘systematisch samenhangen met strafrechtelijke uitkomsten’. Keuzes van het Openbaar Ministerie (OM), dat zaken zelf kan afdoen, en de rechtspraak leiden er volgens de auteurs toe ‘dat bestaande sociaal-economische verschillen worden uitvergroot’.
Hoeveel zwaarder worden verdachten zonder ‘vinkjes’ bestraft dan hoogopgeleide verdachten met een koopwoning en een goedbetaalde baan?
Petra de Jong: ‘Bij vergelijkbare delicten komt het verschil tussen verdachten met en zonder de vier ‘vinkjes’ gemiddeld overeen met 18 dagen extra celstraf, 36 uur meer taakstraf, of een 900 euro hogere boete. Dat is een aanzienlijk verschil, omdat in een groot deel van de zaken relatief lage straffen worden opgelegd: vaak nog geen twee weken cel.’
Vrouwe Justitia, het symbool van het recht, draagt een blinddoek. Want rechters oordelen zonder aanziens des persoons. Blijkt nu dat er in Nederland sprake is van rechtsongelijkheid?
Arjen Leerkes: ‘Dat woord suggereert dat het per definitie oneerlijk is wat er gebeurt. Zo is het niet. Een mildere sanctie kan in individuele gevallen wellicht goed worden gemotiveerd. Ons strafrecht biedt namelijk ruimte voor maatwerk: persoonlijke omstandigheden van verdachten kunnen meewegen in hun straf. Maar ongelijke uitkomsten kunnen wel problematisch zijn.’
Welke omstandigheden wegen rechters mee als ze kiezen voor een straf?
De Jong: ‘Onder meer iemands proceshouding. Betuigt hij bijvoorbeeld spijt? Voor verdachten met meer vinkjes pakt dat doorgaans positiever uit, omdat hun leefwereld beter aansluit op die van een rechter.
‘Kansen op resocialisatie zijn ook belangrijk. Wat het zwaarst weegt, zo blijkt, is of een verdachte werk heeft of een opleiding volgt. In dat geval kan een celstraf de kans op recidive vergroten, omdat een verdachte in de gevangenis bestaande bindingen met de maatschappij kwijtraakt. Rechters kiezen dan vaker voor een alternatief, zoals een taakstraf of een boete.’
Is het niet goed en logisch dat rechters willen voorkomen dat verdachten hun baan kwijtraken?
De Jong: ‘Op zaakniveau kan dat zo zijn. Maar onderaan de streep is het resultaat dat verdachten die economisch gezien minder te verliezen hebben, systematisch zwaarder worden bestraft. Vinden we dat een wenselijke uitwerking van het strafrecht? Het is goed om daarover na te denken. Daar zijn veel professionals ook toe bereid, hebben we gemerkt.’
Kan het ook zo zijn dat verdachten die zich een betere advocaat kunnen veroorloven milder worden bestraft?
De Jong: ‘Dat dacht ik ook. Maar professionals die we spraken in het kader van ons onderzoek zeggen dat er weliswaar grote verschillen zijn in de kwaliteit van advocaten, maar dat prijs geen rol speelt. Of dat klopt, weten we niet.’
Vorig jaar wees WODC-onderzoek uit dat verdachten met een migratieachtergrond ook zwaarder worden bestraft voor vergelijkbare misdrijven. Sociaal-economische factoren spelen een nog grotere rol, blijkt nu. Wat zegt dat?
Leerkes: ‘Dat we niet blind moeten zijn voor andere vormen van selectiviteit in het strafrecht, naast migratie. Ook omdat zwaardere straffen voor verdachten met minder vinkjes indirect alsnog nadelig kunnen zijn voor mensen met een migratieachtergrond. Want die hebben vaker een sociaal-economisch kwetsbare positie.’
Waartoe kan sociale ongelijkheid in het strafrecht leiden?
Leerkes: ‘Als mensen het gevoel hebben dat ze structureel worden benadeeld, dan daalt hun vertrouwen in instanties. Voor individuele verdachten kan dat betekenen dat ze in een vicieuze cirkel terechtkomen, bijvoorbeeld omdat ze weigeren in te gaan op een aanbod van het OM om hun zaak af te doen.’
De Jong: ‘Als er meer mensen gevangen zitten met een zwakkere sociaal-economische positie, draagt dat bij aan stigmatisering, omdat criminaliteit sterker met deze groep wordt geassocieerd.’
Wat is hiertegen te doen?
Leerkes: ‘In vonnissen staat niet altijd wat rechters meewegen, of in welke mate ze dat doen. Daardoor is niet of nauwelijks te controleren hoe ze daarmee omgaan. Een motiveringsplicht voor rechters zou kunnen helpen.
‘Ook pleiten we ervoor vaker in kaart te brengen in hoeverre verdachten met minder vinkjes zwaarder worden bestraft. Een periodieke ‘justitiële gelijkheidsmonitor’ kan bijdragen aan een doorlopende maatschappelijke dialoog over de inrichting van het recht in een samenleving die steeds diverser en sociaal-economisch ongelijker wordt.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant