Erkenning Vrijwel alle partijen stemde dinsdag voor de oproep van Tweede Kamerlid Don Ceder (CU) om op „gepaste wijze” recht te doen aan de Molukse gemeenschap in Nederland met een onderzoek naar hoe ze werden behandeld. En naar hoe dat heden ten dage doorwerkt.
Schattenberg was van 1951 tot 1971 een woonoord voor gedemobiliseerde KNIL-militairen van Zuid-Molukse afkomst en hun gezinnen. Het oord lag op het terrein van het voormalige doorgangskamp Westerbork.
Een meerderheid van de Tweede Kamer roept het kabinet op tot „onafhankelijk onderzoek” naar de dekolonisatie, de doorwerking daarvan op de Molukse gemeenschap en de rol daarin van de staat. De motie is ingediend door Kamerlid Don Ceder (ChristenUnie) en door vrijwel alle partijen gesteund. Alleen FVD stemde tegen. De Kamer wil dat op een „gepaste wijze recht kan worden gedaan aan de Molukse gemeenschap”.
Afgelopen jaren werden volgens Ceder al wel stappen gezet richting de gemeenschap Molukkers, maar werd nog te vaak „óver Molukkers” in plaats van mét hen gepraat. Daarom wil het Kamerlid dat het kabinet de komende periode onder meer in „gesprek gaat met de gemeenschap”.
Ook pleit Ceder dus voor een wetenschappelijk onderzoek naar de komst van Molukkers naar Nederland, het koloniale verleden en de periode nadat de gemeenschap in Nederland was aangekomen. „Er is gewoon heel veel gebeurd, en dat [onderzoek] kan hopelijk niet alleen de overtocht verklaren, maar ook de periode daarna”, aldus Ceder.
De eerste Molukse militairen en hun gezinnen kwamen 75 jaar geleden naar Nederland. In 1949 gaf Nederland de oorlog op in de toenmalige kolonie Nederlands-Indië, die vervolgens in 1954 de onafhankelijkheid uitriep. Nederland besloot in 1951 om de Molukse militairen, die in deze oorlog in het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger (KNIL) hadden gediend, met hun gezinnen naar Nederland te halen.
Het betrof zo’n 12.500 Molukkers, die verwachtten dat Nederland hen zou helpen bij hun terugkeer naar de Molukken. In eerste instantie zouden ze zo’n halfjaar in Nederland verblijven, maar dat werd veel langer. De militairen werden in Nederland ontslagen, de meesten keerden niet terug naar de Molukken.
Een aantal jonge Molukkers probeerde in de jaren zeventig met geweld het nakomen van eerdere beloften door de Nederlandse regering af te dwingen. Zo werd in 1975 in het Drentse Wijster een trein gekaapt, waarbij drie mensen door de kapers werden gedood.
„Dat het nu 75 jaar is sinds de eerste militairen naar Nederland kwamen, onder erbarmelijke omstandigheden, maakt veel los”, vertelt Ceder. „Elk jaar zijn er minder mensen van de eerste generatie, terwijl er nog veel losse eindjes zijn.” Daarom wil het Kamerlid op basis van gesprekken met de gemeenschap en wetenschappelijke onderzoek een nationale agenda maken. Ook hiervoor kon hij op de steun van een ruime Kamermeerderheid rekenen.
Wat die nationale agenda precies moet bevatten, wil Ceder niet invullen. „Er zijn zeker een aantal thema’s waarvan ik denk: daar is vast een meerderheid voor te vinden in de Kamer, maar dan val je opnieuw in dezelfde valkuil: dat je gaat beslissen voor de gemeenschap.”
Om te herdenken dat 75 jaar geleden de eerste Molukkers naar Nederland kwamen, wordt aanstaande zondag een nationaal monument onthuld bij de Lloydkade in Rotterdam. Onder meer op die plek legden de schepen aan met de militairen van de KNIL.
Bij de onthulling houdt premier Rob Jetten (D66) een toespraak. media, waaronder de NOS, berichtten maandag dat Jetten mogelijk ook excuses gaat aanbieden. De woordvoerder van de premier heeft dit niet bevestigd.
In 1986 werd in een overeenkomst tussen toenmalig premier Ruud Lubbers (CDA) en de Molukse gemeenschap afgesproken dat de eerste generatie Molukkers die in 1951 naar Nederland was gekomen, een jaarlijkse uitkering kreeg van 2.000 gulden. Er kwam een banenplan om de hoge werkloosheid onder Molukse jongeren te bestrijden, het Moluks Historisch Museum werd opgericht en oud-militairen kwamen in aanmerking voor een herdenkingspenning. Excuses bleven uit.
Directeur Henry Timisela van het museum weet dat achter de schermen jarenlang is gelobbyd voor excuses. Mochten die nu volgen, dan zal dat zeker „gewaardeerd” worden. Misschien niet door álle Molukkers of ‘dé Molukse gemeenschap’, want daarvoor is de groep te divers, zegt hij. „Er zijn mensen die excuses zien als terecht eerherstel voor hun voorouders. Maar net zo goed zijn er die zeggen: de excuses hadden gericht moeten zijn aan mijn ouders of grootouders – en die zijn er niet meer.”
Dat de Kamer nu om nader „historisch en cultuurwetenschappelijk onderzoek” vraagt, verbaast Timisela: „We hebben tientallen studenten, onderzoekers en hoogleraren die al jaren precies naar die onderwerpen uitgebreid onderzoek hebben gedaan. Wat wil je nog meer?”
Met medewerking van Rinskje Koelewijn.