Woensdag spelen Argentinië en Portugal hun eerste wedstrijden op dit WK. Opvallend: Lionel Messi en Cristiano Ronaldo zijn er ‘gewoon’ nog bij. Vier redenen waarom zij nog altijd sterren (zouden kunnen gaan) zijn op dit WK.
is sportverslaggever van de Volkskrant en schrijft over voetbal en handbal.
Woensdag spelen Argentinië en Portugal hun eerste wedstrijden op dit WK. Opvallend: Lionel Messi en Cristiano Ronaldo zijn er ‘gewoon’ nog bij. Vier redenen waarom zij nog altijd sterren (zouden kunnen gaan) zijn op dit WK.
is sportverslaggever van de Volkskrant en schrijft over voetbal en handbal.
Waarom herinneren we ons Roger Milla nog? Natuurlijk om zijn dansjes bij de cornervlag op het WK in 1990 in Italië na elk van zijn vier doelpunten voor Kameroen. Maar waarom was dat extra bijzonder? Omdat hij ál 38 was. Samen met de 40-jarige Engelse doelman Peter Shilton was hij toen een uitzonderlijke ‘oude’ speler.
36 jaar later zijn er op het WK veertien spelers van 38 jaar of ouder. Het aantal WK-deelnemers is verdubbeld, maar het aantal spelers op leeftijd is nog veel harder gegroeid. De eeuwige rivalen Messi (38) en Ronaldo (41) zijn niet de enigen die de leeftijdsgrens oprekken.
In Canada, Mexico en de VS kunnen meer veertigers in actie komen dan in alle voorgaande toernooien bij elkaar. In 1982 was Dino Zoff de eerste, waarna er nog zes spelers volgden, vooral keepers. In de huidige selecties zitten acht 40-plussers, inclusief de veldspelers Luka Modric (40), Edin Dzeko (40) en natuurlijk Cristiano Ronaldo.
De Portugees en Messi maken deel uit van een trend die niet beperkt blijft tot het voetbal. Ook basketballer LeBron James (41) en tennisser Novak Djokovic (39) bewijzen dat topsporters dankzij betere voeding, verzorging, kennis over herstel en medische vooruitgang langer meekunnen.
Het is ook te zien aan de gemiddelde leeftijd op de WK’s voetbal. Bij het eerste WK in 1930 was die 24,8 jaar, nu 27,4. De gemiddelde leeftijd van de oudste spelers is nog sterker gestegen. In 1930 was de oudste 5 procent gemiddeld ruim 30 jaar, in bijna een eeuw is daar zo’n vijf jaar bijgekomen.
Roger Milla zal niettemin wel even bijzonder blijven, want zijn record als oudste WK-doelpuntenmaker staat als een huis. De Kameroener was er op 42-jarige leeftijd ook in 1994 nog bij en maakte toen de eretreffer in het met 6-1 verloren duel tegen Rusland. Op dit WK kan alleen de Schot Craig Gordon (43) dat record breken, maar hij is keeper en bovendien zit hij waarschijnlijk op de bank.
De ene voetballer op leeftijd is bovendien de andere niet. Sommige hebben in hun loopbaan een status aparte bij elkaar gespeeld. Modric en Dzeko bijvoorbeeld zijn veruit de beste voetballers in hun landen. Het zijn spelers die zelf moeilijk afscheid kunnen nemen en waarvan het ook moeilijk afscheid nemen is.
Op dezelfde manier lijkt ook de voetbalwereld verslaafd geraakt aan Messi en Ronaldo en zeker ook aan het verhaal Messi versus Ronaldo. Natuurlijk waren er eerder uitzonderlijke spelers, maar niet eerder waren er twee spelers in hetzelfde tijdperk zo lang zo goed dat voortdurend de vraag herhaald kon worden: wie is de beste?
Zeker ook omdat ze op de piek van hun carrières in dezelfde competitie speelden. Minstens twee keer per jaar stonden ze tegenover elkaar, elk weekend was er de strijd om de beste statistieken.
Ze hebben de lat zo hoog gelegd, dat niemand er vooralsnog aan kan tippen. De Franse international Kylian Mbappé leek op weg, maar hij is inmiddels 27 en heeft nog geen Champions League gewonnen. Laat staan drie (Messi) of vijf (Ronaldo). Erling Haaland won wél de Champions League en zijn statistieken zijn indrukwekkend, maar bij Manchester City was toch vooral Pep Guardiola de grootste ster.
Misschien groeit Lamine Yamal uit ‘de nieuwe Messi’. Maar als dat al lukt, wie wordt dan zijn grote uitdager?
De Franse oud-voetballer Thierry Henry noemt zichzelf ‘old school’, hij kijkt nog hele voetbalwedstrijden, zonder afleiding, zonder telefoon. Hij legde laatst uit dat dat vroeger normaal was, omdat er toen vaak nog maar één wedstrijd per avond op tv werd uitgezonden. Heel anders dan de eindeloze golf die voetballiefhebbers nu overspoelt. ‘Nu pak je je telefoon erbij: ah, we hebben gescoord. Heb je die goal gezien? Ja, ik heb hem al gezien.’
Ironisch genoeg was zijn mening te zien in een 60 Seconds-video op Instagram – zelfs een ouderwetse voetballiefhebber ontkomt niet aan de greep van sociale media. Een eindeloze stroom aan interviews, analyses, transfernieuwtjes, memes, bloopers, acties en natuurlijk doelpunten trekt voorbij op televisie, maar vooral op sociale media.
Messi en Ronaldo doen daarin nog altijd vrolijk mee, ook al spelen ze tegenwoordig op een lager niveau, respectievelijk in de Major League Soccer (Verenigde Staten) en de Saudi Pro League (Saoedi-Arabië). Als voetbal nog steeds had gedraaid om die ene wedstrijd op woensdagavond of zondag zouden ze waarschijnlijk allang uit beeld zijn. Nu gaan de 45 goals van Messi dit seizoen gewoon de wereld over. Net als de 33 van Ronaldo.
Een hattrick van Messi? Kijk, hij kan het nog hoor. Een omhaal van Ronaldo? Net als vroeger. Zo blijft hun verhaal in leven. Dat de competities waarin ze spelen er niet toe doen, is minder belangrijk. Want wie kijkt, net als Henry, nog hele wedstrijden?
Als Lionel Scaloni en Roberto Martinez over Messi en Ronaldo praten, lijkt het soms alsof ze dezelfde zinnen uitspreken. De bondscoaches van Argentinië en Portugal zouden elkaars lofprijzingen af kunnen maken. ‘Wat hij brengt is moeilijk om uit te leggen’, zegt Scaloni over Messi. ‘Je moet erbij zijn om het mee te maken.’ Martinez over Ronaldo: ‘Cristiano heeft het voetbal veranderd.’
De twee zijn er inmiddels aan gewend dat ze moeten uitleggen waarom ze hun oude ster nog altijd opstellen, want onaantastbaar zijn Messi en Ronaldo niet meer. Analisten wijzen er voortdurend op dat de nationale teams van Argentinië en Portugal zonder hen misschien wel beter af zouden zijn.
Onlangs zei de Engelse ex-international John Barnes over Portugal: ‘Hoe meer één speler het hele team domineert hoe minder je het beste van Bruno Fernandes en andere spelers zult zien, omdat alles om Ronaldo draait.’
Ook bij Argentinië moet er veel worden aangepast, waardoor een topspeler als Julían Álvarez zijn eigen spel niet kan spelen. Zowel Ronaldo als Messi verdedigt amper mee. Ze moeten al hun krachten sparen, in de hoop dat ze voorin beslissend kunnen zijn.
Dat pakt voor Argentinië en Portugal vaak nog best goed uit. In zijn laatste vijf interlands scoorde Messi drie keer en leverde drie assists, prima statistieken. Ronaldo scoorde vijf keer in evenveel WK-kwalificatiewedstrijden.
Toch zou dit in de top van het clubvoetbal niet meer kunnen. De intensiteit is zo hoog dat geen enkele speler alleen aanvallend mee kan doen. Maar de wereld van interlands zit anders in elkaar: de charme is juist dat alle landen het moeten doen met de verzameling talenten die hetzelfde paspoort hebben.
Alle landen hebben zwakke plekken, de meeste teams zijn niet in balans. Messi en Ronaldo verstoren ook de balans in hun teams, maar ze hebben tegelijkertijd te vaak wedstrijden beslist om niet nog één, waarschijnlijk laatste, keer op ze te gokken.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant