Home

Thuisbatterijen: de feniks die oprijst uit de as van de salderingsregeling. Maar waar moet je op letten?

Opslag elektriciteit Het nakende einde van de salderingsregeling voor bezitters van zonnepanelen luidde de stormachtige opkomst in van de markt voor thuisbatterijen. Een batterij voor op zolder of in de garage kán een nuttige investering zijn, „mits je ook de moeite neemt je energiegedrag aan te passen”.

Twee thuisbatterijen op zolder van een koopwoning in Hengelo. De animo voor thuisbatterijen neemt enorm toe.

Zelfs in de webshop van Albert Heijn zijn ze inmiddels te krijgen: thuisbatterijen. Ze zijn nog in de bonus ook, de stekkerbatterij van 4,8 kilowattuur kost nu geen 1.749, maar 1.449 euro. En Albert Heijn is bepaald niet de enige die een markt ziet in thuisbatterijen.

Bij drie miljoen huishoudens liggen zonnepanelen op het dak en het aantal mensen dat er een batterij aan koppelt groeit. In 2024 waren er ruim 77.000 huishoudens met een thuisbatterij en vorig jaar is dit aantal ruim verdubbeld tot bijna 167.000, blijkt uit cijfers van Dutch New Energy Research. Solar en Storage Magazine houdt maandelijkse cijfers bij en noteerde dat er in maart 2026 zo’n 9.000 stekkerbatterijen bij zijn gekomen en 4.500 thuisbatterijen met relatief veel capaciteit.

Gestegen energieprijzen door de tweede energiecrisis binnen enkele jaren, de salderingsregeling die over een half jaar ten einde komt en de vele nieuwsberichten over een overvol stroomnet tijdens piekuren doen de interesse groeien. Dat merken installateurs en leveranciers van thuisbatterijen.

In het afgelopen jaar is er meer te kiezen bij gekomen. Waren thuisbatterijen eerder alleen door een installateur te plaatsen, waarbij soms ook de meterkast verbouwd moest worden, inmiddels zijn er ook ‘plug-and-play’-varianten die in het stopcontact kunnen. Producenten bieden bovendien meer keuze in software en apps om de batterij aan te sturen, waarbij de een zich vooral richt op gebruiksgemak en de ander met veel gegevens het inzicht over het stroomverbruik vergroot.

Of en welke thuisbatterij een logische investering is voor een huishouden is niet gemakkelijk te zeggen. Een hele trits factoren speelt mee: de prijs van de batterij, het aantal zonnepanelen, het aantal zonuren, het energiecontract, de elektriciteitsprijs en vooral ook het verbruikspatroon van de eigenaar van de batterij – continu een terrarium verwarmen geeft een ander stroomverbruik dan lezen bij een schemerlamp.

„Als je denkt dat je sneller met pensioen kunt door wat je met een batterij gaat verdienen, heb je het mis”, zegt Douwe van Gorkum van Solar Concept, dat zonnepanelen en batterijen bij mensen thuis installeert. „Je kunt met een batterij wel veel meer van je zelfopgewekte energie gebruiken, dat scheelt op je energierekening. Mits je ook de moeite neemt je energiegedrag aan te passen.”

Wie een thuisbatterij overweegt te kopen, doet er dus verstandig aan zich te verdiepen in technische begrippen als kilowatturen, piekverbruik en vermogens van omvormers. Daarover verderop meer.

Eerst een stap terug. Een thuisbatterij is een apparaat om elektriciteit in op te slaan. Het maakt voor de batterij niet uit waar de stroom vandaan komt, uit het elektriciteitsnet of van de zonnepanelen op het dak, maar de meeste mensen met een batterij hebben ook zonnepanelen. De batterijen zijn er in diverse afmetingen, van kubussen van 30 vierkante centimeter, tot formaat rolkoffertje, tot een ding ter grootte van een cv-ketel die aan de muur wordt gemonteerd. Ze zijn behoorlijk zwaar, ongeveer 10 kilo per kWh opslag. Formaat rolkoffer weegt dus al gauw 60 kilo.

Afmetingen en gewicht hebben alles te maken met hoeveel energie erin kan. In de kleinste thuisbatterijen past 2 kilowattuur (kWh) aan stroom, in de grootste kan 20 kWh. Daar kun je een hoop mee doen: een gemiddelde heteluchtoven verbruikt per uur zo’n 1,5 tot 2,5 kilowattuur aan stroom, voor een avond televisiekijken is (afhankelijk van het formaat tv) tussen de 0,2 en 0,6 kWh nodig.

Onbalansmarkt

De een wil met een thuisbatterij vooral als het donker is die oven en tv laten draaien op ‘eigen stroom’. De batterij moet voor hen het zogenoemde zelfverbruik van zonne-energie vergroten. Anderen zijn meer bezig met de prijzen van elektriciteit op verschillende momenten. Zij spelen hier met hun batterij slim op in door te laden op het moment van de dag dat de elektriciteitsprijs laag is, en de batterij in te zetten als die hoog is, of zelfs door te handelen op de zogeheten ‘onbalansmarkt’, waarbij batterijen helpen de netspanning op peil te houden. Hiervoor moeten ze wel een dynamisch contract hebben afgesloten bij hun elektriciteitsleverancier.

„We zien de motivatie waarmee klanten bij ons aankloppen het laatste jaar verschuiven”, zegt Bart Vos van Zinvolt, dat vooral stekkerbatterijen verkoopt. „Eerst waren er de voorlopers, die vinden handelen op de onbalansmarkt heel interessant en zijn geïnteresseerd in technologie; het type mens dat ook slimme verlichting en een robotstofzuiger heeft. Inmiddels komen er vooral mensen die hun overtollige zonnestroom van overdag willen benutten om de nacht te overbruggen.”

Ook bij Solar Concept merken ze deze verschuiving, zegt Van Gorkum. „Die grotere groep die na de early adopters kwam, wilde in eerste instantie voornamelijk informatie. Het leidde nog niet tot een hogere verkoop, maar dat is het laatste half jaar aan het veranderen.”

‘Ineens veel mensen zonder werk’

Het valt op dat veel batterijaanbieders ook zonnepanelen leggen, of eerder met zonnepanelen werkten. Tussen 2000 en 2024 waren de panelen niet aan te slepen. Ze waren snel goedkoop geworden, dankzij het grote aanbod vanuit China. En doordat alle geleverde zonnestroom van de zomer kon worden weggestreept tegen het elektriciteitsverbruik in de winter – het befaamde salderen – verdienden mensen de investering binnen enkele jaren terug. Die markt zakte echter helemaal in toen in 2024 het einde van de salderingsregeling werd aangekondigd.

„Er zaten ineens veel mensen zonder werk”, zegt Vos, die zelf ook bij een groot zonnepanelenbedrijf werkte. „De aandacht verleggen naar batterijen was heel logisch. Het is hetzelfde segment, het gaat over stroom en omvormers. Kennis daarover en personeel heb je al. En mensen met zonnepanelen begonnen ernaar te vragen.”

„Ondertussen zakte de prijs voor batterijen ook sterk, met meer dan 50 procent”, zegt Nold Jaeger van Holland Solar, de branchevereniging van de batterij- en zonne-energiesector. „Helaas hebben deze snelle ontwikkelingen ook vervelende gevolgen. Er zijn best wat vage bedrijven gekomen die agressief via de telefoon zijn gaan verkopen en gingen roepen dat een thuisbatterij een investering is die zich sowieso in enkele jaren terugverdient. Dat is niet zo.”

Het T-woord is gevallen. Terugverdienen. Jaeger, Van Gorkum van Solar Concept en Vos van Zinvolt willen allemaal liever geen uitspraken doen over de terugverdientijd van thuisbatterijen. Ze hebben last gehad van de ronkende uitspraken van de ‘cowboyaanbieders’, die tot verkeerde verwachtingen bij klanten leidden.

„In veel gevallen kan de investering voor een thuisbatterij onderaan de streep positief uitpakken”, zegt Jaeger. „Maar op welke termijn dat dan is – vijf jaar, acht jaar, tien jaar – verschilt sterk per huishouden. Daarom vinden wij het ook zo belangrijk dat mensen met hun installateur in gesprek gaan over hun energiegebruik. Het maakt ontzettend uit of je een elektrische auto hebt of een jacuzzi verwarmt, of dat je in de avond eigenlijk alleen die televisie aan hebt staan.”

Betere businesscase

„De businesscase is de laatste tijd enigszins aan het verbeteren”, zegt Sanne de Boer, specialist energietransitie bij de Rabobank. Vorig jaar schreef ze na enig rekenwerk dat batterijen amper terug te verdienen zijn binnen de garantietijd van tien jaar. „De prijs van de batterijen is aan het dalen. En wellicht verbetert het plaatje nog verder als er in 2029 variabele tarieven komen voor gebruik van het elektriciteitsnet. Maar alles bij elkaar is het nog steeds zo dat je veel elektriciteit moet gebruiken om hem terug te kunnen verdienen.”

De Boer is vooral kritisch op de grotere batterijen die huishoudens regelmatig geadviseerd krijgen, van 10, 15 of 20 kilowattuur. „Zo’n batterij krijgen de meeste huishoudens met zonnepanelen wel vol, maar ze krijgen hem niet diezelfde nacht ook weer leeg. Dat is wel nodig, anders kunnen de zonnepanelen hun energie de volgende dag alsnog alleen maar kwijt aan het net.”

Nu energieleveranciers terugleverkosten vragen en de salderingsregeling eindigt, vrezen veel mensen met zonnepanelen dat ze erop achteruitgaan, het is een belangrijke reden voor de toegenomen interesse in batterijen. Maar huishoudens hoeven niet bang te zijn dat hun zonnepanelen ze geld gaan kosten, zegt De Boer. „Ze verdienen weliswaar minder aan hun stroom dan voorheen, maar er is nog steeds een kleine vergoeding voor geleverde stroom. De terugleververgoeding is bij de meeste energieleveranciers ietsje hoger dan de terugleverkosten. Veel huishoudens houden dus nog net iets aan hun zonnestroom over.”

Het sommetje van een thuisbatterij komt het meest positief uit voor een volledig geëlektrificeerd huishouden. „Maar dan nog moet je goed naar het energiegebruik kijken”, zegt De Boer. „Mijn ouders hebben bijvoorbeeld wel een elektrische auto die ze thuis laden, maar ze rijden niet zoveel en laden hem maar eens per week. Ik zou ze geen batterij adviseren.”

„Veel mensen kiezen voor een thuisbatterij die eigenlijk te groot voor ze is”, zegt Jeroen Bakker. Hij heeft zelf een groot dak vol zonnepanelen, vier thuisbatterijen van tezamen 20 kWh en naast een warmtepomp en stekkerauto ook een zwembad dat hij vanaf maart met overtollige zonnestroom verwarmt. Het display met gegevens over het energiegebruik rond zijn huis hing hij in de keuken. „Zodat ik er extra vaak op kijk. Ik vind het echt leuk om tijdens het roeren in de pan te zien dat ik zelfs terwijl ik kook niks uit het net trek.”

Bakker werkt niet voor een energie- of batterijbedrijf, maar heeft wel een rekentool voor thuisbatterijen op zijn site. Hij rekent al jaren aan energie en analyseerde behalve zijn eigen energiegebruik ook het gebruik van anderen. Van ruim 4.000 mensen kreeg hij de gebruiksgegevens per kwartier van over een heel jaar, en van 1.000 mensen ook hun opwekdata. Wat blijkt: de eerste kilowatturen aan thuisbatterij zijn het nuttigst.

„Zonder batterij gebruiken mensen 30 tot 35 procent van hun zonne-energie”, zegt Bakker. „Bij een thuisbatterij van 5 kWh neemt dat zelfverbruik toe tot gemiddeld 58 procent. Bij eentje van 10 kWh is het 61 procent, bij 15 kWh 66 procent. Een kleine batterij hebben veel mensen er in vijf tot acht jaar uit, een grote is voor het einde van de levensduur lang niet altijd terugverdiend.”

Zonne-energie zien verdwijnen

Lang niet iedereen koopt een batterij vanwege het geld. „Ik vind het jammer dat veel artikelen over thuisbatterijen worden ingestoken vanuit ‘terugverdientijd’ en ‘geld verdienen’”, zegt Mirjam de Graaf. Ze woont in Hoofddorp in een eengezinswoning met een „heel gewoon” huishouden. Op het dak liggen twaalf zonnepanelen, die ze dertien jaar geleden liet leggen omdat ze iets goeds wilde doen voor het klimaat en haar spaargeld op de bank niks opleverde.

„Inmiddels hebben we er twee batterijen bij van 2,6 kWh”, zegt De Graaf. „De eerste zou je met een beetje goede hoop nog wel kunnen terugverdienen in zeven tot acht jaar. De tweede hebben we vooral aangeschaft omdat we nog steeds veel zonne-energie zien verdwijnen. Of ik die nou tot op de cent terugverdien maakt mij niet eens zoveel uit.”

De Graaf was blij verrast te zien dat de batterijen ook buiten het voorjaar en de zomer nuttig blijken in combinatie met de zonnepanelen. „Wij kochten de eerste batterij in oktober en hadden onszelf gewaarschuwd dat we er de eerste maanden waarschijnlijk niet veel aan zouden hebben. Tot onze verrassing hadden we zelfs in de donkerste wintermaanden de batterij veel vaker vol dan we dachten.”

Wat de motivatie ook is, dat zoveel mensen voor een batterij kiezen noopt tot nadenken over bredere gevolgen dan alleen die binnen huishoudens, vindt Jaeger van branchevereniging Holland Solar. De rol van thuisbatterijen in het energiesysteem wordt onderschat, vindt hij, net als bij zonnepanelen het geval was. „Mensen met zonnepanelen werden lange tijd gezien als hobbyisten, maar nu drie miljoen huishoudens ze hebben, blijken al die panelen grote nadelen te hebben voor het netbeheer. Dit patroon zie ik ook bij thuisbatterijen ontstaan.”  

De batterij kan in potentie positief bijdragen aan het systeem, denkt Jaeger. Er is nu geen ruimte voor nieuwe elektriciteitsaansluitingen omdat het net tijdens piekmomenten vol zit, maar buiten de ‘spits’ is er ruimte genoeg. „Batterijen zijn in staat die pieken eraf te halen. Dat past helemaal bij de wens om het zelfverbruik van zonne-energie te vergroten. Maar er is nog helemaal geen gesprek op gang over wat vanuit het systeem gezien wel en niet gewenst is. Dat wordt wel tijd, voordat straks misschien een miljoen huishoudens een thuisbatterij hebben.”

Waar op letten? Over kilowattuur en vermogen

Overweeg je een thuisbatterij? Duik dan je energierekening en je meterkast in. Kijk vooral naar het verbruik in de avond en nacht. Kies de capaciteit van de batterij op basis van het nachtverbruik. Een zogenaamde P1-dongel is een handig hulpmiddel. Die plug je in de meterkast in en die meet live de in- en uitgaande stroom.

Een voorbeeld: een huishouden met zonnepanelen en een elektrische kookplaat maar zonder elektrische auto of warmtepomp gebruikt tussen de 2 en 6 kilowattuur per avond/nacht. Thuis een elektrische auto laden maakt veel verschil: dat vraagt 15 tot 20 kWh per 100 kilometer rijbereik.

Denk ook na over het vermogen van de omvormer. Het vermogen bepaalt hoe snel de batterij kan laden en ontladen, en dus ook hoeveel apparaten je tegelijk van stroom kunt voorzien. Hoe groter het vermogen, hoe duurder de omvormer.

Een voorbeeld: een batterij van 5 kWh heeft meestal een vermogen van tussen de 2 en 5 kW. Op volle kracht is bij 2 kW zo’n 2,5 uur nodig voor een volledige op- of ontlading. In de praktijk kunnen de gangbare apparaten, zoals de koelkast, tv en ook de wasmachine, hier tegelijk op draaien.

Stekkerbatterijen hebben maximaal 800 watt vermogen. Dat is voor veel huishoudens prima, maar niet voor piekverbruik. Een waterkoker vraagt bijvoorbeeld voor korte tijd 2000 tot 3000 watt. Neem in je overweging mee of je dat soort pieken ook op wil kunnen vangen met de batterij.

Let op: een thuisbatterij is, anders dan veel mensen denken, meestal niet te gebruiken als de stroom uitvalt. Wil je dat je hele huis doordraait op (nood)stroom uit de batterij, dan moeten batterij en meterkast daar specifiek geschikt voor zijn.

Energie

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next