Abdullah Ibrahim was niet alleen een van de beste jazzmuzikanten die Zuid-Afrika heeft voortgebracht, zijn muziek speelde een elementaire rol in de anti-apartheidstrijd in de jaren zeventig en tachtig. Maandag overleed hij in zijn Duitse woonplaats Prien am Chiemsee op 91-jarige leeftijd.
schrijft voor de Volkskrant over popmuziek en jazz.
Ibrahims compositie Mannenberg uit 1974 wordt door veel Zuid-Afrikanen nog altijd als alternatief volkslied van hun land gezien. Een land dat Ibrahim zelf vanwege het apartheidsregime begin jaren zestig al ontvluchtte.
Toen speelde de in 1934 als Adolph Johannes Brand geboren Ibrahim nog als Dollar Brand; in 1968 zou hij zich tot de islam bekeren en zijn naam veranderen in Abdullah Ibrahim. Voordat Brand zijn land verliet, had hij al naam gemaakt in de muziekgemeenschap van Kaapstad, waar hij opgroeide. Zijn pianospel maakte indruk omdat hij de jazz van zijn grote Amerikaanse voorbeelden Duke Ellington en Thelonious Monk vermengde met Zuid-Afrikaanse melodieën en stijlfiguren. Als geen ander wist hij muziek van de twee continenten zo soepel te combineren.
Dollar Brand kwam in contact met andere ruimdenkende musici zoals trompettist Hugh Masekela, met wie hij eind jaren vijftig in de band The Jazz Epistles speelde. Hun album Jazz Epistle Verse One was het eerste Zuid-Afrikaanse jazzalbum dat door een volledig zwart ensemble werd gemaakt.
Maar het werd hem in eigen land te heet onder de voeten. Dollar Brand voelde zich begin jaren zestig steeds meer onderdrukt door het apartheidssysteem en vertrok uiteindelijk eerst naar Europa, waar zijn grote held Duke Ellington hem niet alleen zag spelen, maar hem ook aanbood te helpen met een nieuw album.
Het album Duke Ellington Presents the Dollar Brand Trio (1964) maakte de Zuid-Afrikaanse pianist internationaal bekend. Hij werd door festivals uitgenodigd, en verhuisde in 1965 naar New York, waar hij een beurs kreeg om aan de prestigieuze Juilliard School te studeren.
Hij bouwde in ballingschap als pianist en componist een behoorlijke reputatie op, al zou hij regelmatig terugkeren naar zijn geboorteland. In 1968 om zich tot de islam te bekeren en in 1974 om er met onder anderen de saxofonisten Robbie Jansen en Basil Coetzee een album op te nemen.
Tijdens een pauze begon hij wat op de piano te pingelen, een pakkend wijsje dat hij voortdurend herhaalde. Hij riep de band erbij om samen wat te improviseren. Het nummer dat toen ontstond duurde ruim 13 minuten, Brand wist niet eens dat de technicus de bandrecorder had laten doorlopen. Zo ontstond het klassiek geworden Mannenberg, dat deel zou uitmaken van de soundtrack van de anti-apartheidsstrijd.
Bij zijn vrijlating in 1990 noemde Nelson Mandela Abdullah Ibrahim de Mozart van Zuid-Afrika. Hij was toen 55 en werd door muzikanten in eigen land op handen gedragen. Nduduzo Makhathini, een toonaangevend pianist in de huidige Zuid-Afrikaanse jazzscene, noemde hem zijn grote voorbeeld en idool.
Tot aan zijn dood bleef Abdullah Ibrahim spelen. Hij speelde eind vorig jaar nog in het Utrechtse TivoliVredenburg met hetzelfde trio waarmee hij zijn laatste album 3 (2024) uitbracht. Onvergetelijk was zijn solo-optreden in 2022 tijdens het Le Guess Who?-festival in de Grote Zaal van datzelfde TivoliVredenburg. Ademloos luisterde het publiek naar de pianist die zonder onderbrekingen een uur lang de mooiste melodieën, improvisaties en motiefjes aan elkaar reeg. Geen grote gebaren, heel klein en bescheiden, maar zeer geconcentreerd. Zoals hij was.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant