Julien Althuisius is schrijver en voor de Volkskrant columnist over het dagelijks leven.
Soms heb ik de haast onbedwingbare neiging om een karaokebar binnen te rennen en daar I’ll Be There van Mariah Carey zodanig toe te takelen dat ik gearresteerd word en de burgemeester het pand moet sluiten. Het is een onmogelijk nummer om mee te zingen en als ik het toch doe, breng ik een geluid voort waardoor wijnglazen uiteenspatten en bloed uit oren gutst.
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Die behoefte om goede muziek – vol overgave, gebalde vuisten, met één voet op de grond stampen, ogen dicht – te verminken is geen gezonde impuls. Het is alsof er een roestig luik onder in mijn ziel opengaat en er een stinkend, vormloos wanschepsel opstijgt dat zich meester over mijn handelen maakt. Het luik kan lang gesloten blijven, maar eens in de zoveel tijd moet het open en is niets of niemand veilig. Ik weet dat ik hiermee mijn dierbaren tot last ben en ik schaam me ervoor.
Door de jaren heen heb ik geleerd het enigszins te kanaliseren en de schade beperkt te houden. De kunst is het luik te openen in een bomvrije omgeving. Meestal is dat op borrels of feestjes en dan wachten tot het laat genoeg is, de prullenbakken vol zitten met lege bierblikjes en mensen binnen zijn gaan roken. Dat zijn de momenten dat er weinig getuigen meer over zijn. En de getuigen die er dan nog wel zijn, zijn doorgaans verminderd toerekeningsvatbaar en in de meeste gevallen ook medeplichtig.
Dus onlangs stond ik samen met een aantal niet nader te noemen personen op een dansvloer toen iemand Bette Midlers To Deserve You opzette. Lang hield ik het vol, totdat de modulatie het roestige luik opentrok. Daarna ging het zeer, zeer snel bergafwaarts.
Eerst met It’s All Coming Back To Me Now van Céline Dion (Baby, baby, baby/ When you touch me like this/ And when you hold me like that), gevolgd door een vanzelfsprekend aantal nummers van Hazes. Waar ik achteraf van schrok is de hartstocht waarmee ik Brabant van Guus Meeuwis meezong – en ik ken niet eens de tekst.
De klap waarmee ik de bodem raakte, zorgde ervoor dat mijn herinneringen aan de avond doorspekt zijn met peilloos lege dieptes. Soms klinkt er nog een echo door. Helemaal helder is die niet, maar hij begint met ‘Ik leef’ en eindigt op ‘niet meer voor jou’.
De ochtend erna kuste ik mijn vrouw goedemorgen. ‘Je bent helemaal schor’, zei ze en ze keek me bezorgd aan, alsof ze wist wat er weer gebeurd was. ‘Ja’, antwoordde ik en wendde mijn leugenachtige ogen van haar af, ‘echt te veel gerookt.’
Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant