Home

Romeins badhuis blootgelegd in Nijmegen: ‘Een vondst van deze omvang is uniek in Nederland’

In Nijmegen zijn bij opgravingen de overblijfselen van het grootste Romeinse badhuis in Nederland gevonden. Die conclusie trekken archeologen na een jaar onderzoek te hebben gedaan op het Waalfront, een industrieterrein aan de Waal, waar binnenkort een nieuwbouwwijk moet verrijzen.

schrijft voor de Volkskrant over kunst en cultuur.

Naast het badhuiscomplex zijn ook de contouren van hele huizenblokken, geplaveide straten, luxeuze stadswoningen en een oude Romeinse toren ontdekt. Daarbovenop kwamen nog tienduizenden kleinere vondsten, waaronder sieraden, oude munten en een bronzen buste van de Romeinse wijngod Bacchus.

‘Een vondst van deze omvang is uniek in Nederland’, jubelt Stephan Mols, hoogleraar archeologie en Nijmeegse geschiedenis aan de Radboud Universiteit. ‘We kunnen ervan uitgaan dat het Badhuiscomplex een omvang had van zeker 4.900 vierkante meter’. Daarmee was het badhuis van Ulpia Noviomagus, zoals Nijmegen in de Romeinse tijd heette, een stuk groter dan de gevonden exemplaren van Forum Hadriani (Voorburg, 2.200 m2) en Coiovallum (Heerlen, 2.500 m2).

Niet alleen de omvang van het badhuis valt op. Ook de gevonden materialen, met marmeren baden en kalkstenen vloeren, tonen volgens Mols aan dat Nijmegen een ‘bloeiende Romeinse stad’ was, met een ‘luxueuze uitstraling’. Badhuizen hadden in de oudheid een centrale plek in een stad, en functioneerden als ontmoetingsplek voor rijk en arm. ‘Mensen kwamen er winkelen, en er was ook horeca. Vlakbij moet het Forum hebben gelegen, maar dat hebben we nog niet gelokaliseerd’, zegt Mols.

Verrassend

Ondanks dat het terrein in de Middeleeuwen fungeerde als steengroeve, is het badhuis verassend goed bewaard gebleven. Onder meer grote delen van de waterafvoerkanalen en de vloeren – inclusief het ingenieuze Romeinse vloerverwarmingssysteem – zijn nog intact.

Dat veel inwoners van Nijmegen een prima leven hadden, blijkt ook uit de objecten die zijn gevonden. Daarbij vallen vooral de honderden ‘haarnaalden’, gemaakt van beenderen, op. Deze werden gebruikt om de weelderige kapsels van de Romeinse vrouwen bij elkaar te houden. ‘Het is goed aannemelijk dat die haarnaalden in de stad werden gemaakt’, zegt Mols. Dat geldt hoogstwaarschijnlijk niet voor de bronzen buste van Bacchus. ‘Die is waarschijnlijk zuidelijker gemaakt, en toen naar Nijmegen gebracht’, aldus Mols.

Een selectie van de objecten, met ook nog zegelringen en standbeelden, zal uiteindelijk terecht komen in de collectie van het Nijmeegse Valkhof Museum. Mols: ‘Het is uiteindelijk aan de curatoren van het Valkhof wanneer ze voor het publiek toegankelijk worden.’

Zichtbaar verleden

Delen van het badhuis werden al aangetroffen in 1992, bij de uitbreiding van de naastgelegen Honigfabriek. Het heeft dus lang geduurd voordat de totale omvang bovengronds werd gebracht. BPD, de organisatie die verantwoordelijk is voor de ontwikkeling van de nieuwe wijk, is voornemens de ‘link met het verleden zichtbaar te houden’. Appartementencomplexen moeten ‘overdekte wandelgebieden’ krijgen met rijen zuilen, en de overblijfselen van marmeren muren zullen worden geïntegreerd in de parkeergarage.

Hoewel Mols de vondsten ‘monumentaal’ en ‘uitzonderlijk’ noemt, was er volgens hem geen sprake van een eventuele herziening van de nieuwe woonwijk, ten gunste van een openluchtmuseum. ‘Nijmegen groeit ontzettend, en die huizen zijn heel hard nodig.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next