Home

Opinie: Waarom het recht op onderwijs voor alle kinderen verder gaat dan de schoolmuren

In Nederland wordt nog te veel uitgegaan van het idee dat onderwijs altijd op school moet plaatsvinden. Maar het recht op onderwijs reikt verder dan de school.

Er is momenteel veel aandacht voor thuisonderwijs en de kwaliteit daarvan. Het gaat hier om ouders die hun kind thuishouden omdat er geen school in de buurt zou zijn die aansluit bij hun levensovertuiging. De ouders geven dan zelf thuis les, meestal zonder daarvoor te zijn opgeleid. Ouders hebben van de gemeente een vrijstelling van de leerplicht nodig om hun kind thuis onderwijs te mogen geven. Leerplicht verplicht een kind immers om naar school te gaan.

De Hoge Raad heeft onlangs de voorwaarden voor de afgifte van deze vrijstelling aangescherpt. De Hoge Raad neemt aan dat er meestal wel een openbare school in de buurt is waar objectief en kritisch les wordt gegeven over godsdienst en levensbeschouwing, zodat er geen grond is voor een vrijstelling.

En de staatssecretaris van onderwijs overweegt de vrijstelling af te schaffen, omdat er geen controle is op de kwaliteit van het thuisonderwijs door ouders. De ouders daarentegen pleiten er juist voor om het recht op thuisonderwijs in de wet vast te leggen, om zo deze vorm van onderwijs erkend te krijgen.

Over de auteur

Stans Goudsmit is oprichter van Child Rights Support en voormalig Kinderombudsman Rotterdam-Rijnmond.

Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.

Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.

Ouders leidend

De recente aflevering van BOOS laat zien dat bij de keuze voor thuisonderwijs de levensovertuiging, en dus de wil, van ouders leidend is. Dat geldt ook voor de afgifte van de vrijstelling door de gemeente. De mening van de kinderen zelf en de vraag of deze keuze hun ten goede komt, spelen daarin geen rol van betekenis. Daarmee is deze handelwijze in strijd met het Kinderrechtenverdrag. Dat verdrag, dat sinds 1995 in Nederland geldt, schrijft namelijk voor dat het belang van het kind voorop dient te staan bij elke beslissing die hen raakt.

Jaarlijks gaat het om circa 2.500 kinderen die ouders vanwege hun richtingsbezwaren thuis houden. Een andere, veel grotere groep die om geheel andere redenen ook thuiszit, bestaat uit kinderen voor wie er geen passende plek op school is. De oudervereniging Balans schat dat het om ongeveer 70 duizend kinderen gaat. Bij deze kinderen is er iets anders aan de hand. Zij zitten niet thuis omdat hun ouders vinden dat er geen school in de buurt is die strookt met hun levensovertuiging. Deze kinderen zitten thuis omdat hun school niet in staat is onderwijs te geven dat past bij wat zij nodig hebben.

Kinderen vallen uit

Kinderen hebben het recht zich te ontwikkelen op een manier die bij hen past. Helaas lukt dat nu niet voor alle kinderen. De Inspectie van het Onderwijs heeft onderzocht dat de extra ondersteuning die sommige kinderen nodig hebben op veel scholen onvoldoende is. Wachtlijsten, zorgbehoeften, personeelstekort en onvoldoende expertise maken dat kinderen uitvallen. Een groot deel van deze kinderen krijgt thuis geen onderwijs. Ook al staan zij nog wel ingeschreven op een school die daarvoor verantwoordelijk is.

Voor deze tweede groep kinderen is het van groot belang dat niet het recht op thuisonderwijs, maar het recht op onderwijs in de wet komt. In de verouderde Leerplichtwet uit 1969 is alleen de leerplicht van kinderen vastgelegd. Dat geeft gemeenten een instrument in handen om kinderen te laten vervolgen als ze zich daar niet aan houden.

Leerrecht daarentegen is in ons land niet wettelijk verankerd. Dat betekent dat deze thuiszitters en hun ouders geen instrument in handen hebben om dit leerrecht af te dwingen als de school nalaat hun passend onderwijs te geven. In het Kinderrechtenverdrag staat het recht op onderwijs wel. Het VN-Verdrag Handicap legt het recht op inclusief onderwijs vast.

Op school

In Nederland wordt nog te veel uitgegaan van het idee dat onderwijs altijd op school moet plaatsvinden. Maar het recht op onderwijs reikt verder dan de school. Juist voor kinderen die bijvoorbeeld vanwege hun beperking niet naar school kunnen, moet worden gezocht naar andere vormen van onderwijs die passen bij wat zij nodig hebben. (Digitaal) onderwijs thuis, gegeven door een daarvoor opgeleide professional, kan dan een optie zijn.

Niet omdat ouders dat vanuit hun levensovertuiging willen, maar omdat op deze manier het recht op onderwijs voor deze kinderen verwezenlijkt kan worden. Met het recht op onderwijs in de wet kan de overheid worden gehouden aan haar verantwoordelijkheid om kinderrechten te verwezenlijken. Met het belang van het kind voorop.

Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next