Home

Zoals sommige mensen paardenliefhebbers zijn, zo word ik meer en meer een mensenliefhebber

Hoewel ik mezelf als een openbaarvervoersnob beschouw – ik reken taxi en Uber tot het openbaar vervoer en in tram en trein luister ik graag gesprekken af – besloot ik voor het eerst sinds de jaren negentig een fiets te kopen om mijn zoontje in Amsterdam doelmatiger te vervoeren.

De zoon zei: ‘Je fietst sneller dan mama.’ Een ander zei: ‘Je fietst alsof de dood je op hielen zit.’ Een compliment. De eerste uitgever aan wie ik mijn teksten stuurde (we hebben het weer over de jaren negentig) schreef terug: ‘Je schrijft alsof de dood je op de hielen zit.’ Een afwijzingsbrief maar soit. Er zit toch vooruitgang in het leven.

Op dag vier van de fiets vielen we. Ik had graag geschreven dat het een spectaculaire val was geweest, maar het was een val in slow motion voor een stoplicht op de Nassaukade.

Twee mensen schoten te hulp. Mijn zoon lachte en zei: ‘Ik voel helemaal geen pijn.’ Ik krabbelde snel overeind, als je op het trottoir ligt kun je niet sneller zijn dan de dood.

Dan de fietsenmaker. Die zei: ‘Hier heb ik even tijd voor nodig.’

In afwachting van de reparatie ging ik naar een café waar ik een gesprek afluisterde tussen een vrouw van midden dertig en een man van begin vijftig, of het een sollicitatiegesprek was of een tweede date bleef onduidelijk.

Zij: ‘Ik heb nog nooit een marathon gerend, dus elke afstand is een overwinning.’

Hij, na een stilte: ‘Heb je überhaupt weleens pijntjes gehad?’

Zij: ‘Nee, ik voel wel af en toe mijn heup.’

Hij: ‘Hoe zit het met voedingssupplementen?’

Zij: ‘Ik focus op gezond voedsel en op koolhydraten, het is balanceren.’

Hoe kon je niet van deze mensen houden? Zoals sommige mensen paardenliefhebbers zijn en andere hondenliefhebbers, zo word ik meer en meer een mensenliefhebber.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next